Overzicht ervaringsverhalen
Uitgelicht | Donderdag 4 oktober 2018

Op de SEH na drugsgebruikmensen denken ‘dit overkomt mij niet’

Op het scherpst van de snede je hoofd koel houden en met stalen zenuwen knopen doorhakken. Dat is spoedeisende hulp arts Femke Gresnigt wel toevertrouwd. Zij werkt ruim 6 jaar op de SEH van OLVG en doet onderzoek naar recreatief drugsgebruik. Wat drijft haar? En wat ziet ze op gemiddelde werkdag zoal voorbij komen? Vijf vragen aan Femke.

Werken op de SEH is een bijzondere tak van sport. Waarom heb je juist voor dit vak gekozen?

‘Omdat het wat mij betreft het mooiste en meest uitdagende vak is dat er bestaat. Van gekneusde enkel tot klaplong, van snijwond tot hartinfarct: ik weet nooit wat mijn werkdag brengt. Ik moet razendsnel anticiperen en het vraagt om “brede medische kennis”. Anders dan bijvoorbeeld een arts die gespecialiseerd is in het hart of de hersenen, houd ik me samen met mijn team met het hele menselijke lichaam bezig. Die dynamiek, die spanning vind ik geweldig.’

Jij doet als SEH-arts veel onderzoek naar drugs en medicatie (klinische toxicologie). Waarom is dit onderzoek zo belangrijk?

‘Op onze Amsterdamse SEH komen veel meer drugsgerelateerde gevallen binnen dan in de rest van Nederland. In 2017 ging dit om 1600 mensen. Er komt van alles voorbij: van een overdosis of “verkeerde” pil tot mensen die middelen hebben gemixt of designer drugs hebben gebruikt. Omdat op zo’n moment iedere seconde telt, hebben we een stevige dosis kennis en expertise nodig. Daarom waren we als eerste ziekenhuis in Nederland in bezit van een “toxtyper” (een screeningsapparaat waarmee we binnen 15 minuten drugs in monsters analyseren), bewaren we deze resultaten in een heuse “toxbibliotheek” en doen we op de SEH voortdurend nieuw onderzoek naar gebruik van recreatieve middelen.’

Je ziet dus nogal wat voorbij komen. Zijn er situaties die je bijblijven?

'Soms hoef ik iemand met een “bad trip” alleen gerust te stellen, maar het komt helaas ook voor dat iemand in een levensbedreigende situatie binnenkomt en we alles uit de kast moeten halen. Onlangs bijvoorbeeld een jonge patiënt die op een feestje een xtc pil met een extreem hoge dosering had genomen - zo bleek uit onze tests - en daardoor een hartinfarct kreeg. Als je zo’n jong iemand moet stabiliseren en diegene daarna op de intensive care (ic) wordt opgenomen, maakt dat altijd indruk.’  

Is er meer voorlichting over drugs nodig?

'Ik zie dat drugsgebruik “normaliseert”. Een pilletje of een lijntje hoort er steeds vaker bij. Tegelijkertijd is de cocaïne zuiverder dan ooit, komen er veel onbekende designer drugs op de markt en is een gemiddelde xtc pil drie keer zo sterk als een aantal jaar geleden. Op de SEH merken we dat gebruikers die bij ons binnenkomen zich hier vaak niet van bewust zijn wanneer ze een pil of een lijntje nemen. Ze denken: ”dit overkomt mij niet”. Dus ja, ik denk zeker dat er qua voorlichting nog wel wat werk aan de winkel is.

Zou je de Amsterdammers een boodschap mee willen geven?

‘Ik zal niemand verbieden om drugs te gebruiken. Wel wil ik iedereen op het hart drukken: weet wat je doet. Laat die pil testen, zorg dat er altijd iemand bij je is die nuchter is, wees je bewust van de risico’s van verschillende drugs en weet wat je moet doen als het dan toch fout gaat.’

 

 

Betrokken zorgverleners en afdelingen