Aandoeningen & behandelingen

Shunt voor hemodialyseu kunt hiervoor terecht bij Chirurgie en Nierziekten

Voor een hemodialysebehandeling is een toegang tot de bloedbaan nodig. De beste toegang tot de bloedbaan is een shunt. Deze shunt wordt met een kleine operatie meestal in de arm aangelegd. Een shunt is een verbinding tussen een ader en een slagader, door een chirurg aangelegd. Meestal wordt deze shunt in de onderarm gemaakt. De aangelegde shunt wordt gebruikt bij een hemodialysebehandeling. U wordt dan geprikt met 2 naalden op de plaats van de shunt.

Verloop

De behandeling

Waarom is een shunt nodig?

De toegang tot de bloedbaan is nodig om het bloed te kunnen zuiveren van afvalstoffen. De shunt wordt elke dialyse aangeprikt. Een gewone ader kan daar niet voor gebruikt worden, omdat daar te weinig bloed door stroomt en omdat deze niet stevig genoeg is om telkens te worden aangeprikt.

Kleine operatie

Tijdens een kleine operatie maakt de arts een verbinding tussen de ader en de slagader. Hierdoor kan er meer bloed door de ader stromen en wordt de wand van de ader dikker en steviger. Deze toegang wordt een shunt genoemd. Bij voorkeur wordt een shunt aangelegd in de onderarm. Dit gebeurt in de arm die het minst gebruikt wordt. Een shunt kan ook aangelegd worden in de bovenarm of eventueel het bovenbeen.

Na de behandeling

Na de operatie moet de patiënt dagelijks zijn shunt controleren.

Vragen & contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de een van onderstaande afdelingen: