Trombosebeen behandeling : behandeling veneuze trombose

Bij een trombosebeen zit er een bloedstolsel in uw bloedvat. De behandeling van een trombosebeen gebeurt meestal met bloedverdunners en een steunkous. Door de bloedverdunners groeit het bloedstolsel in uw been niet verder. De bloedverdunners voorkomen ook dat er nieuwe bloedstolsels ontstaan. De steunkous maakt de kans kleiner dat u langere tijd klachten houdt.

Zo gaat de behandeling

De behandeling is op de Vasculaire polikliniek. U krijgt bloedverdunners. We raden u ook een steunkous aan.

Bloedverdunners

U krijgt bloedverdunners die u tijdens het eten moet nemen.
Meestal neemt u de eerste 3 weken 2 pillen per dag. Daarna neemt u 1 bloedverdunner per dag.
U bespreekt met de arts hoe lang u de bloedverdunners moet blijven slikken.

Steunkous

We raden u aan om een steunkous aan te laten meten. De steunkous maakt de kans kleiner dat u langere tijd klachten houdt. 

Na de behandeling

De meeste patiënten houden weinig klachten over aan een trombosebeen. Sommige patiënten houden klachten, zoals:

  • Pijn en moe gevoel in de benen. Dit kan komen door beschadigde kleppen in de bloedvaten. Het bloed kan dan minder goed uit de benen wegstromen.
  • Verkleurde huid.

Als u deze klachten houdt, is het belangrijk om 6 maanden een op maat aangemeten steunkous te dragen. U moet ook niet te lang staan.
Sporten mag. Bijvoorbeeld wandelen, fietsen, hardlopen of zwemmen. Gewichtheffen en krachtsport mogen niet.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Vasculaire Geneeskunde, via de polikliniek Interne Geneeskunde, locatie Oost, P2
020 599 30 37 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Vasculaire Geneeskunde, via de polikliniek Interne Geneeskunde, locatie West, route 14
020 510 88 82 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Vasculaire Geneeskunde van OLVG. Laatst gewijzigd: