Aandoeningen & behandelingen

Katheterablatieu kunt hiervoor terecht bij Hartcentrum

Ablatie is een behandeling bij hartritmestoornissen. Ableren gebeurt via een katheterisatie of (kijk)operatie. Bij een ablatie schakelt de cardioloog het hartweefsel uit dat hartritmestoornissen veroorzaakt. Dit gebeurt door in dit weefsel kleine littekens te maken door lokaal het weefsel te verhitten of te bevriezen. Niet alle hartritmestoornissen kunnen worden behandeld door middel van ablatie. Ook heeft de behandeling niet altijd succes.

Verloop

De behandeling

Voor de behandeling gebruikt de cardioloog zogenaamde ablatiekatheters. Dit zijn dunne, kunststof slangetjes die via een ader of slagader in de lies naar het hart worden geschoven. De cardioloog brengt de ablatiekatheter naar de plek die de normale prikkelwerking van het hart verstoort. Door de lokale verhitting of koeling ontstaat een klein litteken, dat ervoor moet zorgen dat de ritmestoornis niet meer kan ontstaan. De littekens zijn meestal een paar millimeter groot. De behandeling is klaar als de cardioloog geen ritmestoornis meer kan opwekken en kan 2 tot 6 uur duren.

Na de behandeling worden de katheters verwijderd en krijgt u voor enige uren een drukverband in één of beide liezen. U wordt overgebracht naar de verpleegafdeling Cardiologie (A3). Hier blijft u nog enkele uren in bed liggen. U blijft meestal één nacht in het ziekenhuis. In de folder vindt u meer informatie over de behandeling

Na de behandeling

U wordt 2 tot 3 weken na de behandeling gebeld door de verpleegkundig specialist. Na ongeveer 2 maanden heeft u op de polikliniek een afspraak met uw eigen cardioloog. Na 3 maanden komt u meestal nog eenmaal voor controle naar OLVG met vooraf een Holter onderzoek

Vragen & contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Hartcentrum.