Borstamputatie : zonder reconstructie van de borst

Bij een borstamputatie haalt de chirurg de hele borst weg waar de tumor in zit. De chirurg verwijdert de tumor, het borstklierweefsel, een deel van de huid van uw borst en uw tepel. De operatie duurt ongeveer 1 uur. U blijft na de operatie 1 nacht in het ziekenhuis.

Over een borstamputatie

De chirurg kan een tumor in de borst verwijderen met een borstamputatie of met een borstsparende operatie. Bij de keuze tussen deze 2 operaties spelen onder andere deze medische factoren een rol: 

  • De grootte van de tumor in verhouding tot de grootte van uw borst.
  • Of u 1 of meerdere tumoren in uw borst heeft.
  • Als u jonger bent dan 35 jaar, is er een grotere kans dat de borstkanker terugkomt na een borstsparende operatie. Een borstamputatie kan daarom een betere keuze zijn.

Tijdens de borstamputatie verwijdert de chirurg de borst met de tumor. De chirurg verwijdert ook de tepel en de tepelhof.

Na de operatie is de vorm van uw borst weg. Uw bovenlichaam is plat aan de kant waar u bent geopereerd.
Als u wilt kunt u afbeeldingen zien van vrouwen die een borstamputatie hebben ondergaan. Kijk hiervoor op de website: www.ronduitplat.nl

  • De operatie gebeurt onder algehele narcose en duurt ongeveer 1 uur.
  • Vaak verwijdert de chirurg tijdens de borstamputatie ook 1 of meer schildwachtklieren. De schildwachtklieren zitten meestal in de oksel. Soms zitten de schildwachtklieren rond uw borstbeen of uw sleutelbeen. De schildwachtklieren rond uw borstbeen en uw sleutelbeen worden meestal niet verwijderd. De arts bespreekt voor de operatie met u of de schildwachtklieren worden verwijderd. U kunt hierover lezen op de pagina over schildwachtklieronderzoek.
  • Soms verwijdert de arts tijdens de borstamputatie ook alle lymfeklieren in de oksel. De arts bespreekt dit voor de operatie met u. U kunt hierover lezen op de pagina over het verwijderen van de okselklieren.
  • Na de operatie krijgt u als u dat wilt een uitwendige borstprothese. Deze borstprothese draagt u in uw bh.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.
  • Regel dat iemand u uit het ziekenhuis ophaalt de dag na de operatie.
  • Zorg dat u paracetamol, gaasjes en huidvriendelijke pleisters in huis heeft voor na de operatie. Dit koopt u bij de drogist of apotheek.

  • Als u op locatie Oost wordt geopereerd, belt u de dag voor de operatie zelf tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling B5. U hoort dan hoe laat u de volgende dag naar het ziekenhuis moet komen.
  • Als u op locatie West wordt geopereerd, belt de afdeling u 2 werkdagen voor de operatie om door te geven hoe laat u naar dagbehandeling B3 moet komen.

Zo gaat de operatie

Dag voor de operatie

Als u een onderzoek van de schildwachtklieren krijgt, heeft u een afspraak bij de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Dit is in OLVG, locatie West. Route 12.

Voor de operatie

  • Laat uw sieraden thuis.
  • U meldt zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling.
  • De verpleegkundige neemt een vragenlijst met u door.
  • Uw arts of verpleegkundige zet met een stift een pijl op de borst die geopereerd wordt.
  • U trekt de operatiekleding aan.
  • Als u een kunstgebit, gehoorapparaat of contactlenzen heeft, doet u deze uit.
  • De verpleegkundige brengt u naar de operatiekamer.
  • Na de operatie heeft u roze vlekken op uw borst. Dit komt door het ontsmettingsmiddel dat gebruikt wordt tijdens de operatie. De roze vlekken kunnen afgeven op uw kleding en zijn lastig uit uw kleding te verwijderen. Houd hier rekening mee als u uw kleren uitkiest.
  • Na de operatie kunt u een tijdelijke prothese en bh van OLVG krijgen. Neem een bh en een strak T-shirt of hemdje mee om de prothese na de operatie te passen.

De operatie

  • De arts brengt een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht en medicijnen tijdens de operatie. Via het infuus krijgt u ook uw narcose.
  • De chirurg verwijdert de gehele borst.
  • Als u heeft afgesproken dat u een onderzoek krijgt naar de schildwachtklieren, verwijdert de chirurg ook 1 of meer schildwachtklieren in de oksel.
  • Als u heeft afgesproken dat u een okselkliertoilet krijgt, verwijdert de chirurg ook alle lymfeklieren in de oksel.
  • De chirurg hecht de wond. U heeft na de operatie een groot litteken onder de huid. Meestal krijgt u een wonddrain. Dit is een dun slangetje dat vocht en bloed uit de wond afvoert.
  • De operatie duurt ongeveer 1 uur.

Na de operatie

  • Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer.
  • De verpleegkundige brengt u terug naar de verpleegafdeling als u helemaal wakker bent en alles goed gaat.
  • Op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken.
  • U heeft nog een infuus in uw arm. Het infuus mag eruit als u zelf weer eet en drinkt en als u geplast heeft.
  • De verpleegkundige geeft u uitleg over de verzorging van de wond.

Naar huis

  • Meestal kunt u de dag na de operatie naar huis.
  • Meestal gaat u naar huis zonder drain. Als u de drain nog moet houden, vertelt de verpleegkundige u hoe u de drain thuis verzorgt.
  • Samen met de verpleegkundige bekijkt u de wond. Als u wilt krijgt u een lichte prothese en een bh. U kunt dan meteen de prothese dragen. Dit is niet schadelijk voor de wond.
  • Voordat u naar huis gaat, bespreekt de verpleegkundige wat u thuis wel en niet kan doen.
  • Als dat nodig is krijgt u een recept voor medicijnen tegen pijn of misselijkheid.
  • U mag nog niet zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.
  • Na een borstamputatie kunt uw arm aan de kant van de operatie vaak minder goed gebruiken. Uw casemanager mammacare heeft u voor de operatie beweegadviezen gegeven. U kunt thuis oefenen met deze beweegadviezen.

Uitstel operatie of ingreep?

Een operatie of ingreep kan soms niet doorgaan. Bijvoorbeeld als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. Om medische redenen krijgt deze patiënt altijd voorrang. U krijgt zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Opleidingsziekenhuis

OLVG is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat de specialist altijd wordt geholpen door een arts-assistent in opleiding tot specialist. Soms doet een arts-assistent (een deel van) de operatie of ingreep.

Zo gaat het verder

  • 2 tot 3 dagen na de operatie belt de casemanager mammacare u op. U krijgt hiervoor een afspraak. U bespreekt met de casemanager mammacare hoe het met u gaat. U bespreekt ook hoe het met uw wond gaat.
  • Binnen 2 weken na de operatie heeft u een afspraak met de chirurg in het ziekenhuis. De chirurg bespreekt met u de uitslag van het onderzoek van het weefsel dat tijdens uw operatie is weggehaald. De chirurg bekijkt ook hoe het met de wond gaat.
  • 1 week na uw afspraak bij de chirurg heeft u een afspraak met uw casemanager mammacare in het ziekenhuis. Uw casemanager mammacare bekijkt of er vocht in de wond zit. Als er vocht in de wond zit kan uw casemanager mammacare dit verwijderen.

Adviezen voor thuis

Wassen en douchen

  • U mag vanaf 24 uur na de operatie gewoon douchen.
  • Wrijf geen zeep op en rond de wond.
  • Gebruikt geen bodylotion rond de wond.
  • Na 2 weken mag u in bad of zwemmen
  • Meestal loopt het litteken door tot in uw oksel. Als u een litteken in uw oksel heeft, gebruik dan geen deodorant tot uw afspraak bij de arts. De arts bespreekt met u wanneer u weer deodorant mag gebruiken.
  • De roze kleur van het desinfecterende middel op uw huid verdwijnt na een paar keer douchen. Houd er rekening mee dat dit afgeeft op uw kleding en handdoeken.

Wond en hechtingen

De hechtingen van de wond zitten onder de huid. Aan de buitenkant ziet u geen hechtingen, wel kunnen er knoopjes zitten aan de uiteinden van het litteken. De hechtingen lossen vanzelf op.

  • Als u last heeft van hechtingen, neemt u contact op met de casemanager mammacare. Uw casemanager mammacare kan de knoopjes in de hechtingen we halen.
  • De pleister die op de hechtingen zit, mag u meestal zelf verwijderen. Wanneer u de pleister moet verwijderen hangt af van de soort pleister die u heeft. De verpleegkundige bespreekt of de casemanager mammacare bespreekt dit met u.
  • Als er een beetje vocht uit de wond komt, kunt u het beste een los gaasje in uw bh leggen. U kunt het gaasje met een huidvriendelijke vast plakken.
  • Als de wond droog is, hoeft er geen verband meer op.
  • U kunt na de operatie een blauwe plek hebben rond de borst. De blauwe plek kan na een tijdje groen of geel worden en langzaam naar beneden zakken. Dit kan geen kwaad. De blauwe plek verdwijnt vanzelf.

Vochtophoping

Meestal ontstaat er na een borstamputatie vocht in het wondgebied. Dit heet seroomvorming. De ophoping van vocht kan geen kwaad. Het kan wel vervelend zijn.
U kunt door het vocht uw arm minder goed bewegen. Ook kunt u een gespannen gevoel hebben rond de borst, richting de hals of de oksel.

  • Als u last heeft van dit vocht kan de casemanager mammacare het vocht weghalen. Deze behandeling is meestal niet pijnlijk omdat de huid daar minder gevoel heeft.
  • De aanmaak van vocht kan meerdere weken of zelfs maanden duren. Het is mogelijk dat u meerdere keren terug moet komen voor het weghalen van vocht. Na een tijdje moet uw lichaam het vocht zelf meer opnemen.
  • Hebt u last van veel vocht. Doet het pijn of is het gebied rood en warm? Neem dan op met uw casemanager mammacare.

Litteken

  • Het is niet te voorspellen hoe het litteken eruit gaat zien.
  • Gebruik geen crèmes als de wond nog niet genezen is.
  • Pas als de wond helemaal is gesloten en u bij de arts bent geweest, kunt u het litteken gaan verzorgen. U kunt het litteken elke dag zachtjes masseren en insmeren met een crème. Kies bij voorkeur een crème zonder parfum.
  • Uw borst kan rond het litteken wat harder aanvoelen. Als u hierdoor uw arm minder goed kan bewegen, kunt u een verwijzing krijgen voor huidtherapeut of oedeemtherapeut.

Medicijnen      

  • De pijn na de operatie is bij iedereen anders. U kunt paracetamol nemen. Wacht niet tot u veel pijn heeft. Begin op tijd met het nemen van medicijnen.
  • Neem niet meer dan 4 keer per dag 1 tablet 1000 mg paracetamol of 4 keer per dag 2 tabletten 500 mg paracetamol.
  • Het is belangrijk om de paracetamol regelmatig op vaste tijden in te nemen.
  • Als de paracetamol niet genoeg helpt, mag u 2 keer per dag 500 mg naproxen erbij nemen. U kunt dan ook een medicijn nemen om uw maag te beschermen. Als u al eerder maagproblemen heeft gehad, overleg dan met uw arts. Zie ook de pagina: Naar huis met pijnstillers.
  • Na de operatie duurt het soms even voor de ontlasting weer op gang komt. Als dit bij u langer dan 2 tot 3 dagen duurt, kunt u een laxeermiddel nemen. U krijgt hiervoor een recept van uw arts of casemanager mammacare.

Beschadiging zenuwen

  • Bij de operatie worden zenuwen van uw borst en oksel doorgesneden. Hierdoor kunt u een doof of onprettig gevoel hebben aan de huid rondom het litteken. U kunt dit gevoel ook krijgen bij de huid van uw schouder en de binnenkant van uw arm. Vaak gaat dit na verloop over. Het dove gevoel kan blijvend zijn.
  • Soms krijgt iemand zenuwpijn. Dit heet ook wel postmastectomie pijnsyndroom of neuropathische pijn. De pijn kan voortdurend aanwezig zijn, maar ook af en toe. Vaak wordt de pijn erger bij inspanning, vermoeidheid, emoties en bij kou en hitte.
  • Het is ook mogelijk dat u het gevoel heeft dat de weggehaalde borst er nog is. Dit heet fantoompijn. Meestal verdwijnt deze klacht in de loop van 6 maanden vanzelf.
  • De klachten kunnen meteen of kort na de operatie optreden, maar soms ontstaat de pijn pas na maanden of zelfs jaren. Bespreek het met uw behandelend arts of met de casemanager mammacare. U kunt eventueel een verwijzing krijgen voor de Pijnpoli.

Bewegen en tillen

Voor uw herstel is het belangrijk dat u uw arm beweegt. Bouw het rustig op. U mag de eerste week na de operatie de arm bewegen bij dagelijkse activiteiten. Als een beweging veel pijn doet, moet u het rustiger aan doen. Na de eerste week kunnen de meeste vrouwen die een borstamputatie hebben gehad steeds meer bewegen.
Zie voor beweegadviezen de pagina: Beweegadviezen na een borstamputatie of okselkliertoilet.

  • Zolang u nog een drain heeft, mag u uw arm niet hoger dan uw schouder bewegen.
  • Autorijden en fietsen: We adviseren u de eerste week na de operatie niet auto te rijden of te fietsen. U kunt alleen autorijden of fietsen als uw wond goed genezen is en als u uw arm weer goed kunt gebruiken. Daarna kunt u zelf inschatten of u weer snel genoeg kan reageren in het verkeer en of u weer auto kunt autorijden en fietsen.
  • Tillen: U mag tot 6 weken na de operatie geen dingen tillen die zwaarder zijn dan 2 kilo. U mag ook geen zwaar huishoudelijk werk doen, zoals stofzuigen of uw bed verschonen. U kunt met uw casemanager bespreken of u al eerder zwaar huishoudelijk werk mag doen.
  • Sporten: U mag niet sporten tot uw afspraak met uw chirurg over de uitslag van het onderzoek. U overlegt met de arts of verpleegkundige wanneer u weer mag sporten.
  • Werken: U overlegt met uw arts wanneer u weer kunt werken.

Borstprothese

  • De tijdelijke borstprothese die u in het ziekenhuis heeft gekregen, kunt u na de operatie meteen dragen. In de bh die u van het ziekenhuis heeft gekregen zit een speciaal hoesje waarin de prothese past. U kunt de prothese in uw eigen bh dragen. Vaak is een bh zonder beugel in het begin het prettigst.
  • Als de wond goed genezen is en er 6 tot 8 weken geen vocht meer uit de wond komt, kunt u een siliconen borstprothese kopen. Bespreek dit met uw casemanager mammacare. U heeft een verwijzing van de casemanager mammacare nodig.
  • U kunt in uw bh’s een hoesje maken voor de prothese. U kunt ook een speciale bh kopen voor een borstprothese.
  • Kijk voor meer informatie op de pagina Uitwendige borstprothese.

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

Iedere operatie heeft risico’s. Bij deze operatie bestaat een kleine kans op een ontsteking, te veel vocht bij de wond of een nabloeding.

Als u vragen heeft of zich zorgen maakt, kunt u de BorstZorg Monitor in MijnOLVG raadplegen. De BorstZorg Monitor is na de operatie voor u beschikbaar in MijnOLVG via: Heb ik zorg nodig? Met de BorstZorg Monitor kunt u thuis eenvoudig uw klachten na uw operatie meten en doorgeven. Wij kunnen u zo op afstand begeleiden.

Neem contact op met het ziekenhuis als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • U heeft pijn aan de borst en een strakke huid om de borst.
  • De huid van de borst krijgt een andere kleur.
  • De huid rond de borst is rood, gezwollen en warm.
  • Er komt pus uit het litteken.
  • De wond ziet er vreemd uit of geneest niet goed.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Casemanager mammacare
mammacare@olvg.nl

Mammapoli, locatie Oost, P3
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Mammapoli, locatie West, route 06
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Plastische Chirurgie, locatie Oost, P4
020 510 86 70 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
plasticsurgery@olvg.nl

Verpleegafdeling Chirurgie B5, locatie Oost
020 599 25 03 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

Verpleegafdeling Chirurgie A4, locatie West
020 510 84 14 en 020 510 82 14 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Oncologische Chirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: