Borstsparende operatie : verwijderen tumor in de borst

Bij de meeste vrouwen met borstkanker is het niet nodig de hele borst weg te halen. De chirurg kan de tumor verwijderen met een borstsparende operatie. Bij een borstsparende operatie snijdt de chirurg de tumor weg samen met een rand gezond borstweefsel. De rest van de borst blijft bij de borstsparende operatie zo goed mogelijk behouden. De operatie duurt ongeveer 1 uur. U mag dezelfde dag weer naar huis.

Over een borstsparende operatie

  • Tijdens de operatie verwijdert de chirurg de tumor in de borst. De chirurg verwijdert ook een rand gezond weefsel dat om de tumor heen zit. De rest van de borst krijgt geen schade.
  • Meestal kan de tepel behouden blijven. Dit hangt af van de plek van de tumor.
  • De chirurg herstelt de vorm van de borst zo goed mogelijk.
  • Vaak verwijdert de chirurg tijdens de borstsparende operatie ook 1 of meer schildwachtklieren. De schildwachtklieren zitten meestal in de oksel. Soms zitten de schildwachtklieren rond uw borstbeen of sleutelbeen. Als de schilwachtklieren zijn verwijderd, worden ze onderzocht. U kunt hierover lezen op de pagina: Schildwachtklierprocedure.
  • Soms verwijdert de chirurg tijdens de borstsparende operatie ook alle lymfeklieren in de oksel. U kunt hierover lezen op de pagina: Verwijderen okselklieren.
  • Na de operatie gaat het gezonde weefsel dat is weggehaald rond de tumor naar het laboratorium. Hier wordt gecontroleerd of er ook kankercellen in het gezonde weefsel rond de tumor zitten.
  • Als u na de operatie een groot verschil in de vorm hebt tussen uw linkerborst en uw rechterborst, kunt u een uitwendige borstprothese krijgen. Dit is een losse vulling van een zacht materiaal dat u in uw bh kunt dragen. Als het verschil in vorm blijvend is en u hier iets aan wilt laten doen, kunt u met uw casemanager mammacare bespreken wat mogelijk is.

Plastisch chirurg

Als de chirurg voor de operatie verwacht dat een groot deel van de borst moet worden verwijderd, krijgt u een afspraak met de plastisch chirurg. De plastisch chirurg kan dan een plan maken hoe de vorm van de borst hersteld kan worden. Dit kan op 2 manieren:

  • De plastisch chirurg kan de andere borst kleiner maken.
  • De plastisch chirurg kan weefsel van een andere plek uit uw lichaam halen. Dit weefsel gebruikt de plastisch chirurg om het borstweefsel aan te vullen. U leest hier meer over op de pagina: Oncoplastische borstreconstructie.

De vorm van uw borst kan ook na de operatie nog verder veranderen. De borst kan 6 maanden tot ruim 1 jaar na de operatie nog van vorm veranderen. Bestraling kan ook van invloed zijn.

Uitwendige deelprothese

Als uw borst op een plek zichtbaar minder gevuld is, kunt u na de operatie een borstprothese krijgen. Deze prothese draagt u in uw bh.
Een borstprothese na een borstsparende operatie heet een deelprothese. De prothese is gemaakt van siliconen.
Uw casemanager mammacare kan u meer informatie geven over een uitwendige deelprothese.

Plek van de tumor bepalen

Voor de borstsparende operatie moet de chirurg precies weten waar de tumor zit. Soms kan de chirurg de tumor voelen. Als de chirurg de tumor niet goed kan voelen, zijn er 2 manieren om de plek van de tumor te bepalen.

  • Echogeleide lokalisatie: 1 dag voor de operatie of op de dag van de operatie krijgt u op de afdeling Radiologie een licht radioactieve vloeistof toegediend in de borst. De chirurg gebruikt een echoapparaat om de tumor te zoeken tijdens de operatie.
  • Draadlokalisatie borst: Op de ochtend van de operatie krijgt u een draadje in de tumor. U ziet het draadje ook buiten de borst. Het inbrengen van het draadje gebeurt op de afdeling Radiologie met behulp van een echo.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.
  • Zorg ervoor dat iemand u na de operatie met een auto ophaalt en naar huis brengt.
  • Zorg dat u na de operatie niet alleen thuis Zorg dat de nacht na de operatie een volwassen persoon bij u thuis is.
  • Zorg dat u paracetamol in huis heeft voor na de operatie.
  • Zorg dat u een paar gaasjes in huis heeft voor na de operatie. De gaasjes hoeven niet steriel te zijn.
  • Als u een onderzoek van de schildwachtklieren krijgt, heeft u 1 dag voor de operatie een afspraak bij de afdeling Nucleaire Geneeskunde in OLVG. Dit is altijd op locatie West.

  • Als u op locatie Oost wordt geopereerd, belt u de dag voor de operatie zelf tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling B5. U hoort dan hoe laat u de volgende dag naar het ziekenhuis moet komen.
  • Als u op locatie West wordt geopereerd, belt de afdeling u 2 werkdagen voor de operatie om door te geven hoe laat u naar dagbehandeling B3 moet komen.

Zo gaat de operatie

Voor de operatie

  • Trek op de dag van de operatie kleren aan die u gemakkelijk aan en uit kunt trekken.
  • Na de operatie heeft u roze vlekken op uw borst. Dit komt door het ontsmettingsmiddel dat gebruikt wordt tijdens de operatie. De roze vlekken geven af op uw kleren. Houd hier rekening mee als u uw kleren uitkiest.
  • Laat uw sieraden thuis.
  • U meldt zich op de afgesproken tijd op dagbehandeling B3 op locatie West of op verpleegafdeling B5 op locatie Oost.
  • De verpleegkundige neemt een vragenlijst met u door.
  • De arts of verpleegkundige zet met een stift een pijl op de borst die geopereerd wordt.
  • U trekt de operatiekleding aan.
  • Als u een draadlokalisatie van de borst of oksel krijgt, gaat u naar de afdeling Radiologie.
  • Als u een kunstgebit, gehoorapparaat of contactlenzen heeft, doet u deze uit.
  • De verpleegkundige brengt u in bed naar de operatiekamer.

De operatie

  • De chirurg verwijdert de tumor in uw borst.
  • Meestal verwijdert de chirurg tijdens de operatie van de borst ook een of meerdere schildwachtklieren. De chirurg bespreekt dit vooraf met u.
  • Soms verwijdert de chirurg ook de okselklieren. Dit is dan vooraf met u besproken.
  • De chirurg herstelt de vorm van de borst zo goed mogelijk. Als de chirurg vooraf met u heeft besproken dat de plastisch chirurg een deel van de operatie doet, lees dan de pagina Oncoplastische borstreconstructie.
  • De chirurg hecht de wond in de borst en oksel onder de huid.
  • U krijgt een pleister of gaas op de wond.
  • De operatie duurt ongeveer 1 uur.

Naar huis

  • De verpleegkundige bespreekt met u wanneer u diezelfde dag naar huis kunt.
  • Zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij af. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.
  • Voordat u naar huis gaat, bespreekt de verpleegkundige wat u thuis wel en niet kunt doen.
  • Als u op locatie West geopereerd bent, krijgt u pijnstillers mee naar huis. Bent u op locatie Oost geopereerd, dan kunt u thuis paracetamol nemen. Gebruik niet meer dan 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

Uitstel operatie of ingreep?

Een operatie of ingreep kan soms niet doorgaan. Bijvoorbeeld als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. Om medische redenen krijgt deze patiënt altijd voorrang. U krijgt zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Opleidingsziekenhuis

OLVG is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat de specialist altijd wordt geholpen door een arts-assistent in opleiding tot specialist. Soms doet een arts-assistent (een deel van) de operatie of ingreep.

Adviezen voor thuis

  • U kunt na de operatie af en toe steken krijgen in de geopereerde borst. Dit is normaal.
  • Het herstel is bij iedereen anders. Na de operatie kunt u een doof en prikkelend gevoel krijgen in de borst. Meestal wordt dit na een tijdje minder of verdwijnt helemaal. Soms komt op de plek van het litteken een ophoping van wat vocht. Dit verdwijnt meestal na een tijdje
  • U kunt de dag na de operatie gewoon douchen. Wrijf geen zeep op de huid rond de wond.
  • Gebruik geen bodylotion of crème rond de wond.
  • 2 weken na de operatie mag u weer in bad of zwemmen.
  • Bent u aan uw oksel geopereerd? Gebruik dan geen deodorant tot uw afspraak bij de chirurg. De chirurg bespreekt met u wanneer u weer deodorant mag gebruiken.
  • Het dragen van een bh kan ondersteuning geven. Als u het fijn vindt, kunt u een bh dragen ook in de nacht. Vaak is een bh zonder beugel in het begin het prettigst. U kunt ook een strak hemdje dragen.

Wond en hechtingen

De hechtingen van de wond zitten onder de huid. Aan de buitenkant ziet u geen hechtingen, wel kunnen er knoopjes zitten aan de uiteinden van het litteken. De hechtingen lossen vanzelf op.

  • Als u last heeft van de knoopjes, kan de casemanager mammacare de knoopjes weghalen.
  • De pleister die op de hechtingen zit, mag u meestal zelf verwijderen. Wanneer u de pleister moet verwijderen hangt af van de soort pleister die u heeft. De verpleegkundige bespreekt dit met u of met de casemanager mammacare die u een paar dagen na de operatie belt.
  • Als er vocht uit de wond komt, kunt u een los gaasje in uw bh leggen. U kunt ook een pleister op de wond plakken.
  • Als de wond goed genezen is, kunt u het litteken insmeren met een neutrale crème. Het gebruik van littekenproducten kunt u bespreken met uw casemanager mammacare. Als u nog bestraling heeft, bespreek dan met uw radiotherapeut welke producten u kunt gebruiken.

Bewegen en tillen

Voor uw herstel is het belangrijk dat u uw arm blijft bewegen. Bouw het rustig op. U mag de eerste week na de operatie de arm bewegen bij dagelijkse activiteiten. Als een beweging veel pijn doet, moet u het rustiger aan doen

  • Autorijden en fietsen: U mag de eerste week na de operatie niet autorijden of fietsen. Daarna beoordeelt u zelf of het mogelijk is om weer auto te rijden of te fietsen.
  • Tillen: U mag de eerste week na de operatie geen dingen tillen die zwaarder zijn dan 2 kilo. U mag ook geen zwaar huishoudelijk werk doen, zoals stofzuigen of uw bed verschonen.
  • Sporten: Wacht met sporten tot na uw eerste afspraak bij de chirurg. U overlegt met de chirurg of casemanager mammacare wanneer u weer kunt sporten.
  • Werken: Wanneer u weer kunt werken hangt af van uw persoonlijke situatie en werk dat dat u doet. Als u hier vragen over heeft, kunt u terecht bij uw casemanager mammacare.

Een week na de operatie mag u starten met oefeningen doen. Bekijk de pagina: armoefeningen na borstoperatie

Zo gaat het verder

  • U krijgt een afspraak met de casemanager mammacare. Deze afspraak is 2 of 3 dagen na de operatie. De afspraak is via de telefoon.
  • De afspraak met de chirurg is ongeveer 8 tot 10 werkdagen na de operatie. Tijdens deze afspraak controleert de chirurg uw borst en het litteken. Ook bespreekt de chirurg met u de uitslag van het onderzoek van het weefsel rond de tumor. Soms blijkt uit de uitslag van het weefselonderzoek dat de tumor tijdens de operatie niet helemaal is weg genomen. Vaak is dan een tweede operatie nodig. Dit heet een re-excisie. De operatie verloopt hetzelfde als de vorige keer. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg het achtergebleven tumorweefsel. U krijgt geen nieuw litteken.

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

Iedere operatie heeft risico’s. Bij deze operatie bestaat een kleine kans op een ontsteking, te veel vocht bij de wond of een nabloeding.

Als u vragen heeft of zich zorgen maakt, kunt u de BorstZorg Monitor in MijnOLVG raadplegen. De BorstZorg Monitor is na de operatie voor u beschikbaar in MijnOLVG via: Heb ik zorg nodig? Met de BorstZorg Monitor kunt u thuis eenvoudig uw klachten na uw operatie meten en doorgeven. Wij kunnen u zo op afstand begeleiden.

Bel het ziekenhuis als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • U heeft pijn aan de borst en een strakke huid om de borst.
  • De huid van de borst krijgt een andere kleur.
  • De huid rond de borst is rood, gezwollen en warm.
  • Er komt pus uit het litteken.
  • De wond ziet er vreemd uit of geneest niet goed.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Casemanager mammacare
mammacare@olvg.nl

Mammapoli, locatie Oost, P3
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Mammapoli, locatie West, route 06
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Als de polikliniek niet bereikbaar zijn, belt u met klachten die echt niet kunnen wachten naar de Spoedeisende Hulp via het algemene telefoonnummer van OLVG.

OLVG, locatie West
020 510 89 11

OLVG, locatie Oost
020 599 91 11

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Oncologische Chirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: