Vermoeidheid bij kanker : balans tussen wat u wilt en aankunt

Als u kanker heeft, bent u vaak snel moe. U kunt vaak niet meer zo veel doen als eerst. Moe zijn kan veel invloed hebben op uw dagelijks leven. Ergotherapie kan helpen.

Zo ontstaat vermoeidheid bij kanker

Soms is er een medische reden dat u moe bent. U kunt moe worden door de kanker. U kunt extra moe worden door de chemotherapie, radiotherapie of na een operatie. Ook in deze situaties kunt u last hebben van vermoeidheid:

  • u maakt zich zorgen
  • u bent gespannen
  • u slaapt slecht
  • u heeft het gevoel dat u weinig of geen controle heeft
  • u krijgt weinig begrip of steun van uw naasten
  • u doet te veel of te weinig

Onderbelasting en overbelasting

Onderbelasting

Onderbelasting betekent dat u minder doet dan u zou kunnen. Blijf in beweging als dat kan. Ook als u in het ziekenhuis bent. Bijvoorbeeld:

  • Ga aan tafel zitten tijdens het eten.
  • Loop elk uur een rondje over de afdeling.
  • Probeer zo min mogelijk in bed te liggen.
  • Bespreek de mogelijkheden om te sporten met uw verpleegkundige of fysiotherapeut.

Overbelasting

Overbelasting betekent dat u meer doet dan u aankunt. Het is belangrijk dat u wat meer rust neemt.
Vaak maakt u een activiteit toch nog even af, ook als u zich al moe voelt. U kunt dan over uw eigen grens heen gaan. Als u over uw grens heen gaat, duurt het langer tot de energie terug is. Als u dit lange tijd doet, krijgt u steeds minder energie.

Vergeetachtigheid

Als u moe bent, kan het moeilijker zijn om dingen te onthouden. Ook kan het moeilijker zijn om u te concentreren. Chemotherapie kan dit erger maken. Bij de meeste mensen gaat de vergeetachtigheid vanzelf over.

Tips bij vermoeidheid

In het ziekenhuis

  • Rust na een zware activiteit uit. Bijvoorbeeld na het wassen en aankleden.
  • Wissel bij een activiteit tussen staan en zitten.
  • Maak met de verpleegkundige en fysiotherapeut of ergotherapeut een schema voor activiteiten en rust.
  • Vraag een ergotherapeut van OLVG om hulp.

Thuis

  • Bedenk waar u door ontspant.
  • Maak een planning. Verdeel activiteiten over de dag.
  • Doe 1 activiteit tegelijkertijd.
  • Wissel activiteiten steeds af met rust.
  • Luister naar uw lichaam. Als u hoofdpijn krijgt, dingen laat vallen of geïrriteerd raakt, heeft u uw grens misschien bereikt.
  • Schrijf dingen op als u ze niet kunt onthouden.
  • Probeer elke dag minimaal 30 minuten te bewegen. Het is belangrijk dat u tijdens het bewegen nog een normaal gesprek kunt voeren. Beweeg dus niet te intensief.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Afdeling Ergotherapie, locatie Oost, A8
020 599 30 13 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)

Afdeling Ergotherapie, locatie West, route 11
020 510 83 64 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Ergotherapie van OLVG. Laatst gewijzigd: