home

Zwangerschapsbraken : misselijk en overgeven

Tijdens de zwangerschap bent u soms misselijk en moet u soms overgeven. Dit heet zwangerschapsbraken. Vaak is zwangerschapsbraken niet gevaarlijk voor uw baby. Toch kan het voor uzelf erg vervelend zijn. Soms zijn medicijnen en/of extra vocht nodig. De zorgverlener bespreekt dit met u.

Over zwangerschapsbraken

Veel vrouwen zijn misselijk in de eerste maanden van de zwangerschap. Vaak moet u ook braken. Dit heet zwangerschapsbraken. Soms is het braken zo erg dat u niet genoeg kunt eten en drinken. Vaak kunt u ook geen gewone activiteiten doen. Dit heet ook wel hyperemesis gravidarum.
Meestal verdwijnt de misselijkheid vanzelf als u 13 tot 20 weken zwanger bent. Soms blijft u tijdens uw hele zwangerschap misselijk.

Als u last heeft van zwangerschapsbraken, kunt u de volgende klachten krijgen:

  • U bent erg misselijk.
  • U moet vaak braken.
  • U plast minder dan u gewend bent en uw urine heeft een donkere kleur.
  • U valt af.
  • U wordt duizelig en voelt zich slap. U kunt ook flauwvallen.
  • U voelt zich somber.

Oorzaak

Elke vrouw heeft het hormoon GDF15 in haar lichaam. Tijdens de zwangerschap zit dit hormoon ook in de placenta. 
Sommige vrouwen hebben veel van dit hormoon. Sommige vrouwen zijn extra gevoelig voor het hormoon. Als dit voor u geldt, kunt u last van zwangerschapsbraken krijgen.  
U heeft meer kans op zwangerschapsbraken als meer vrouwen in uw familie last hebben gehad van zwangerschapsbraken. Als u bij een vorige zwangerschap last had van zwangerschapsbraken, heeft u meer kans om opnieuw last te krijgen van zwangerschapsbraken. 

Zo gaat de behandeling

Soms heeft u tijdens uw hele zwangerschap last van zwangerschapsbraken.
Het is belangrijk dat u voldoende eet en drinkt. Als dit niet lukt, kunt u hier hulp bij krijgen.

Medicijnen

Soms kunt u medicijnen krijgen tegen misselijkheid of overgeven.

  • Maagzuurremmers zorgen ervoor dat u maag minder maagzuur aanmaakt. Hierdoor bent u minder misselijk.
  • Zetpillen tegen de misselijkheid. Zetpillen gebruikt u via de anus. U kunt een beetje moe worden van deze medicijnen.
  • Medicijnen die ervoor zorgen dat u sneller eten verteert. Zo bent u minder misselijk en geeft u minder over. U kunt een beetje moe worden van deze medicijnen. Soms krijgt u ook trillingen of moeizame bewegingen in de eerste paar dagen. Als u deze klachten krijgt, bespreek dan met de arts of u moet stoppen met de medicijnen.
  • Medicijnen die ervoor zorgen dat u minder overgeeft. U kunt hoofdpijn en opvliegers krijgen van deze medicijnen. Ook is er een kleine kans dat uw baby geboren wordt met een gespleten lip als u deze medicijnen gebruikt voordat u 12 weken zwanger bent. Uw verloskundige of arts bespreekt dit met u.
  • Steroïden zorgen ervoor dat u minder trek krijgt in eten en u minder misselijk wordt. U kunt wel buikpijn, hoofdpijn, spierpijn of teveel vocht krijgen door deze medicijnen. Ook heeft u meer kans op infecties, problemen met de huid en stemmingsveranderingen. Als u deze medicijnen lang gebruikt, kan uw baby minder snel groeien. 

Van alle medicijnen zijn er meerdere soorten. De zorgverlener bespreekt met u welk medicijn het beste bij uw situatie past.

Opname in het ziekenhuis

Als u veel braakt, kunt u ook veel vocht verliezen. Als u te veel vocht verliest, krijgt u in het ziekenhuis een infuus. Ook krijgt u medicijnen tegen de misselijkheid en het braken. Soms krijgt u ook voedingsstoffen. De zorgverlener doet een bloedonderzoek om te kijken welke voedingsstoffen u nog mist.
Na ongeveer 5 uur mag u vaak weer naar huis.
De verloskundige van het ziekenhuis belt u na ongeveer 3 dagen om te vragen hoe het met u gaat. Als het nodig is, belt de verloskundige u vaker.
Soms kunt u thuis een infuus krijgen. De verloskundige bespreekt dit met u.
Als een infuus en medicijnen niet genoeg helpen, blijft u slapen in het ziekenhuis.
Uw eigen verloskundige blijft u begeleiden tijdens uw zwangerschap.

Sondevoeding

Als u veel afvalt of extra voedingsstoffen nodig heeft, kunt u sondevoeding krijgen. U krijgt dan voeding via een sonde. Een sonde is een slangetje van uw neus naar uw maag. 

Wat u zelf kunt doen

Multivitaminen

Bij zwangerschapsbraken kunt u voedingsstoffen missen. Neem daarom tijdens uw zwangerschap elke dag multivitaminen met foliumzuur.

Dagboek

Als u het fijn vindt, kunt u een dagboek bijhouden over uw klachten. Schrijf elke dag uw klachten op. Geef ook aan welke medicijnen goed hielpen en welke niet. Weeg uzelf 1 keer per week en schrijf het gewicht op.

Eten en drinken

  • Eet in de ochtend droog brood, beschuit, toast of granen.
  • Als uw maag leeg is, kunt u meer last krijgen van misselijkheid. Eet elke 1 tot 2 uur een kleine maaltijd.
  • Eet dingen die u goed kunt eten zonder over te geven. Dit is voor iedereen anders.
  • Eet wanneer u minder misselijk bent.
  • Als u het fijn vindt, kunt u koude maaltijden eten. Koud eten heeft vaak een minder sterke geur.
  • Als u heeft gegeten, wacht dan 10 tot 20 minuten voordat u gaat liggen.
  • Probeer weg te blijven van geuren die voor u de misselijkheid erger maken.
  • Probeer zoveel mogelijk te drinken. Het beste is 1,5 tot 2 liter per dag. Alle soorten drinken tellen mee. Drink geen alcohol.
  • Drink weinig als u aan het eten bent. Zo raakt u minder snel vol en wordt u minder snel misselijk.
  • Als u misselijk bent, zuig dan op iets zuurs of kauw op kauwgom. U kunt ook cola drinken.

Overige tips

  • Probeer vaak naar buiten te gaan voor frisse lucht.
  • Doe het rustig aan. Sta langzaam op en beweeg niet te snel.
  • Vraag uw naasten om hulp. Bijvoorbeeld bij het schoonmaken of boodschappen doen.

Patiëntenvereniging

Uw tijd met zwangerschapsbraken kan zwaar zijn. Erover praten kan helpen. U kunt steun vinden bij de patiëntenvereniging Stichting ZEHG.

Wanneer moet u ons bellen?

Neem meteen contact met Spoedzorg Verloskunde als u 1 van de volgende klachten heeft:

  • U plast niet of veel minder dan u gewend bent.
  • U heeft donkere urine.
  • U braakt steeds meer.
  • U kunt meer dan 24 uur niet drinken.
  • U voelt zich somber of verdrietig.
  • U maakt zich veel zorgen.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG. U kunt ook bellen.

Polikliniek Verloskunde, locatie Oost, P1
020 599 30 60 (op werkdagen van 08.15 uur tot 16.15 uur)

Polikliniek Verloskunde, locatie West, route 24
020 510 86 24 (op werkdagen van 08.15 uur tot 16.15 uur)

Bij spoed
Anna Paviljoen, locatie Oost, 2e etage
Spoedzorg Verloskunde,  020 599 22 35 (bij spoed, dag en nacht bereikbaar)
Bevalsuites, 020 599 30 09 (dag en nacht bereikbaar)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Verloskunde van OLVG. Laatst gewijzigd: