Cryoablatie : bevriezing van tumoren in de nier

Cryoablatie is een manier om kleine tumoren in de nieren te verwijderen. De arts maakt de tumoren kapot door ze te bevriezen. Een ander woord voor cryoablatie is cryotherapie.

Zo bereidt u zich voor

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.

Zo gaat de operatie

De operatie duurt 2 tot 3 uur en gebeurt door 2 artsen: een radioloog en een uroloog.

  • De radioloog maakt een CT-scan. Dit is een soort foto van de binnenkant van uw lichaam. Een CT-scan gebeurt met röntgenstralen. Zo kan de radioloog zien welke tumoren bevroren moeten worden.
  • Vaak haalt een van de artsen eerst een stukje weefsel weg om te laten onderzoeken. Dat heet een biopt.
  • Dan plaatst een van de artsen enkele naalden in de tumoren.
  • De artsen spuiten gas door de naalden. Dat gas verandert in ijs zodra het uit de naald komt. Door het ijs bevriest  de tumor.
  • Ondertussen kijken de artsen op de CT-scan of het ijs de tumor helemaal bedekt.

De behandeling is klaar als alle tumoren helemaal met ijs bedekt zijn. Dan zijn de tumorcellen kapot.

Uitstel operatie of ingreep?

Een operatie of ingreep kan soms niet doorgaan. Bijvoorbeeld als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. Om medische redenen krijgt deze patiënt altijd voorrang. U krijgt zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Opleidingsziekenhuis

OLVG is een opleidingsziekenhuis. Dat betekent dat de specialist altijd wordt geholpen door een arts-assistent in opleiding tot specialist. Soms doet een arts-assistent (een deel van) de operatie of ingreep.

Na de operatie

  • Als u wakker bent en zich goed voelt, gaat u naar de verpleegafdeling. U heeft nog een infuus.
  • U mag gewoon eten en drinken.

Naar huis

Meestal mag u 1 of 2 dagen na de operatie naar huis. Het kan zijn dat u zelfs dezelfde dag weer naar huis mag.

Adviezen voor thuis

  • Doe het de eerste tijd rustig aan. Vraag iemand om hulp als dat nodig is. Stap voor stap kunt u zelf weer meer doen.
  • Drink 1,5 tot 2 liter per dag.

Zo gaat het verder

Tijdens uw vervolgafspraak bij de polikliniek bespreekt de arts met u de uitslag van het onderzochte weefsel. De arts bespreekt ook met u of er nog een onderzoek of behandeling nodig is.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Urologie, locatie Oost, P3
020 510 86 94 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
urologie@olvg.nl

Polikliniek Urologie, locatie West, route 16
020 510 86 94 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
urologie@olvg.nl

Verpleegafdeling Urologie, locatie Oost
020 599 27 03 (bij spoed, dag en nacht bereikbaar)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Urologie van OLVG. Laatst gewijzigd: