Maculadegeneratie : slijtage van het netvlies

In uw oog zit een netvlies. Dit is een dun laagje. Het midden van het netvlies kan slijten. Als uw netvlies slijt, ziet u minder scherp. U ziet soms ook een vlek midden in beeld. Het midden van het netvlies heet macula lutea. Slijtage is een ander woord voor degeneratie. De medische naam voor de aandoening is daarom maculadegeneratie.

Over maculadegeneratie

Thuisarts logo De informatie die hieronder staat komt van Thuisarts.nl

Wat is maculadegeneratie?

Bij maculadegeneratie sterven cellen middenin het netvlies af. Dit gebied in het midden van het netvlies heet de macula of gele vlek. Dit is het deel van het netvlies waarmee details worden waargenomen. Maculadegeneratie begint meestal na het 50e jaar. Het is de meest voorkomende oorzaak van slecht zien bij ouderen.

Oogartsen noemen maculadegeneratie ook wel LMD (leeftijdsgebonden maculadegeneratie).

Er zijn 2 vormen van LMD:

  • De droge vorm: langzaam (in jaren) wordt het midden van wat u ziet waziger.
  • De natte vorm: er ontstaan nieuwe bloedvaatjes onder en/of in het netvlies. Deze bloedvaatjes zijn erg zwak. Daardoor gaan ze makkelijk vocht of bloed lekken. Binnen een paar weken kunt u slechtziend worden. Wanneer u klachten heeft die kunnen passen bij natte LMD, is een afspraak bij de oogarts binnen 1 week noodzakelijk.

De droge vorm komt veel meer voor dan de natte. De droge vorm kan overgaan in de natte vorm. Maar de natte vorm kan ook beginnen zonder dat u eerst de droge vorm heeft gehad.

Wat zijn de verschijnselen van maculadegeneratie?

Droge vorm

  • Het begint met het minder goed kunnen zien van details.
  • Ook heeft u misschien het gevoel dat het te donker is om goed te kunnen zien.
  • Het gaat heel langzaam: in de loop van jaren wordt het midden van wat u ziet waziger. De meeste mensen met maculadegeneratie blijven daaromheen goed zien.

Natte vorm

  • Bij de natte vorm vervormt het beeld binnen korte tijd. Rechte lijnen lijken bijvoorbeeld krom of golvend, de regels van een tekst lijken krom te lopen of een muurplint of raamkozijn lijkt geknikt te zijn.

Hoe stelt de oogarts vast dat ik maculadegeneratie heb?

De oogarts onderzoekt uw ogen:

  • Meten hoe scherp u ziet.
  • Oogspiegelen. U krijgt oogdruppels waardoor uw pupillen wijder worden. Dan bekijkt de oogarts met een lamp en een vergrootglas uw netvlies. Zolang uw pupillen nog groter zijn, is auto rijden moeilijker. Dit duurt meestal enkele uren.

Meestal is verder onderzoek nodig, zoals:

  • Een oogscan (OCT). Bij dit onderzoek wordt een scan van uw oog gemaakt.
  • FAG (fluorescentie angiogram). Bij dit contrast onderzoek worden foto’s van uw netvlies gemaakt met een kleurstof.
  • Amsler-test. U kijkt naar een ruitjespatroon. De oogarts vraagt dan of u vervormingen ziet, zoals golvende lijnen of vlekken. Vervormingen zijn een verschijnsel van natte maculadegeneratie. Soms komen vervormingen ook bij droge maculadegeneratie voor.

Hoe gaat het verder als ik maculadegeneratie heb?

Bij een natte vorm van maculadegeneratie krijgt u meteen een injectie in uw oog om (verdere) schade aan uw ogen tegen te gaan. Na de behandeling verloopt maculadegeneratie net als bij de droge vorm.
Bij de droge vorm is geen behandeling mogelijk. U gaat dan steeds iets minder goed zien. Die achteruitgang gaat meestal langzaam.
 

Meer informatie over maculadegeneratie

De informatie over maculadegeneratie is gebaseerd op de richtlijn Leeftijdsgebonden maculadegeneratie van het Nederlands Oogheelkundig Genootschap en de NHG-Standaard Visusklachten.

Voor meer informatie over maculadegeneratie kunt u terecht bij:

  • De MaculaVereniging. Deze patiëntenvereniging geeft voorlichting en organiseert lotgenotencontact, telefoon 030-2980707.
  • U kunt ook de Ooglijn bellen: 030 2945444
Thuisarts logo De informatie die hierboven staat komt van Thuisarts.nl. Op 14 mei 2019 is de informatie nog aangepast. Thuisarts.nl wordt gemaakt door het Nederlands Huisartsen Genootschap. De Federatie Medisch Specialisten, Patiëntenfederatie Nederland en Akwa GGZ werken mee aan Thuisarts.nl.

Onderzoeken in OLVG

Amsler-test

De Amsler-test is een test om zelf uw netvlies te onderzoeken.

  1. Heeft u een leesbril? Zet die op.
  2. Houd de tekening hieronder 30 centimeter van uw gezicht.
  3. Bedek met 1 hand 1 oog.
  4. Kijk met uw andere oog strak naar de stip in de tekening.
  5. Kijk goed wat u ziet. Doe dan de test nog een keer, met uw andere oog.
    • Ziet u een duidelijk vierkant met rechte lijnen en een stip? Dan is uw netvlies gezond. U hoeft niets te doen.
    • Ziet u scheve vormen of kromme lijnen? Bel dan uw huisarts of oogarts voor een afspraak.
    • Ziet u zwarte of vage vlekken? Bel dan uw huisarts of oogarts voor een afspraak.

Als u merkt dat u vreemde vormen gaat zien, bel dan binnen 1 week met de polikliniek Oogheelkunde. U ziet dan bijvoorbeeld dat voegen tussen tegels niet recht zijn. Of u ziet een bocht in het raamkozijn.

 

Fluorescentie-angiografie

U leest hier meer over op de webpagina: Fluorescentie-angiografie.

Behandelingen in OLVG

Vaatgroeiremmende medicijnen (anti-VEGF)

U kunt medicijnen krijgen die zorgen dat nieuwe bloedvaten in het oog niet meer lekken of groeien. De medicijnen zorgen ook dat u niet snel slechter gaat zien. Soms kunt u zelfs iets beter gaan zien.
U krijgt de medicijnen via een injectie in het oog. U krijgt minimaal 3 keer een injectie. Er zit minimaal 4 weken tijd tussen 2 injecties. Na injectie 3 krijgt u een injectie wanneer dat nodig is. Soms is dat elke maand, soms een paar keer per jaar. U moet de rest van uw leven op controle komen.

Photodynamische therapie (PDT)

De behandeling photodynamische therapie gebeurt met een laser en een infuus. Deze behandeling gebeurt niet in OLVG, maar in een academisch ziekenhuis. Als photodynamische therapie voor u geschikt is, verwijzen wij u door.
Soms krijgt u beide behandelingen.

Injectie in het oog

U leest hier meer over op de webpagina: Injectie in het oog.

Tips om uw ogen te beschermen

  • Draag een zonnebril met een uv-filter. Een uv-filter is een laagje op het glas van de zonnebril. Dit laagje beschermt uw ogen tegen schadelijke stralen van de zon.
  • Rook niet.
  • Drink weinig alcohol.
  • Eet veel fruit, donkere bladgroenten en onverzadigde vetten.
  • U kunt voedingssupplementen gebruiken. Voedingssupplementen zijn pillen, druppels of drankjes die uw naast uw voeding gebruikt. Gebruik voedingssupplementen alleen in overleg met uw oogarts.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Oogheelkunde, locatie Oost, P3
020 510 88 87 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
oogheelkunde@olvg.nl

Polikliniek Oogheelkunde, locatie West, route 2
020 510 88 87 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
oogheelkunde@olvg.nl

Polikliniek Oogheelkunde, locatie Spuistraat
020 510 88 87 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
oogheelkunde@olvg.nl

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Oogheelkunde van OLVG. Laatst gewijzigd: