Gebroken vinger : falanx fractuur

Alle vingers behalve de duim bestaan uit 3 vingerkootjes. Bij een gebroken vinger zit er een breuk in 1 of meerdere vingerkootjes. Een gebroken vinger heet ook een falanx fractuur. Voor een gebroken vinger krijgt u vaak een spalk. Soms is een operatie nodig. Uw vinger is na ongeveer 6 weken hersteld.

Over een gebroken vinger

De vingers bestaan uit 3 vingerkootjes. De duim heeft 2 vingerkootjes. Bij een gebroken vinger zit er een breuk in 1 of meerdere vingerkootjes. Een gebroken vinger ontstaat vaak door een slag, stoot of val op de vinger.
Bij een gebroken vinger kunt u een spalk of een operatie krijgen. Welke behandeling u krijgt, ligt aan hoe uw vinger gebroken is.
Tussen de vingerkootjes zitten gewrichten. Zo kunt u uw vingers buigen. Als uw vinger gebroken is in een gewricht, dan kunnen de stukjes bot minder goed aan elkaar groeien. Vaak krijgt u dan een operatie. Als de breuk niet in uw gewricht zit, krijgt u vaak een spalk. 

Behandelplan bij een breuk

De arts belt u 1 werkdag na uw bezoek op de Spoedeisende Hulp. Samen met de arts maakt u een behandelplan. Bekijk hieronder het filmpje over het behandelplan:

Deze inhoud kan vanwege de huidige cookie-instellingen niet weergegeven worden.

Om deze inhoud te kunnen zien, verander je cookie-instellingen.

Behandeling met een spalk of gips

  • Vaak krijgt u voor een gebroken vinger geen operatie. U krijgt dan een spalk voor 1 week.
  • 1 week nadat u uw vinger heeft gebroken heeft u een afspraak bij de Gipskamer. De arts onderzoekt uw vinger. U krijgt een nieuwe spalk.
  • Hoe lang u de spalk moet dragen, hangt af van hoe de vinger gebroken is.

Behandeling met operatie

Als de vinger scheef staat, krijgt u een operatie. U krijgt de operatie vaak 1 week na het breken van de vinger. Tijdens de operatie zet de arts uw gebroken vinger vast met metalen draadjes. Ook kan de arts een metalen plaatje en schroeven gebruiken om uw gebroken vinger vast te zetten.

Soms is het nodig om uw gebroken vinger vast te zetten met pennen buiten het lichaam. Dit heet een externe fixateur. Lees meer hierover op de webpagina: Fixateur Externe.

De arts bespreekt met u welke operatie het beste voor u is.

Binnen 2 dagen nadat u heeft gehoord dat u wordt geopereerd, bellen de operatie-planner en de anesthesioloog u. De operatie-planner en de anesthesioloog geven u informatie over de operatie. Als u nog vragen heeft, kunt u deze tijdens dit telefoongesprek stellen.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.

Na de operatie

  • Als u zich goed voelt, mag u de dag van uw operatie naar huis. Zelf een voertuig besturen, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij af. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.
  • Als de arts metalen draadjes heeft gebruikt om uw gebroken vinger vast te zetten, dan krijgt u gips. U draagt het gips 3 weken. 4 weken na de operatie komt u terug op de Gipskamer om de metalen draadjes te laten verwijderen.
  • Als de arts een metalen plaatje met schroeven heeft gebruikt om uw gebroken vinger vast te zetten, dan krijgt u een drukverband. U draagt het drukverband 2 dagen. Na 2 dagen mag u het drukverband zelf van uw hand halen.
  • Metalen plaatjes en schroeven blijven in principe in het lichaam. Metalen plaatjes en schroeven worden alleen weggehaald als u er last van krijgt.
  • Als de arts pennen buiten het lichaam heeft gebruikt om uw gebroken vinger vast te zetten, komt u 4 weken na de operatie terug op de Gipskamer om de metalen pennen te laten verwijderen.

Wond

  • Na de operatie heeft u een wond. De arts doet hier hechtpleisters op. Laat deze pleisters op de wond zitten. Ze vallen er vanzelf af.
  • Lekt uw wond bloed of vocht? Doe dan een schone pleister op de wond. De wond mag 3 dagen na de operatie niet meer lekken. Als uw wond niet lekt, hoeft u geen schone pleister op uw wond te plakken.

Litteken

  • Hoe lang het litteken wordt, hangt af van de operatie.  
  • Hoe mooi het litteken wordt, hangt vooral af van uw type huid, de plek van het litteken en van de spanning die op het litteken staat. Het soort hechting heeft minder invloed op het uiteindelijke resultaat.
  • Als de wond dicht en helemaal droog is, kunt u crème smeren op de huid. Bijvoorbeeld een crème met vitamine E. Dit kan helpen bij het herstel van het litteken.
  • Bescherm uw litteken minstens 12 maanden tegen direct zonlicht. Dit kunt u met kleding doen of met zonnebrandcrème met beschermingsfactor 50.

Adviezen voor thuis

Zwelling

  • Het is normaal dat uw vinger dik is na een breuk of operatie.
  • Houd uw hand de eerste 2 weken na de breuk of operatie hoog. Dat betekent dat u uw hand hoger dan uw elleboog houdt. Bijvoorbeeld door uw hand op een kussen te leggen. Blijf dit doen totdat de zwelling weg is.
  • Blijft uw vinger meer dan 3 weken dik of wordt uw vinger dikker? Neem dan contact op met uw arts.

Pijnstilling

  • Een gebroken vinger kan pijnlijk zijn. Uw arts adviseert welke medicijnen u kunt gebruiken tegen de pijn.
  • Als het nodig is, krijgt u medicijnen of een recept voor medicijnen tegen de pijn mee naar huis.
  • De pijn wordt meestal na 1 tot 2 dagen minder.

Herstel

  • Het herstel van uw gebroken duurt ongeveer 6 weken. Na 6 weken kunt u nog wel pijn hebben. Ook is het vaak nog niet mogelijk alle bewegingen te maken.
  • U kunt uw vinger meestal pas na 3 maanden weer bewegen zonder dat het pijn doet.

Oefeningen voor thuis

Om uw vinger goed te laten genezen, is het belangrijk dat u uw vingers en hand blijft bewegen. Begin met deze oefeningen meteen nadat het gips of de spalk eraf is. Blijf ook uw elleboog en schouder bewegen. Zo wordt uw arm niet stijf.

  • Probeer de oefeningen 5 tot 10 keer per dag te doen. Herhaal de stappen 10 tot 15 keer.
  • Uw vinger kan stijf voelen. Dit is normaal. Stop de oefeningen als u veel pijn heeft.
  • Soms kan uw vinger dik worden na het oefenen. Houd de hand dan hoog.
  • Als u na het oefenen langer dan 10 minuten pijn heeft, dan heeft u te veel gedaan. Herhaal de stappen dan minder vaak bij uw volgende oefening.
  • Het is normaal dat u niet elke oefening meteen volledig kunt doen. Probeer elke dag een klein stukje verder te komen.
  • Als uw pols ook in het gips of in de spalk in heeft gezeten, buig en strek de pols dan 10 keer per uur.

Oefening 1: Beweeg uw hand zoals op het plaatje van een gestrekte hand naar een vuist. Uw duim blijft buiten de vuist. Houd deze stand 5 seconden vast.

Oefening 2: Spreid de vingers en doe de vingers dan weer tegen elkaar aan.

Oefening 3: Ontspan uw vingers en beweeg de pols rustig op en neer. Wacht 5 seconden tussen het buigen en strekken van uw pols.

Handtherapie

Soms heeft u hulp van een handtherapeut nodig. Een handtherapeut kan u helpen met oefenen. U krijgt een verwijzing voor de handtherapeut.

Wanneer moet u ons bellen?

Elke operatie heeft risico’s. Bij een operatie aan een gebroken vinger heeft u een kleine kans op een bloeding of een ontsteking.

Bel meteen de polikliniek Traumachirurgie als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • Meer dan 38,5 graden koorts.
  • Pijn die langer dan 3 dagen aanhoudt.
  • Steeds erger wordende pijn.
  • Een bloeding: de wond stopt niet met bloeden.
  • Paarse of blauwe vingers.
  • Een tintelend gevoel in de vingers.
  • U denkt dat u een ontsteking heeft. De wond is dan rood en warm of de huid rond de wond is dik. Soms komt er pus uit de wond. Als u twijfelt, neem dan contact op met de polikliniek Traumachirurgie.

Voor vragen over uw gips of spalk kunt u bellen naar de Gipskamer.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Traumachirurgie, locatie West, route 6
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Traumachirurgie, locatie Oost, P3
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Gipskamer, locatie West, route 6
020 510 80 28 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Gipskamer, locatie Oost, P3
020 599 29 63 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Traumachirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: