OLVG

Verwijderen baarmoeder bij kanker of bij het voorstadium van kanker : baarmoederkanker of baarmoederhalskanker

Het kan soms nodig zijn om de baarmoeder te verwijderen. Bijvoorbeeld bij sommige gevallen van baarmoederkanker en een voorstadium van baarmoederhalskanker. Het verwijderen van de baarmoeder heet ook wel uterusextirpatie of hysterectomie. Vaak is het nodig om ook de eierstokken en eileiders te verwijderen. Na de operatie verblijft u meestal 1 tot 2 nachten in het ziekenhuis.

Over de operatie

Er zijn verschillende manieren om een baarmoeder te verwijderen. Er is een kleine kans op uitzaaiingen naar de eierstokken en eileiders. Om deze kans te verkleinen kan het nodig zijn om ook de eierstokken en eileiders te verwijderen. 

Op de dag van de operatie komt u naar het ziekenhuis. Na de operatie blijft u 1 tot 2 nachten in het ziekenhuis. 

Welke operatie het meest geschikt is, bespreek de gynaecoloog van tevoren met u.
De volgende operaties zijn mogelijk. 

Laparoscopie

Een laparoscopie is een kijkoperatie. 

  • Als u onder narcose bent, maakt de arts 4 tot 5 sneetjes in de buik. 
  • Via deze sneetjes brengt de arts de instrumenten voor de operatie naar binnen. 
  • Via de vagina wordt een buis ingebracht. 
  • De baarmoeder, eierstokken en eileiders worden via de buis in de vagina verwijderd. 
  • Het hechten gebeurt ook via de vagina. De sneetjes in de buik worden met oplosbare hechtingen gesloten.

Operatie via een snee in de buik

Soms is een baarmoeder te groot om via de buis in de vagina te verwijderen. 

  • Als u onder narcose bent, maakt de arts een snee in de buik
  • Via deze opening verwijdert de arts de baarmoeder, eierstokken en eileiders.
  • De wond wordt met hechtingen gesloten. 

Kijkoperatie met robot

Soms opereert de gynaecoloog met een operatierobot bijvoorbeeld vanwege overgewicht. De robot heeft een kleine camera met 3D-beeld, waarmee de arts goed in de buikholte kan kijken. Ook heeft de robot ’armen’. Daaraan zitten de operatie-instrumenten. De arts bedient de robot met een soort joystick.

  • Als u onder narcose bent, maakt de gynaecoloog 3 tot 5 kleine sneetjes in de buik. 
  • Door deze sneetjes brengt de gynaecoloog dunne buisjes naar binnen. 
  • Door de buisjes brengt de gynaecoloog de camera en de instrumenten voor de operatie naar binnen. 
  • De camera en instrumenten worden stevig vastgeklikt aan de mechanische armen van de operatierobot. 
  • De baarmoeder, eierstokken en eileiders worden via vagina verwijderd. 
  • Het hechten gebeurt in de top van de vagina met een oplosbare hechting. De sneetjes in de buik worden ook gehecht met een oplosbare hechting.

 

Zo bereidt u zich voor

  • Voor de operatie spreekt u met een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    U hoort dan welke soort verdoving u krijgt.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Overleg dit met uw arts bij aankomst in het ziekenhuis.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina: Verdoving bij een onderzoek of operatie. 
  • Zorg dat iemand u komt ophalen als u weer naar huis mag. 
  • Zorg dat u paracetamol, huidvriendelijke pleisters en maandverband in huis heeft voor na de operatie. Deze artikelen koopt u bij een drogist of apotheek.
  • Informeer bij uw zorgverzekering of een verblijf in een zorghotel wordt vergoed. Voor meer informatie hierover kunt u ook terecht bij uw casemanager.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 6 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 6 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.

De operatie

Voor de operatie

  • U hoort van de Opnameplanning Gynaecologie wanneer, hoe laat en waar u zich mag melden.
  • Doe sieraden en/of piercings af en laat deze thuis.
  • U meldt zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling.
  • De verpleegkundige neemt een vragenlijst met u door.
  • Als u naar de operatiekamer mag komen, trekt u de operatiekleding aan.
  • Als u een kunstgebit, gehoorapparaat of contactlenzen heeft, doet u deze uit.
  • De verpleegkundige brengt u in bed naar de operatiekamer.
  • Na de operatie heeft u mogelijk roze vlekken op de buik. Dit komt door het ontsmettingsmiddel dat gebruikt wordt tijdens de operatie. De roze vlekken kunnen afgeven op uw kleding en zijn lastig uit uw kleding te verwijderen. Houd hier rekening mee als u uw kleren uitkiest.

De operatie

  • Een verpleegkundige brengt u van de verpleegafdeling naar de ontvangst van de operatiekamer gebracht.
  • Een medewerker brengt een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht en medicijnen tijdens de operatie. Via het infuus krijgt u ook uw narcose. De medewerker plakt een aantal plakkers op uw borst. Dit is om uw hartritme tijdens de operatie in de gaten te kunnen houden.
  • Een medewerker brengt u naar de operatiekamer waar u op een ander bed gaat liggen. 
  • De gynaecoloog zal de operatie uitvoeren. 
  • De operatie duurt 2 tot 4 uur.
  • De gynaecoloog hecht de wondjes. Meestal krijgt u een katheter in de blaas. Dit is een slangetje dat de urine afvoert.

Na de operatie

  • De gynaecoloog belt na de operatie uw eerste contactpersoon om te laten weten hoe de operatie is gegaan.
  • Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. 
  • De verpleegkundige brengt u terug naar de verpleegafdeling als u helemaal wakker bent en alles goed gaat.
  • Op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken.
  • U heeft nog een infuus in uw arm en een katheter in uw blaas. De volgende ochtend worden beide verwijderd. 
  • Voordat u naar huis gaat, krijgt u van de verpleegkundige informatie en adviezen voor thuis. 

Uitstel van uw operatie of behandeling

Heel soms gebeurt het dat uw operatie of uw behandeling niet kan doorgaan.
Bijvoorbeeld door een onverwachte situatie. Of als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. U krijgt dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Zo gaat het verder

  • Uw casemanager belt u na een paar dagen om te vragen hoe het met u gaat
  • 2-3 weken na de operatie krijgt u een belafspraak met de gynaecoloog voor het bespreken van de uitslag van het weefselonderzoek en of er een advies is aan aanvullende behandeling
  • Uw casemanager belt een aantal dagen daarna om dit na te bespreken en zo nodig begeleiding en ondersteuning te bieden
  • Ongeveer 6 weken na de operatie heeft u bij de gynaecoloog een controle afspraak op de polikliniek. De gynaecoloog bespreekt met u wat er nodig is aan verdere nacontrole.
  • U kunt bij uw casemanager terecht voor nazorg. Uw casemanager zal dit verder met u bespreken.

Adviezen voor thuis

  • Doe het rustig aan.
  • Gebruik bij pijn de eerste dagen 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol 500mg. Daarnaast zo nodig aanvullende pijnstilling zoals voorgeschreven. Bouw de pijnstilling geleidelijk af. 
  • Na het verwijderen van uw baarmoeder werken uw darmen soms niet goed. Dit is normaal. Na 1 tot 2 dagen werken uw darmen weer. Gebruik zo nodig 1 keer per dag 1 sachet Movicolon of uw eigen medicatie voor de stoelgang.
  • U kunt een paar dagen tot een paar weken last hebben van rood vocht uit de vagina. Dit is normaal en verdwijnt vanzelf. 
  • Na 1 week kunt u weer rustig activiteiten in het huishouden doen, zoals koken en afwassen. Wacht met tillen of zware activiteiten tot ongeveer 6 weken na de operatie.
  • Wacht 6 weken voordat u weer gaat werken. Als u thuis werkt, kunt u vaak na 2 tot 3 weken weer werken.
  • Neem contact op met uw arts, huisarts of de bedrijfsarts als u zich nog niet goed voelt na 6 weken.
  • U mag gewoon douchen. Uw arts bespreekt met u of u in bad kan gaan of kan zwemmen. 
  • Wacht met seks en het gebruiken van tampons tot 6 weken na de operatie. U mag wel masturberen.
  • De hechtingen verdwijnen vanzelf na ongeveer 6 weken. U kunt oplosbare hechtingen verliezen via de schede, dit kan geen kwaad. U heeft een paar kleine wondjes in de buikwand. Wanneer deze niet nalekken, hoeven deze niet verbonden te worden.
  • Na het verwijderen van de baarmoeder wordt u niet meer ongesteld. 

Bewegen en activiteiten

  • Probeer na een paar dagen 2 keer per dag 10 tot 15 minuten buiten een rondje te lopen. Als dit goed gaat, kunt u dit verder opbouwen.
  • Fietsen mag weer vanaf 6 weken na de operatie. Overleg met uw gynaecoloog of dit eerder mag.
  • Traplopen mag direct na de operatie. Doe het wel rustig aan. 
  • Bukken: u mag 4 tot 6 weken na de operatie niet bukken zodat er geen druk op uw buik komt. De wond geneest dan beter. Als u iets wilt oppakken, buig dan door uw knieën en houd uw rug recht. Of gebruik een hulpmiddel.
  • Autorijden mag na 2 weken als u uw benen goed kunt bewegen. Een autoverzekeraar kan andere voorwaarden hebben. Informeer hiernaar bij uw eigen autoverzekering. 
  • Na 1 week mag u lichte activiteiten in huis doen, zoals koken en afwassen. 6 weken na de operatie mag u weer tillen of zwaardere activiteiten doen.
  • Na 6 weken kunt u weer gaan werken. Als u thuis werkt, kunt u vaak na 2 tot 3 weken weer werken. 

Veelgestelde vragen

Als de arts ook de baarmoederhals heeft verwijderd, dan hoeft u vaak geen uitstrijkjes te laten maken. De arts bespreekt dit met u.
Als u nog een baarmoederhals heeft, is het goed om uitstrijkjes te laten maken. Met het uitstrijkje bekijkt de arts of de cellen in uw baarmoederhals zijn veranderd.  

De zijkanten van de vagina zit vast aan de bekkenbodem.

Nee. De arts gebruikt sterke hechtingen voor de wond. Als u snel na de operatie te veel beweegt, kunt u wel een littekenbreuk krijgen. Dit betekent dat u een zwakke plek in uw buik heeft, op de plek waar het litteken zit. Soms komt een stukje darm vast te zitten in deze zwakke plek. 

De darmen vullen de lege plek in uw buik op.

Eicellen liggen in de eierstokken. Als u nog eierstokken heeft, dan komen de eicellen na de eisprong in de buik. In de buik lossen de eicellen vanzelf op. U kunt niet zwanger worden. 

Het sperma komt naar buiten via de vagina.

Veelgestelde vragen

(Uit reeds bestaande folder Baarmoederverwijdering)

Moet ik na de operatie nog uitstrijkjes laten maken?

Als de arts ook de baarmoederhals heeft verwijderd, dan hoeft u vaak geen uitstrijkjes te laten maken. De arts bespreekt dit met u.
Als u nog een baarmoederhals heeft, is het goed om uitstrijkjes te laten maken. Met het uitstrijkje bekijkt de arts of de cellen in uw baarmoederhals zijn veranderd.  

 

Hoe zit de vagina vast na de operatie?

De zijkanten van de vagina zit vast aan de bekkenbodem.

 

Kan de wond open gaan als ik te snel weer dagelijkse activiteiten doe?

Nee. De arts gebruikt sterke hechtingen voor de wond. Als u snel na de operatie te veel beweegt, kunt u wel een littekenbreuk krijgen. Dit betekent dat u een zwakke plek in uw buik heeft, op de plek waar het litteken zit. Soms komt een stukje darm vast te zitten in deze zwakke plek. 

 

Wat gebeurt er met de lege ruimte in mijn buik?

De darmen vullen de lege plek in uw buik op.

 

Heb ik nog eicellen na de operatie?

Eicellen liggen in de eierstokken. Als uw eierstokken zijn verwijderd tijdens de operatie heeft u dus ook geen eicellen meer. Als u nog eierstokken heeft, dan komen de eicellen na de eisprong in de buik. In de buik lossen de eicellen vanzelf op. U kunt niet zwanger worden. 

Waar blijft het sperma bij de seks?

Het sperma komt naar buiten via de vagina.

Risico's

  • U kunt veel bloed verliezen. Soms is een nieuwe operatie nodig. 
  • Soms kunt u uw plas niet ophouden. Vaak gaan de klachten vanzelf over. 
  • De huid rond uw litteken kan minder gevoelig zijn na de operatie. Dit verdwijnt vanzelf. 
  • Als u voor de operatie nog niet in de overgang was, kunt u na de operatie klachten krijgen van de overgang. U kunt dan opvliegers of zweetaanvallen krijgen. Vaak verdwijnen deze klachten vanzelf.
  • U kunt minder zin hebben in seks of problemen hebben met klaarkomen. 

Wanneer moet u ons bellen?

Elke ingreep heeft risico’s. Bij het verwijderen van de baarmoeder bestaat een kleine kans op een bloeding of ontsteking. Neem meteen contact op met de polikliniek Gynaecologie bij 1 van deze klachten:

  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • U verliest bloed via de vagina, meer dan u gewend bent als u ongesteld bent.
  • U heeft veel buikpijn.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Gynaecologie, locatie Oost, P1
020 599 34 80 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Gynaecologie, locatie West, route 22
020 510 88 88 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Casemanager gyncare
gyncare@olvg.nl 

 

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Gynaecologie van OLVG. Laatst gewijzigd: