Aandoeningen & behandelingen

Schouder - slijtage of artrose u kunt hiervoor terecht bij Orthopedie

Bij schouderslijtage of artrose van de schouder is sprake van slijtage van het kraakbeen. Normaal gesproken beweegt een schoudergewricht soepel. Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom, die vastzit aan het schouderblad en de kop van de bovenarm. Hier omheen zit gewrichtskapsel en om het gewricht soepel te laten bewegen zijn de botuiteinden bekleed met kraakbeen. Ook bevat het gewrichtsvloeistof (synoviale vloeistof) die de botuiteinden smeert en helpt bij het opvangen van schokken.

Door de artrose wordt de kwaliteit van het kraakbeen minder of verdwijnt het zelfs helemaal. Ook neemt de hoeveelheid synoviale vloeistof af in het gewricht. Hierdoor kunnen de botten over elkaar gaan schuren, wat voor pijnklachten zorgt.

Ontstaan van slijtage van de schouder

Artrose kan ontstaan door veroudering van het kraakbeen, een trauma (botbreuk) in het verleden, chronische belasting (zwaar werk of intensief sporten) of als gevolg van reumatoïde artritis (ontsteking van het gewricht). Bij reumatoïde artritis zijn vaak meerdere gewrichten aangetast.

Klachten

  • Pijn: dit treedt met name op bij het bewegen van de schouder. Het is vaak wisselend van dag tot dag. Gedurende de dag neemt de pijn vaak toe. Er kunnen ook startpijn optreden, dit zijn pijnklachten die ontstaan nadat de schouder een tijdje niet gebruikt is. Bij een vergevorderd stadium van artrose kan er ook nachtpijn optreden.  
  • Stijfheid: met name na een periode van rust kan het gewricht stijf zijn, dit heet startstijfheid. Ook kan het in de ochtend stijver aanvoelen dan normaal. Meestal trekt dit weer weg na bewegen van de schouder.
  • Bewegingsbeperking: door de pijn en stijfheid van de artrose en de eventuele osteofyten (botuitsteeksels) kan de schouder minder goed bewegen.
  • Zwelling: door een ontstekingsreactie in het gewricht kan er vocht ontstaan, waardoor zwelling in de schouder ontstaat.
  • Kraken: door de verminderde kwaliteit van het kraakbeen, kan er een krakend geluid of gevoel ontstaan.

Onderzoeken

Voorbereiding

Voor uw opname heeft u een afspraak bij de polikliniek anesthesiologie voor pre-operatief onderzoek. Hier heeft u een gesprek over de manier van verdoven en de gang van zaken rondom uw operatie. Om complicaties te voorkomen is het belangrijk dat u 4 weken voor en 4 weken na de operatie stopt met roken. Zorg dat u iemand heeft die u kan komen ophalen na de operatie.

Tevens is het belangrijk om hulp voor na de operatie te regelen. U draagt 6 weken dag en nacht een sling. Hierdoor bent u voor bepaalde taken in en om het huis op hulp van anderen aangewezen.

De behandeling

Er zijn verschillende typen schouderprothesen. Afhankelijk van uw leeftijd, de kwaliteit van de spieren en pezen en de mate van slijtage, beslist de orthopedisch chirurg welke prothese het meest voor u geschikt is.

Behandelingen

Er bestaat geen genezing voor artrose van de schouder. Wel bestaan er behandelingen die de klachten kunnen verminderen. Deze behandelingen zijn gericht op het verlichten van de pijn en het kunnen blijven gebruiken van de schouder.

Er wordt altijd eerst gekozen voor een niet-operatief behandeltraject, in de vorm van pijnbestrijding (medicatie of injectie). Een verwijzing naar een pijnspecialist kan tot de optie behoren.

De voorkeur gaat uit om zo lang mogelijk de klachten met pijnmedicatie te behandelen en een operatieve behandeling, een schouderprothese, zo lang mogelijk uit te stellen. Een operatie brengt altijd risico’s en complicaties met zich mee en de prothese heeft een beperkte levensduur. Indien de pijnbestrijding niet het gewenste resultaat geeft, kan er uiteindelijk gekozen worden voor een schouderprothese.

Anatomische schouderprothese

Hierbij wordt de kop van de bovenarm vervangen en ook de schouderkom. De rotator-cuffspieren rondom de schouder moeten hiervoor van goede kwaliteit zijn.  

Reversed schouderprothese

Indien de rotator cuff niet goed functioneert of beschadigd is, dan wordt een omgekeerde schouderprothese geplaatst. Hierbij wordt een kop op de oorspronkelijke kom geplaatst en de kom op de plaatst van de kop. Het voordeel hiervan is dat de gescheurde rotator cuff niet meer nodig is om de schouder te heffen. De deltaspier (musculus deltoideus) neemt deze functie over.

Na de behandeling

De dag na de operatie zal er een röntgenfoto gemaakt worden ter controle. Ook start u deze dag met oefeningen onder begeleiding van de fysiotherapeut.

U draagt de eerste 6 weken na de operatie dag en nacht een shoulder immobiliser. De duur van de opname is ongeveer 3 dagen. Voor ontslag is het belangrijkst dat de pijn onder controle is.

Na 2 weken komt u terug op de poli voor het verwijderen van de hechtingen.

Verkeer

U dient er rekening mee te houden dat u na de operatie geen auto mag rijden en niet mag fietsen. Totdat de pijn minder is en u een goede controle over de arm en schouder heeft, zodat deelnemen aan het verkeer verantwoord is.

Complicaties

Bij iedere operatie bestaat een kans op een complicatie. Gelukkig komen deze bij een schouderoperatie zelden voor. Toch is het van belang dat u hiervan op de hoogte bent.

Algemene complicaties

  • Nabloeding
  • Wondinfectie
  • Zenuwbeschadiging
  • Breuk van het bot

Specifieke complicatie

  • Stijve schouder: Na een schouderoperatie kunnen verklevingen optreden. Door de vorming van littekenweefsel kan de schouder stijf worden.

Vragen & contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met afdeling Orthopedie.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Orthopedie van OLVG. Laatst gewijzigd: 29 december 2020