Schildwachtklieroperatie : onderzoek schildwachtklier bij borstkanker

Bij een borstoperatie krijgt u vaak ook een schildwachtklierprocedure. Bij een schildwachtklierprocedure verwijdert de arts 1 of meerdere schildwachtklieren. De schildwachtklieren zitten meestal in uw oksel of rond uw borstbeen of sleutelbeen. De arts laat de verwijderde schildwachtklieren onderzoeken. Door de schildwachtklierprocedure weet uw arts of er uitzaaiingen zijn.

Over de schildwachtklier

  • Via lymfevocht kunnen kankercellen zich verspreiden door het lichaam. De schildwachtklier is de lymfeklier die als eerste het lymfevocht uit de tumor in uw borst opvangt.
    Als borstkanker uitzaait, komen de kankercellen via het lymfevocht meestal als eerste terecht in de schildwachtklier.
  • Om te onderzoeken of u uitzaaiingen heeft in de lymfeklieren, kunt u een schildwachtklierprocedure krijgen. De arts verwijdert dan de schildwachtklier en stuurt de verwijderde klier op voor onderzoek.
  • Soms zijn er 2 of meer schildwachtklieren. Alle verwijderde schildwachtklieren worden onderzocht.

Zo gaat de schildwachtklieroperatie

De operatie

De schildwachtklierprocedure gebeurt meestal tijdens uw borstoperatie:

  • De arts zoekt de schildwachtklier.
  • De arts maakt een snee in uw oksel en verwijdert de schildwachtklier.
  • Soms kan de arts de schildwachtklier niet goed vinden. De arts spuit dan tijdens de operatie een blauwe kleurstof in de tumor in uw borst. De blauwe vloeistof gaat naar de schildwachtklier. Zo kan de arts meestal toch de schildwachtklier vinden.
  • De arts hecht de wond en plakt een pleister of steristrip op de wond in uw oksel. Een steristrip is een huidkleurige dunne pleister.

Na de operatie

Blauwe kleur

Als de arts blauw vloeistof heeft gebruikt om de schildwachtklier te vinden, kan uw urine, ontlasting, en braaksel blauwgroen zijn. U kunt ook een blauwe gloed in uw gezicht en hals krijgen. Na 24 tot 48 uur is de blauwe kleur weg. Soms is er een blauwe vlek op uw borst. Deze zal langzaam verdwijnen.

Wond in uw oksel

  • Na de operatie heeft u een pleister of een steristrip op de wond in uw oksel. Als u een steristrip heeft gekregen, kunt u deze laten zitten tot u weer naar het ziekenhuis gaat.
  • Als u gaat douchen, kunt u de pleister verwijderen. De steristrip laat u zitten.
  • Gebruik geen zeep en dep uw oksel voorzichtig droog.
  • Gebruik geen litteken-crème. Bespreek met uw arts wanneer u litteken crème mag gebruiken.
  • Gebruik geen deodorant op de oksel met de wond tot u weer in het ziekenhuis bent geweest.

Klachten

  • Na de schildwachtklierprocedure kunt u een doof gevoel hebben in uw oksel. Soms heeft u ook in uw bovenarm of in uw rug een doof gevoel. Meestal gaat dit vanzelf over.
  • U kunt in uw oksel een blauwe plek krijgen. Deze blauwe plek kan wat naar beneden zakken. Dit is niet erg. De blauwe plek verdwijnt vanzelf.
  • Soms ontstaat er een bultje met vocht. Dit bultje verdwijnt meestal vanzelf.
  • Soms heeft u na de operatie pijn in uw arm en kunt u uw arm niet helemaal strekken. Als dit niet minder wordt, kunt u een verwijzing krijgen naar een fysiotherapeut die is gespecialiseerd in oedeem.

Zo gaat het verder

  • 2 tot 3 dagen na de operatie belt de casemanager mammacare u op. U krijgt hiervoor een afspraak. U bespreekt met de casemanager mammacare hoe het met u gaat. U bespreekt ook hoe het met uw wond gaat.
  • Binnen 2 weken na de operatie heeft u een afspraak met uw chirurg in het ziekenhuis. De chirurg bespreekt met u de uitslag van de operatie en het onderzoek naar de schildwachtklier. De chirurg bekijkt ook hoe het met de wond gaat. Als het nodig is, adviseert uw chirurg een aanvullende behandeling zoals radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie of immunotherapie.
  • 1 week na uw afspraak bij uw chirurg heeft u een afspraak met uw casemanager mammacare in het ziekenhuis. Uw casemanager mammacare bekijkt of er vocht in de wond zit. Als er vocht in de wond zit kan uw casemanager mammacare dit verwijderen.

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

Iedere operatie heeft risico’s. Bij deze operatie bestaat een kleine kans op een ontsteking, te veel vocht bij de wond of een nabloeding.

Als u vragen heeft of zich zorgen maakt, kunt u de BorstZorg Monitor in MijnOLVG raadplegen. De BorstZorg Monitor is na de operatie voor u beschikbaar in MijnOLVG via: Heb ik zorg nodig? Met de BorstZorg Monitor kunt u thuis eenvoudig uw klachten na uw operatie meten en doorgeven. Wij kunnen u zo op afstand begeleiden.

Bel het ziekenhuis als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • U heeft pijn aan de borst en een strakke huid om de borst.
  • De huid van de borst krijgt een andere kleur.
  • De huid rond de borst is rood, gezwollen en warm.
  • Er komt pus uit het litteken.
  • De wond ziet er vreemd uit of geneest niet goed.

Vragen & contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Casemanager mammacare
mammacare@olvg.nl

Mammapoli, locatie Oost, P3
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Mammapoli, locatie West, route 06
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Verpleegafdeling Chirurgie B5, locatie Oost
020 599 25 03 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

Verpleegafdeling Chirurgie A4, locatie West
020 510 84 14 en 020 510 82 14 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Chirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: