Heupdysplasie baby : behandeling met Pavlik-bandage

Soms ontwikkelt de heup van een baby zich niet goed. Dit heet heupdysplasie. Heupdysplasie is goed te behandelen met een Pavlik-bandage. Een Pavlik-bandage houdt de beentjes in een spreidstand tot de heup weer in de kom zit. De behandeling met een Pavlik-bandage verschilt erg per kind. Meestal draagt uw kind de Pavlik-bandage ongeveer 4 tot 6 maanden.

Over heupdysplasie

Thuisarts logo Onderstaande informatie is afkomstig van Thuisarts.nl

Wat is heupdysplasie?

Bij heupdysplasie is de heup van uw baby niet goed ontwikkeld.  

Het heupgewricht bestaat uit een kop en een kom. De kop zit bovenaan het bovenbeen. De kom is een holte in het bekkenbot.
Heupkop en heupkom horen mooi in elkaar te passen (plaatje A). Dan kan het gewricht soepel bewegen, bijvoorbeeld bij kruipen, lopen, fietsen en zwemmen.

heupdysplasie.jpg

Bij een baby met heupdysplasie is de heupkom niet goed gevormd. De heup staat wel in de kom (plaatje B, C). Soms staat de heupkop helemaal buiten de kom, dan is de heup uit de kom (plaatje D).

Van de 100 baby´s tussen 0 en 6 maanden oud hebben er 3 of 4 heupdysplasie.

Hoe ontstaat heupdysplasie?

Heupdysplasie kan ontstaan tijdens de zwangerschap, of in de baby- of peutertijd. Waarom dit gebeurt, weten we niet precies.

Heupdysplasie komt vaker voor:

  • bij meisjes
  • bij baby’s van wie 1 van de ouders, zusjes, broertjes, grootouders, ooms en tantes heupdysplasie heeft (gehad)
  • als de baby in de buik in stuit heeft gelegen vanaf week 32 van de zwangerschap

Onderzoek bij heupdysplasie

Als uw baby heupdysplasie heeft, is verder onderzoek nodig. U gaat met uw baby naar een (kinder)orthopeed, een specialist in botten, spieren en pezen. U gaat hier meestal voor naar het ziekenhuis.

De orthopeed of de radioloog maakt een echo van de heup.
Soms maakt hij of zij ook foto’s van het bekken van uw baby.
Deze onderzoeken doen geen pijn.

Behandeling van heupdysplasie

Mijn baby is jonger dan 3 maanden

De orthopeed bekijkt hoe erg de heupdysplasie is. Bij een dysplasie die niet zo erg is, verdwijnt de dysplasie meestal vanzelf. Daarom hoeft uw baby niet altijd meteen een behandeling te krijgen.

De orthopeed controleert elke 6 weken met een echo of de heup van uw baby beter wordt.

Mijn baby is tussen 3 maanden en 1 jaar

Als de heup niet vanzelf beter wordt, of als het meteen behandeld moet worden, dan krijgt uw baby een spreidmiddel.

Dit spreidmiddel zorgt ervoor dat uw baby de heupen buigt en spreidt. Hierdoor komt de heupkop goed in de heupkom te staan. Zo kan het heupgewricht zich goed ontwikkelen.

  • Uw baby moet het spreidmiddel dag en nacht dragen.
  • Bij het in bad doen en bij het verschonen van de luier mag het spreidmiddel even af.

De orthopeed controleert om de paar weken hoe het gaat en of het spreidmiddel nog goed zit.
Deze behandeling duurt meestal 3 tot 6 maanden.

Het spreidmiddel mag af:

  • als de heup beter is
  • of als uw baby 1 jaar is.

Adviezen bij heupdysplasie

  • Zorg dat de benen van uw baby in elke houding en situatie genoeg ruimte hebben om te spreiden.
  • Til uw kind niet aan de benen omhoog bij het aankleden en uitkleden en het verschonen van de luier.
    Bij het verschonen van de luier wipt u de billen op met uw hand onder de stuit.
  • U mag uw baby gewoon optillen en op uw heup of tegen uw buik dragen. Zorg wel dat de benen gespreid blijven.
  • Uw arts vertelt of uw baby het spreidmiddel onder of over de kleding moet dragen.
    • Als het spreidmiddel onder de kleding zit, is het belangrijk dat de kleding los over het spreidmiddel zit.
    • Als het spreidmiddel over de kleding zit, is het belangrijk dat de kleding tegen het lichaam aanzit en dat er geen vouwen in komen. Maar de kleding mag niet te strak zitten.
  • U kunt uw baby gewoon meenemen in de auto. Het is belangrijk dat de benen goed kunnen spreiden in de autostoel. Als dit in de gewone autostoel niet lukt, kunt u een aangepaste autostoel huren.
  • Controleer of uw wandelwagen genoeg ruimte heeft voor de benen: de benen mogen niet tegen de zijkant steunen.

Hoe gaat het verder na de behandeling met het spreidmiddel?

Uw baby kan iets later zijn met het leren van nieuwe bewegingen, zoals kruipen. Deze achterstand haalt een baby vaak snel in als het spreidmiddel af mag.
Het kan een paar weken of maanden duren voordat uw baby de benen weer helemaal kan strekken.

Na de behandeling is het voor een baby soms moeilijk om de romp rechtop te houden. Bij de meeste kinderen komt dit vanzelf weer goed. U kunt oefenen met uw baby: 

  • U kunt spelletjes doen op schoot. Bijvoorbeeld paardje rijden.  
  • Laat uw baby zitten en laat hem of haar dan speelgoed van uw hand pakken waar hij of zij net niet bij kan.

Tot uw kind 5 jaar is controleert de orthopeed de heup van uw kind regelmatig.

Is de heup van uw kind met 5 jaar goed ontwikkeld, dan heeft uw kind later meestal geen problemen met de heup.

Meer informatie over heupdysplasie

Voor informatie en contact met ouders die ook een kind hebben met heupdysplasie: Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling.
Lees ook: De heup van mijn baby is uit de kom.

Wij hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn DDH (dysplastische heupontwikkeling) bij kinderen onder 1 jaar.

 

Thuisarts logo Een deel van de informatie op deze pagina is afkomstig van Thuisarts.nl. Deze informatie is op 4 feb 2021 laatst gewijzigd. Thuisarts.nl wordt gemaakt door het Nederlands Huisartsen Genootschap. De Federatie Medisch Specialisten, Patiëntenfederatie Nederland en Akwa GGZ werken mee aan Thuisarts.nl.

Over de Pavlik-bandage

Bij een kind jonger dan een half jaar gebruiken we de Pavlik-bandage om het heupkopje weer in de kom te krijgen. Door de beentjes te spreiden, wordt de heupkop voorzichtig in de heupkom geduwd. Meestal draagt uw kind de Pavlik-bandage ongeveer4 tot 6 maanden.

Operatie

Soms lukt het niet om met de Pavlik-bandage de heupkop in de heupkom te plaatsen. Dan is een andere behandeling nodig om de heupkom in de heupkom te plaatsen, zoals:

  • onder narcose de heupkop in de heupkom plaatsen
  • via een operatie de heupkop in de heupkom plaatsen

Zo gaat de behandeling

De gipsverbandmeester meet de Pavlik-bandage aan. Uw kind krijgt dan een Pavlik-bandage.
Nadat uw kind een Pavlik-bandage heeft gekregen, komt u nog regelmatig naar de Gipskamer en polikliniek Kindergeneeskunde voor controle. Soms maken we dan een echografie om te controleren of de heup goed in de kom zit.
Bij de behandeling volgen we de richtlijn van de Werkgroep Kinderorthopedie Nederland.

Het dragen van de Pavlik-bandage

Het dragen van de Pavlik-bandage is niet pijnlijk voor uw kind. Een kind went vaak snel aan een Pavlik-bandage.
Tijdens de eerste 3 maanden draagt uw kind de Pavlik-bandage 23 uur per dag. Alleen tijdens de verzorging van uw kind gaat de Pavlik-bandage even af.
Na 3 maanden bepaalt de arts hoe en hoe vaak uw kind de Pavlik-bandage nog moet dragen.

Adviezen voor thuis

  • Doe de Pavlik-bandage niet te los.
  • Let er bij de verzorging op dat u uw kind niet aan de billen optilt.
  • Let bij de verzorging van uw kind op of hij rode plekken heeft die niet weggaan. Deze rode plekken heten een drukplekken of een irritatieplekken. Dit komt vooral voor in de knieholte.
  • De ontwikkeling van het kind gaat gewoon door. Houd uw kind niet tegen wanneer het wil gaan omrollen, kruipen, zitten of staan met de Pavlik-bandage.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Gipskamer, locatie Oost, P3
020 599 29 63 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Gipskamer, locatie West, route 6
020 510 80 28 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Polikliniek Kindergeneeskunde, locatie Oost, P4
020 599 30 38 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
kinderpoli@olvg.nl

Polikliniek Kindergeneeskunde, locatie West, route 32
020 510 88 90 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
kinderpoli@olvg.nl

Polikliniek Kinderorthopedie, locatie Oost, P3
020 510 88 84 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
mailorthopedie@olvg.nl

 

Als de Gipskamer of de polikliniek Kindergeneeskunde niet bereikbaar zijn, belt u met klachten die echt niet kunnen wachten naar de Spoedeisende Hulp via het algemene telefoonnummer van OLVG.

OLVG, locatie Oost
020 599 91 11

OLVG, locatie West
020 510 89 11

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Gipskamer van OLVG. Laatst gewijzigd: