Verwijderen okselklieren : okselkliertoilet bij borstkanker

Het verwijderen van de okselklieren heet ook wel okselkliertoilet. Bij een okselkliertoilet verwijdert de chirurg alle lymfeklieren in de oksel. Een okselkliertoilet duurt ongeveer 30 tot 60 minuten. U blijft na de operatie 1 nacht in het ziekenhuis.

Over het verwijderen van de okselklieren

Als kankercellen losraken van de tumor, komen de kankercellen als eerste in de lymfeklieren in de oksel terecht. Vanuit de lymfeklieren in de oksel kan de kanker zich verspreiden in het lichaam. Dit heet uitzaaien.
Als borstkanker uitzaait, gebeurt dit meestal via de lymfeklieren in de oksel. Als er uitzaaiingen in de okselklieren zijn, is het meestal nodig om de okselklieren te verwijderen. De chirurg verwijdert dan alle lymfeklieren in de oksel.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving bij een onderzoek of operatie.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Verdoving bij een onderzoek of operatie. 
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.
  • Regel dat iemand u met de auto uit het ziekenhuis ophaalt de dag na de operatie.
  • Zorg dat u paracetamol, gaasjes en huidvriendelijke pleisters in huis heeft voor na de operatie. Dit koopt u bij de drogist of apotheek.

  • Als u op locatie Oost wordt geopereerd, belt u de dag voor de operatie zelf tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling B5. U hoort dan hoe laat u de volgende dag naar het ziekenhuis moet komen.
  • Als u op locatie West wordt geopereerd, belt de afdeling u 2 werkdagen voor de operatie om door te geven hoe laat u naar dagbehandeling B3 moet komen.

Zo gaat de operatie

Voor de operatie

  • Trek kleren aan die u gemakkelijk aan en uit kunt trekken.
  • Na de operatie heeft u roze vlekken op uw borst. Dit komt door het ontsmettingsmiddel dat gebruikt wordt tijdens de operatie. De roze vlekken kunnen afgeven op uw kleding en zijn lastig uit uw kleding te verwijderen. Houd hier rekening mee als u uw kleren uitkiest.
  • Laat uw sieraden thuis.
  • U meldt zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling.
  • De verpleegkundige neemt een vragenlijst met u door.
  • Uw arts of verpleegkundige zet met een stift een pijl op de kant die geopereerd wordt.
  • U trekt de operatiekleding aan.
  • Als u een kunstgebit, gehoorapparaat of contactlenzen heeft, doet u deze uit.
  • De verpleegkundige brengt u naar de operatiekamer.

De operatie

  • De arts brengt een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht en medicijnen tijdens de operatie. Via het infuus krijgt u ook uw narcose.
  • De arts maakt een snee van ongeveer 10 tot 12 centimeter in de oksel. Als u ook een borstoperatie krijgt, loopt de snee door in het verlengde van de snee van uw borstoperatie.
  • De arts verwijdert de okselklieren.
  • Meestal krijgt u een wonddrain. Dit is een dun slangetje dat vocht en bloed uit de wond afvoert.

De operatie duurt ongeveer 1 uur

Na de operatie

  • de operatie brengt de verpleegkundige u naar de uitslaapkamer.
  • De verpleegkundige brengt u terug naar de verpleegafdeling als u helemaal wakker bent en alles goed gaat.
  • Op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken.
  • U heeft nog een infuus in uw arm. Het infuus mag eruit als u zelf weer eet en drinkt en als u geplast heeft.
  • Na een borstamputatie kunt uw arm aan de kant van de operatie vaak minder goed gebruiken. Uw casemanager mammacare heeft u voor de operatie beweegadviezen gegeven. U kunt thuis oefenen met de beweegadviezen.

Naar huis

  • Meestal kunt u de dag na de operatie naar huis.
  • Meestal gaat u naar huis zonder drain. Als u de drain nog moet houden, vertelt de verpleegkundige u hoe u de drain thuis verzorgt.
  • Voordat u naar huis gaat, bespreekt de verpleegkundige wat u thuis wel en niet kan doen.
  • De verpleegkundige geeft u uitleg over de verzorging van de wond.
  • Als dat nodig is krijgt u een recept voor medicijnen tegen pijn of misselijkheid.
  • U mag nog niet zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.

Uitstel operatie of ingreep?

Een operatie of ingreep kan soms niet doorgaan. Bijvoorbeeld als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. Om medische redenen krijgt deze patiënt altijd voorrang. U krijgt zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Opleidingsziekenhuis

OLVG is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat de specialist altijd wordt geholpen door een arts-assistent in opleiding tot specialist. Soms doet een arts-assistent (een deel van) de operatie of ingreep.

Zo gaat het verder

  • 2 tot 3 dagen na de operatie belt de casemanager mammacare u op. U krijgt hiervoor een afspraak. U bespreekt met de casemanager mammacare hoe het met u gaat. U bespreekt ook hoe het met uw wond gaat.
  • Binnen 2 weken na de operatie heeft u een afspraak met de chirurg in het ziekenhuis. De chirurg bespreekt met u de uitslag van de operatie. De chirurg bekijkt ook hoe het met de wond gaat. Afhankelijk van de uitslag kan de chirurg een aanvullende behandeling adviseren, zoals radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie en immunotherapie.
  • 1 week na uw afspraak bij de chirurg heeft u een afspraak met uw casemanager mammacare in het ziekenhuis. Uw casemanager mammacare bekijkt of er vocht in de wond zit. Als er vocht in de wond zit kan uw casemanager mammacare dit verwijderen.

Lees ook de webpagina Bewegen na borstamputatie, okselkliertoilet of borstamputatie met een reconstructie.

Klachten na het verwijderen van de okselklieren

Als de okselklieren bij u zijn verwijderd, kunt u klachten krijgen zoals:

  • Seroomvorming: Seroomvorming is vochtophoping rond de wond. Seroomvorming is niet gevaarlijk. Door seroomvorming kunt u klachten krijgen bij het bewegen van uw arm. Ook kunt u een trekkend gevoel krijgen rond uw borst. Uw casemanager mammacare kan het vocht met een naald wegzuigen.
  • Lymfoedeem: Lymfoedeem is een ophoping van lymfevocht. Uw arm wordt dan dikker. Ook kan de arm strak en gespannen voelen. U kunt zich moe voelen door lymfoedeem. Als u lymfoedeem heeft, is het belangrijk om naar een fysiotherapeut te gaan. Uw casemanager mammacare kan u een verwijzing geven voor een fysiotherapeut ie gespecialiseerd is in lymfoedeem.
  • Stijve schouder: Uw schouder kan stijf aanvoelen, het is dan lastiger om die te bewegen. Lees meer over stijve schouder na borstkanker op kanker.nl.
  • Minder gevoel of zenuwpijn: Bij een okselkliertoilet moet de chirurg vaak gevoelszenuwen van de oksel doorsnijden. Hierdoor heeft u geen of veel minder gevoel in de oksel en de binnenkant van de arm. Het gevoel kan voor een deel terugkomen.
    Sommige vrouwen blijven na het okselkliertoilet last houden van pijn of een naar gevoel aan de binnenkant van hun bovenarm en in de oksel. Artsen noemen dit neuropathische pijn of fantoompijn. Lees meer over pijn na borstkanker en mogelijke oplossingen hiervoor op kanker.nl.

Adviezen voor thuis

Bewegen

De eerste week na de operatie: U mag de arm functioneel gebruiken. Dit betekent dat u uw arm mag bewegen bij dagelijkse activiteiten, bijvoorbeeld bij uw lichamelijke verzorging en lichte huishoudelijke taken. U mag geen kracht gebruiken en u mag geen pijn hebben.
U mag de eerste week na de operatie niet autorijden of fietsen. Na deze week hangt het af van het herstel van uw arm en wond. Het is ook belangrijk dat u goed kunt reageren in onverwachte situaties. U bepaalt zelf of u weer gaat fietsen of autorijden.

1 week na de operatie: U start met alle oefeningen. De oefeningen staan op de webpagina Bewegen na borstamputatie, okselkliertoilet of borstamputatie met een reconstructie.

6 weken na de operatie: U mag alles weer doen, u mag ook sporten. Let erop dat u geen klachten krijgt.

  • Tot 6 weken na de operatie mag u geen zware dingen te duwen, trekken of tillen.
  • Probeer elke dag een stukje te wandelen. Begin rustig, en probeer na een tijdje 30 minuten te wandelen.
  • Als u nog een drain heeft, beweeg uw arm niet hoger dan uw schouders.
  • Doe het de eerste tijd rustig aan. Als u aan het einde van de dag merkt dat uw arm zwaar of vermoeid is, heeft u teveel gedaan. Wacht dan een paar dagen voor u weer verder oefent.
  • Het kan fijn zijn om uw arm wat hoger te leggen als u bijvoorbeeld in een stoel zit. Gebruik bijvoorbeeld een kussen onder uw arm.
  • Als u klachten heeft met bewegen, kunt u dit bespreken met uw casemanager mammacare. De casemanager mammacare kan u verwijzen naar een fysiotherapeut.

Litteken

Zolang de wond niet genezen is, raden we het gebruik van crèmes en deodorant af. Wanneer de wond goed genezen is, kunt u het litteken en de omliggende huid insmeren met een crème. Voor het gebruik van littekenproducten kunt u overleggen met de casemanager mammacare.

Lymfoedeem en wondjes

Na het verwijderen van de okselklieren kunnen wondjes sneller ontsteken. Ook kunt u last krijgen van lymfoedeem. Lymfeoedeem is een ophoping van lymfevocht. U merkt dit aan een zwelling of een zwaar gevoel in uw arm of borst. Lymfoedeem kan schadelijk zijn voor uw gezondheid.

Adviezen om geen wondjes te krijgen.

  • Vraag bij bloedafname, injecties, het inbrengen van een infuus of bij acupunctuur niet te prikken in het gebied met lymfoedeem. Soms is het toch nodig om een prik te krijgen in de arm die lymfoedeem heeft. Dan moet de plek ontsmet worden en met een verbandpleister op de huid afgedekt worden.
  • Draag tijdens huishoudelijk werk en werken in de tuin handschoenen. Loop niet op blote voeten. Er is dan minder kans op blaren en snijwonden, schaafwonden en brandwonden.
  • Gebruik bij het ontharen geen scheermesjes. Gebruik ontharingscrème.
  • Gebruik bij nagelverzorging een vijl in plaats van een schaar.
  • Laat geen tatoeage zetten.
  • Gebruik in de zon een zonnebrandmiddel met een hoge beschermingsfactor. Probeer niet te verbranden. Hierdoor verkleint u de kans op huidbeschadiging en vochtophoping in de huid.
  • Gebruik hypoallergene bodylotion. Dit is een lotion die weinig risico geeft op allergische reacties. Deze lotion houdt ook je huid soepel waardoor je minder kans hebt op barstjes en kloofjes.
  • Zorg dat u geen beten of krabben van huisdieren krijgt. Dit geldt vooral voor krabben van katten.
  • Zorg ervoor dat u geen insectenbeten krijgt:
    - Gebruik een middel tegen insecten.
    - Draag lange mouwen en lange pijpen.
    - Slaap onder een klamboe.
    - Plaats horren in huis.
  • Draag geen knellende kleding of sieraden om de doorstroom van het lymfevocht niet te hinderen.

 

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

Iedere operatie heeft risico’s. Bij deze operatie bestaat een kleine kans op een ontsteking, te veel vocht bij de wond of een nabloeding.

Als u vragen heeft of zich zorgen maakt, kunt u de BorstZorg Monitor in MijnOLVG raadplegen. De BorstZorg Monitor is na de operatie voor u beschikbaar in MijnOLVG via Zorgadvies. Met de BorstZorg Monitor kunt u thuis eenvoudig uw klachten na uw operatie meten en doorgeven. Wij kunnen u zo op afstand begeleiden.

Neem contact op met het ziekenhuis als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • Meer dan 38,5 graden koorts.
  • Pijn aan de borst en een strakke huid om de borst.
  • De wond ziet er gek uit of geneest niet goed.
  • Pus uit de wond.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Casemanager mammacare
mammacare@olvg.nl

Mammapoli, locatie Oost, P3
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Mammapoli, locatie West, route 06
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Verpleegafdeling Chirurgie B5, locatie Oost
020 599 25 03 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

Verpleegafdeling Chirurgie A4, locatie West
020 510 84 14 en 020 510 82 14 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Oncologische Chirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: