Borstamputatie met directe reconstructie met een prothese : borstprothese en tissue expander

Bij een borstamputatie met directe borstreconstructie krijgt u tijdens 1 operatie een amputatie en een reconstructie van de borst. Eerst haalt de chirurg uw gehele borst waar de tumor in zit weg, dit heet een amputatie. Daarna voert de plastisch chirurg de borstreconstructie uit.

Over de borstamputatie

  • De chirurg verwijdert uw borst met de tumor en het borstklierweefsel. De chirurg probeert de huid van uw borst zoveel mogelijk behouden voor de borstreconstructie. Soms is het mogelijk om de tepel en tepelhof te behouden. De chirurg en plastisch chirurg bepalen of dat mogelijk is.
  • Vaak verwijdert de chirurg tijdens de borstamputatie ook 1 of meer schildwachtklieren. De chirurg bespreekt dit voor de operatie met u. U kunt hierover lezen op de pagina: Schildwachtklierprocedure
  • Soms verwijdert de chirurg tijdens de borstamputatie ook alle lymfeklieren in de oksel. De chirurg bespreekt dit voor de operatie met u. U kunt hierover lezen op de pagina: Verwijderen van de okselklieren.

Over een directe borstreconstructie

Er zijn 2 mogelijkheden bij een directe reconstructie met een prothese :

  1. U krijgt eerst een tissue expander en daarna een prothese.
  2. U krijgt direct een prothese.

De plastisch chirurg bespreekt met u wat voor u de beste manier is.
Als u al weet dat u na de operatie bestraald moet worden, is het vaak beter de reconstructie uit te stellen. De bestraling geeft een verhoogde kans op complicaties na de operatie.

Tissue expander

Meestal plaatst de plastisch chirurg eerst een tissue expander. Dit is een ballonnetje dat gevuld wordt met vocht. Door de tissue expander komt er meer ruimte in uw borst om de prothese te plaatsen. De plastisch chirurg vult dit ballonnetje tijdens de operatie soms al met wat vocht. Na de operatie komt u een aantal keer terug. De plastisch chirurg spuit dan steeds een klein beetje vocht in het ballonnetje. Het inspuiten van het vocht duurt een paar minuten. Het doet geen pijn.
Door de tissue expander wordt de huid in uw borst opgerekt. Als de huid genoeg is opgerekt, krijgt u een nieuwe operatie waarbij de plastisch chirurg een definitieve prothese plaatst. Meestal is dit 3 tot 6 maanden na de eerste operatie.

Er zijn verschillende redenen waarom een tissue expander nodig kan zijn:

  • U heeft grote borsten: om de hele prothese te bedekken met uw huid, moet de huid eerst opgerekt worden met een tissue expander.
  • Uw borstspier is te kort.
  • Tijdens de operatie lijkt de huid niet goed genoeg doorbloed te zijn om meteen een prothese te plaatsen.

Prothese

Als het mogelijk is, krijgt u meteen een prothese. Soms kan de plastisch chirurg pas tijdens de operatie zien of u toch eerst een tissue expander nodig heeft.
De prothese die u krijgt voor uw borst is gevuld met siliconen. Er zijn verschillende soorten protheses. Uw plastisch chirurg adviseert welke prothese voor u het beste is.

Het resultaat

Bij een borstreconstructie probeert de plastisch chirurg zo goed mogelijk uw borst na te maken. Maar een nieuwe borst is altijd anders dan uw eigen borst:

  • De nieuwe borst zal wat meer rechtop staan en de borst zal minder uitzakken dan de eigen borst.
  • De grootte van de nieuwe borst zal iets anders zijn. Soms kunt u na een tijdje nog een extra operatie krijgen om uw beiden borsten meer op elkaar te laten lijken.
  • Door de prothese kan de nieuwe borst kouder aanvoelen dan uw eigen borst. U heeft ook geen gevoel in de nieuwe borst.
  • De huid van de nieuwe borst is dun, u kunt daarom een randje van de prothese voelen.
  • Soms kan de borstspier zich aanspannen over de prothese heen. Dit geeft trekkingen.
  • Als de operatie goed is gegaan, kunt u later kiezen of u nog een tepelreconstructie of tepelhoftatoeage wilt krijgen. De plastische chirurg bespreekt de mogelijkheden met u.
  • Een siliconen borstprothese slijt en kan niet altijd de rest van uw leven blijven zitten. Het kan dat de prothese in de toekomst een keer vervangen moet worden. U krijgt na ongeveer 10 jaar een controle. De prothese wordt vervangen als u klachten heeft.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.
  • Als u op locatie Oost wordt geopereerd, belt u de dag voor de operatie zelf tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling B5. U hoort dan hoe laat u de volgende dag naar het ziekenhuis moet komen.
  • Als u op locatie West wordt geopereerd, belt de afdeling u 2 werkdagen voor de operatie om door te geven hoe laat u naar dagbehandeling B3 moet komen.

  • Regel als het nodig is voor de eerste 6 weken na de operatie hulp. Na de operatie mag u 6 weken uw arm niet hoger dan uw schouder bewegen. U mag ook 6 weken uw borstspieren niet belasten: u mag bijvoorbeeld niet tillen, de hond niet uitlaten, of zwaar huishoudelijk werk doen, zoals stofzuigen of uw bed verschonen.
  • Zorg ervoor dat iemand u na de operatie met een auto ophaalt en naar huis brengt.
  • Zorg dat u paracetamol in huis heeft voor na de operatie.

Zo gaat de operatie

Dag voor de operatie

  • Als u een onderzoek van de schildwachtklieren krijgt, heeft u een afspraak bij de afdeling Nucleaire Geneeskunde in OLVG, locatie West, route 12.
  • Als de operatie op locatie Oost is belt u de dag voor de operatie zelf tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling B5. U hoort dan hoe laat u de volgende dag naar het ziekenhuis moet komen.

Voor de operatie

  • Trek kleren aan die u gemakkelijk aan en uit kunt trekken.
  • Na de operatie heeft u roze vlekken op uw borst. Dit komt door het ontsmettingsmiddel dat gebruikt wordt tijdens de operatie. De roze vlekken kunnen afgeven op uw kleding en zijn lastig uit uw kleding te verwijderen. Houd hier rekening mee als u uw kleren uitkiest.
  • Laat uw sieraden thuis.
  • U meldt zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling.
  • De verpleegkundige neemt een vragenlijst met u door.
  • De arts of verpleegkundige zet met een stift een pijl op de borst die geopereerd wordt.
  • U trekt de operatiekleding aan.
  • Als u een kunstgebit, gehoorapparaat of contactlenzen heeft, doet u deze uit.
  • De verpleegkundige brengt u naar de afdeling.

De operatie

  • De verpleegkundige brengt een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht en medicijnen tijdens de operatie. Via het infuus krijgt u ook uw narcose.
  • De chirurg verwijdert de gehele borst.
  • Als u heeft afgesproken dat u een onderzoek krijgt naar de schildwachtklieren verwijdert de chirurg ook 1 of meer schildwachtklieren in de oksel.
  • Als u heeft afgesproken dat u een okselkliertoilet krijgt, verwijdert de chirurg ook alle lymfeklieren in de oksel.
  • De plastisch chirurg start met de borstreconstructie. De plastisch chirurg plaatst de tissue expander of de prothese onder of boven de borstspier.
  • De plastisch chirurg hecht de wond.
  • De plastisch chirurg plaatst een drain in de wond. Een drain is een dun slangetje dat vocht en bloed uit de wond afvoert.

Na de operatie

  • Na de operatie brengt de verpleegkundige u naar de uitslaapkamer.
  • De verpleegkundige brengt u terug naar de verpleegafdeling als u helemaal wakker bent en alles goed gaat.
  • Op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken.
  • U heeft nog een infuus in uw arm. Vaak wordt er 24 uur na de ingreep nog antibiotica via het infuus gegeven.
  • De verpleegkundige geeft u de dag na de operatie uitleg over de verzorging van de wonden.
  • U overlegt met uw plastisch chirurg wanneer u weer mag douchen.
  • Een fysiotherapeut komt langs om u beweegadviezen te geven.
  • De plastisch chirurg bepaalt wanneer de drain uit mag. Meestal heeft u nog een drain als u naar huis mag. De verpleegkundige vertelt u dan hoe u de drain thuis verzorgt. Meer informatie leest u hierover op de pagina: Met een drain naar huis
  • De hechtingen kunnen in het begin gevoelig zijn.

Uitstel operatie of ingreep?

Een operatie of ingreep kan soms niet doorgaan. Bijvoorbeeld als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. Om medische redenen krijgt deze patiënt altijd voorrang. U krijgt zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Opleidingsziekenhuis

OLVG is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat de specialist altijd wordt geholpen door een arts-assistent in opleiding tot specialist. Soms doet een arts-assistent (een deel van) de operatie of ingreep.

Naar huis

Meestal mag u na 1 of 2 nachten na de operatie weer naar huis.
U krijgt recepten voor pijnstelling mee naar huis.

Zo gaat het verder

  • Overleg u met uw plastisch chirurg wanneer u weer mag douchen. Meestal mag u de dagna de operatie weer douchen.
  • Meestal mag u de eerste dagen geen bh dragen. De plastisch chirurg adviseert u over het dragen van een sport-bh of een normale bh na de operatie. Het is belangrijk dat er geen druk komt op de borst en dat een bh niet knelt.
  • De wond is onderhuids gehecht. Als er geen vocht meer uit de wond komt, hoeft u geen pleister of gaasje meer te gebruiken. Als er een doorzichtige pleister op de wond zit, laat u deze zitten tot u terugkomt op de polikliniek Plastische Chirurgie
  • U mag de eerste 3 maanden niet naar de sauna of de zonnebank. De huid rond uw borst is heel dun en kwetsbaar. De huid kan de hitte niet aan.
  • Als u in de zon gaat, is het belangrijk dat u de huid goed insmeert met factor 30 of hoger. Het beste is als u de borst ook bedekt met een stuk kleding. De huid is dun en kan snel verbranden.
  • De eerste weken na de ingreep zal u hulp nodig hebben in het huishouden.

Bewegen en tillen

Voor uw herstel is het belangrijk dat u uw arm beweegt. Bouw het rustig op. U mag de eerste week na de operatie de arm bewegen bij dagelijkse activiteiten. Als een beweging veel pijn doet, moet u het rustiger aan doen. Na de eerste week kunnen de meeste vrouwen die een borstamputatie hebben gehad steeds meer bewegen.
Na de operatie mag u 6 weken uw arm niet hoger dan uw schouder bewegen. U mag ook 6 weken uw borstspieren niet belasten: u mag bijvoorbeeld niet tillen, de hond niet uitlaten, of zwaar huishoudelijk werk doen, zoals stofzuigen of uw bed verschonen.
Zie voor beweegadviezen de pagina: Beweegadviezen na een borstamputatie of okselkliertoilet.

Complicaties

Na een borstreconstructie met een prothese of tissue expander is er een kleine kans op complicaties. Soms moet u dan opnieuw geopereerd worden:

  • Een nabloeding: Als u een nabloeding heeft, gaan er bloedvaten open die de chirurg tijdens de operatie heeft dicht gemaakt. Als er te veel bloed ophoopt in uw bloedvaten, moet u worden geopereerd.
  • Een infectie: Als u een infectie in uw borst krijgt, moet de prothese meestal weer verwijderd worden. Als u een infectie heeft, wordt uw borst warm en rood en kunt u koorts krijgen. Als uw lichaam weer hersteld is kan de chirurg een nieuwe borstreconstructie doen. Dit is pas 3 maanden nadat de prothese verwijderd is. Soms moet er dan ook eigen weefsel worden toegevoegd
  • Afsterven van de huid: De huid die gespaard is bij de ingreep is dun en kwetsbaar. Op de plek van het litteken, krijgt de huid de minste bloed. Uw huid kan dan in de dagen na de operatie afsterven. Dit heet ook wel necrose. De huid wordt dan donker. Als uw huid afsterft, moet de chirurg de huid tijdens een operatie verwijderen.
  • Kapselvorming: Kapselvorming betekent dat er littekenweefsel om de prothese heen ontstaat. Hierdoor kan uw borst hard en pijnlijk worden. Als u klachten heeft, moet de prothese in uw borst vervangen worden. Bestraling geeft een grotere kans op kapselvorming.

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

Iedere operatie heeft risico’s. Bij deze operatie bestaat een kleine kans op een ontsteking, te veel vocht bij de wond of een nabloeding.

Als u vragen heeft of zich zorgen maakt, kunt u de BorstZorg Monitor in MijnOLVG raadplegen. De BorstZorg Monitor is na de operatie voor u beschikbaar in MijnOLVG via: Heb ik zorg nodig? Met de BorstZorg Monitor kunt u thuis eenvoudig uw klachten na uw operatie meten en doorgeven. Wij kunnen u zo op afstand begeleiden.

Neem contact op met het ziekenhuis als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • U heeft pijn aan de borst en een strakke huid om de borst.
  • De huid van de borst krijgt een andere kleur.
  • De huid rond de borst is rood, gezwollen en warm.
  • Er komt pus uit het litteken.
  • De wond ziet er vreemd uit of geneest niet goed.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Casemanager mammacare
mammacare@olvg.nl

Mammapoli, locatie Oost, P3
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Mammapoli, locatie West, route 06
020 510 81 95 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Plastische Chirurgie, locatie Oost, P4
020 510 86 70 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
plasticsurgery@olvg.nl

Verpleegafdeling Chirurgie B5, locatie Oost
020 599 25 03 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

Verpleegafdeling Chirurgie A4, locatie West
020 510 84 14 en 020 510 82 14 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Plastische, reconstructieve, en handchirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: