Aandoeningen & behandelingen

Longfibroseu kunt hiervoor terecht bij Longgeneeskunde

Bij longfibrose wordt het longweefsel beschadigd door de vorming van bindweefsel (littekens). Door deze littekens worden de longen stugger. Hierdoor kunnen ze steeds minder goed zuurstof opnemen.

Longfibrose is een chronische ziekte. Meestal is de ziekte progressief. Dat betekent dat de klachten geleidelijk toenemen. Na verloop van tijd krijgt iemand steeds meer klachten.
De groep longziekten waarbij fibrose een rol speelt wordt door artsen ook wel interstitiële longziekten genoemd.

Hoe ontstaat het?

Bij ongeveer de helft van de mensen met longfibrose kunnen artsen een duidelijke oorzaak voor de ziekte aanwijzen. Bij de andere helft is het niet mogelijk een oorzaak te vinden. Dit worden idiopathische vormen van longfibrose genoemd. Wanneer de oorzaak van longfibrose niet behandeld of weggenomen kan worden, gaat de longfunctie bij de meeste vormen van longfibrose geleidelijk achteruit. De bekendste oorzaken zijn:

  • Langdurige blootstelling aan bepaalde stoffen op het werk (zoals asbest of stof bij mijn werkers)
  • Medicijnen, waaronder chemotherapie (en soms bestraling) bij kanker
  • Ziektes aan het immuunsysteem zoals reumatoïde artritis o systemische sclerose
  • Langdurige blootstelling aan bepaalde organische materialen (bijvoorbeeld duivenmest of vochtig hooi)
  • Sarcoïdose, een doorgaans niet levensbedreigende ziekte, waarbij een klein deel van de patiënten longfibrose krijgt
  • Als restverschijnsel na een ernstige infectie
  • Erfelijke belasting; bij een klein deel van de mensen met longfibrose speelt erfelijkheid een rol.

Klachten

  • kortademig zijn, vooral bij inspanning
  • een benauwd gevoel hebben
  • hoesten
  • de lichamelijke conditie wordt langzaam slechter

Vragen & contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Longgeneeskunde.