Aandoeningen & behandelingen

Anesthesiologie en nuchterbeleid kinderenu kunt hiervoor terecht bij Anesthesiologie

Om de anesthesie tijdens de operatie veilig te laten verlopen, is een goede voorbereiding noodzakelijk. Vanaf hoe laat moet uw kind nuchter zijn? Mag uw kind medicijnen innemen? Welke mogelijkheden voor verdoving (anesthesietechnieken) zijn er? Dat en meer leest u hier.

 

Verloop

Afspraak verdoving

Om de anesthesie tijdens de operatie veilig te laten verlopen, is een goede voorbereiding noodzakelijk. Ook de pijnbestrijding na de operatie of het onderzoek is natuurlijk van belang. Hoe minder narcose (anesthesie) nodig is, hoe sneller uw kind zal herstellen. Om dit te bespreken heeft u een telefonische afspraak met de anesthesioloog of een gespecialiseerd medewerker (physician assistent).

Telefonische afspraak

De anesthesioloog of de speciaal hiervoor opgeleide medewerker (physician assistant) stelt vragen over de gezondheid van uw kind. Hij bespreekt met u en uw kind welke vorm van verdoving voor uw kind het meest veilig is. Daarnaast geeft hij informatie, bijvoorbeeld over nuchter zijn. Gebruikt uw kind medicijnen? Dan maakt hij afspraken met u over het innemen van de medicijnen rondom de operatie. 

Voorbereiden telefonische afspraak

  • Lees voor de afspraak deze informatie goed door.
  • Kijk ook op de kinderpagina.

Medicijnen

Mogelijk belt een medewerker van de ziekenhuisapotheek u op de dag vóórdat u een afspraak heeft. De medewerker bespreekt met u het eventuele medicijngebruik van uw kind. Bent u niet gebeld? Dan bespreken we het eventuele medicijngebruik van uw kind tijdens uw telefonische afspraak .

Opnamedatum

De opnamedatum voor uw kind krijgt u via de planner van uw behandelend specialist.

Nuchter zijn

Voor de operatie is het belangrijk dat:

  • De gezondheid van uw kind voldoende is
  • U de afspraken opvolgt over medicijngebruik van uw kind
  • Uw kind nuchter is. Nuchter betekent dat uw kind voor de operatie een lege maag heeft
  • Uw kind onder begeleiding en met de auto naar huis gaat

Voor de operatie moet uw kind tijdig stoppen met eten en drinken. Dit noemen we nuchter zijn. Als uw kind op het juiste moment nuchter is, kan dit ook een sneller herstel bevorderen. Dus niet langer dan nodig. Uw kind zal zich dan voor en na de operatie of het onderzoek beter voelen.

Nuchter zijn bij borstvoeding of flesvoeding

Tot 6 uur voor de operatie of het onderzoek

Eten:       borstvoeding of flesvoeding
Drinken: alleen water, heldere appelsap of aanmaaklimonade

Tot 4 uur voor de operatie of het onderzoek

Eten:        alleen borstvoeding
Drinken: alleen water, heldere appelsap of aanmaaklimonade

Vanaf 2 uur voor de operatie of het onderzoek

Eten:       niets
Drinken: niets

Nuchter zijn voor kinderen

Tot middernacht (00.00 uur ‘s nachts) voor de operatie of het onderzoek

Eten:       alles 
Drinken: alles

Vanaf middernacht (00.00 uur ´s nachts) tot 2 uur voor de operatie of het onderzoek

Eten:        niets
Drinken:  alleen water, heldere appelsap, aanmaaklimonade
                  Let op! Heeft uw kind suikerziekte (diabetes)? Dan alleen water drinken.

Vanaf 2 uur voor de operatie of het onderzoek

Eten:        Niets
Drinken:  Niets

Zorg dat uw kind niet langer dan nodig nuchter is. Hij zal zich dan voor en na de operatie beter voelen

Welke medicijnen mag uw kind innemen?

Volg de afspraken die u heeft gemaakt met de anesthesioloog of physician assistant. De afspraken vindt u in de instructiebrief die u ontvangt na uw telefonische afspraak met de anesthesioloog.

Dag van de operatie

De operatie

Eén ouder of verzorger mag mee naar de operatiekamer, ook bij spoedoperaties. U mag blijven tot uw kind inslaapt.

In de operatiekamer

De veiligheid van uw kind

  • Voor de veiligheid van uw kind controleren we ook in de wachtruimte en operatiekamer nog een keer alle belangrijke gegevens, zoals de identiteit van uw kind, de operatie of het onderzoek en eventueel de te opereren zijde.
  • Tijdens de operatie of het onderzoek bewaken we het hartritme, de bloeddruk en ademhaling van uw kind.

Narcose (algehele verdoving)

Uw kind krijgt verdoving via een kapje of via een infuusbuisje. De anesthesioloog brengt met medicijnen uw kind in een diepe slaap zodat hij niets van de operatie merkt.

  • Bij kinderen tot ongeveer 6 jaar geeft de anesthesioloog het slaapmiddel als damp via een kapje. Uw kind ademt zo de medicijnen in. Zodra uw kind in slaap is krijgt hij een infuusbuisje in de arm.
  • Kinderen die ouder zijn dan 6 jaar krijgen meteen een infuusbuisje in de arm. Hiervoor wordt de huid eerst plaatselijk verdoofd met een verdovingspleister. Daarna geeft de anesthesioloog het slaapmiddel direct door het buisje in de arm. De behandelend arts bepaalt wanneer dit infuus na de operatie of het onderzoek weer wordt verwijderd.

Tijdens de narcose is het vaak nodig via de mond een buisje (tube) in de luchtpijp aan te brengen. Zo is een normale ademhaling mogelijk. We brengen dit buisje in nadat uw kind in slaap gevallen is.

Welke anesthesioloog voert de anesthesie uit?

De anesthesioloog die verantwoordelijk is voor de anesthesie tijdens de operatie of het onderzoek kan een andere anesthesioloog zijn dan degene die u op de polikliniek Anesthesiologie heeft gezien.

Na de operatie

Recovery

Na de operatie of het onderzoek gaat uw kind enige tijd naar de uitslaapkamer (Recovery).
U mag daarbij aanwezig zijn. In overleg met de anesthesioloog beoordelen de medewerkers van de uitslaapkamer wanneer uw kind teruggaat naar de Kinderverpleegafdeling of Dagbehandeling.

Pijnbestrijding na de operatie

De anesthesioloog zorgt de eerste 24 uur voor de pijnbestrijding van uw kind. Wanneer uw kind is opgenomen op de kinderafdeling neemt de behandelend arts dit over.

Pijnbestrijding thuis

De kinderverpleegkundige geeft u bij ontslag uitleg over pijnmedicatie thuis. Zorg dat u paracetamol (tabletten of zetpillen) in huis heeft. De anesthesioloog of behandelend arts bepaalt of uw kind andere pijnmedicatie nodig heeft. Als dat zo is, krijgt u een recept mee.

Weer thuis

  • Na algehele anesthesie kan uw kind last hebben van misselijkheid en braken. Als dat het geval is, krijgt u een recept mee voor medicijnen tegen misselijkheid en braken.
  • Heeft uw kind naast de algehele anesthesie ook een regionale anesthesie gehad waarbij een lichaamsdeel is verdoofd? Let erop dat uw kind de eerste dag na de operatie of het onderzoek extra voorzichtig is. Het kan zijn dat het gevoel in het lichaamsdeel nog niet helemaal is teruggekeerd.
  • Als uw kind klaagt over keelpijn of heesheid hoeft u zich niet ongerust te maken. Deze klachten verdwijnen na een of twee dagen vanzelf.

Tips

  • Neem mee

    Geldig identiteitsbewijs (ook voor kinderen vanaf 30 dagen)

Vragen & contact

Heeft u vragen? Neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Anesthesiologie van OLVG. Laatst gewijzigd: 14 mei 2021