Gebroken scheepsvormig handwortelbeentje : scaphoïd fractuur

Het scheepsvormig handwortelbeentje is een botje tussen uw duim en uw pols. De medische naam is scaphoïd of os scaphoïdeum. Als het scheepsvormig handwortelbeentje gebroken is, krijgt u gips of een operatie. Hoe goed en hoe snel uw hand geneest, hangt af van de breuk en uw persoonlijke situatie.

Over het scheepsvormig handwortelbeentje

Het scheepsvormig handwortelbeentje is 1 van de 8 handwortelbeentjes. Deze beentjes zitten in het midden van de hand. Ze vormen samen de basis van de hand. Het scheepsvormig handwortelbeentje is de grootste van deze handwortelbeentjes. Het zit aan de kant van de duim, vlak na het spaakbeen. Het scheepsvormig handwortelbeentje is onderdeel van het polsgewricht. Het zorgt ervoor dat u uw pols en hand goed kunt gebruiken.
Het herstel van een breuk in het handwortelbeentje duurt vaak langer dan dat van andere botten in de hand en de pols omdat de doorbloeding van het scaphoïd kwetsbaar is.

 

Onderzoek en diagnose

Op de Spoedeisende Hulp of Gipskamer onderzoekt de arts uw hand en pols. U krijgt een röntgenfoto. Met een röntgenfoto zijn de botten goed zichtbaar.
Er is een CT-scan nodig als de arts op de foto niet goed kan zien of het bot gebroken is. Soms is een CT-scan nodig om de stand van de breuk beter te kunnen beoordelen. Een CT-scan is een soort 3D-röntgenfoto van de binnenkant van uw lichaam.
Bij een breuk van het scheepsvormig handwortelbeentje kunnen de stukken bot verplaatst zijn. Voor een goed herstel is het belangrijk dat de stukken bot weer op de goede plaats komen en blijven. U krijgt op de Spoedeisende Hulp of Gipskamer tijdelijk gips. Zo krijgt de hand rust en kan de zwelling verminderen.

Behandeling met gips

Als de botstukken nog goed op elkaar staan en de breuk stabiel is, krijgt u een behandeling met gips.

  • Na 1 week heeft u een afspraak op de Gipskamer. De arts controleert of uw hand nog dik is. U krijgt een lichter gips voor nog eens 5 weken.
  • Na 6 weken komt u naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto. Als de breuk nog niet goed is hersteld of als het handwortelbeentje nog te pijnlijk is, bespreekt de arts met u of u nog een aantal weken gips krijgt.
  • Als uw hand uit het gips is, begint u met oefenen.
  • Het herstel kan 3 maanden of soms wel maanden langer duren.
  • Soms groeit het botje ondanks de behandeling toch niet goed vast. Dan is soms een operatie nodig. Bij deze operatie moet dan soms ook bot uit een ander deel van het lichaam worden gebruikt om de breuk goed te laten genezen.

Behandeling met operatie

Als de breuk op een moeilijke plek zit of het bot op een lastige manier gebroken is, groeien de botstukken niet uit zichzelf weer goed aan elkaar. Er is dan een operatie nodig om de breuk te genezen.
Een traumachirurg of plastisch chirurg voert de operatie uit. Er zijn meerdere soorten operaties mogelijk. Meestal gebruikt de chirurg schroeven of een metalen plaatje om het bot in de goede positie vast te zetten.
Soms groeit het bot niet goed vast ondanks de behandeling met gips. Dan is bij de operatie vaak een bottransplantatie nodig. Hierbij gebruikt de arts een klein stukje bot van een andere plek in het lichaam om de groei van het bot te bevorderen. De arts haalt bijvoorbeeld een klein stukje bot uit de pols of het bekken.

Zo bereidt u zich voor

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.

Na de operatie

  • Als u zich goed voelt, mag u na uw behandeling dezelfde dag naar huis. Zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij af. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt of begeleid.
  • Laat een pleister of drukverband de eerste 48 tot 72 uur na de operatie zitten. Doe daarna een nieuwe pleister op de wond. Als de wond niet meer nat is, is een pleister niet meer nodig. De eerste 3 dagen na de operatie mag de wond niet nat worden.
  • Heeft u een hechtstrip of steristrip op uw wond? Laat deze dan zitten. Deze hechtstrip laat vanzelf los.
  • Soms krijgt u na de operatie gips of een brace. Dit hangt af van de breuk en het verloop van de operatie.

Litteken

  • Hoe lang het litteken wordt, hangt af van de operatie.  
  • Hoe mooi het litteken wordt, hangt vooral af van uw type huid, de plek van het litteken en van de spanning die op het litteken staat. Het soort hechting heeft minder invloed op het uiteindelijke resultaat.
  • Als de wond dicht en helemaal droog is, kunt u crème smeren op de huid. Bijvoorbeeld een crème met vitamine E. Dit kan helpen bij het herstel van het litteken.
  • Bescherm uw litteken minstens 12 maanden tegen direct zonlicht. Dit kunt u met kleding doen of met zonnebrandcrème met beschermingsfactor 50.

Herstel

  • Een handtherapeut kan u begeleiden om uw pols weer zo goed mogelijk te kunnen gebruiken. Als dit nodig is, krijgt u een verwijzing naar een handtherapeut van uw arts.
  • Soms groeit het botje ondanks de operatie toch niet goed vast. Dan kan een extra operatie nodig zijn. Bij deze operatie moet dan soms ook bot uit een ander deel van het lichaam worden gebruikt om de breuk goed te laten genezen.
  • Soms is de hand zo beschadigd, dat uw hand niet helemaal of moeizaam kan herstellen. U houdt dan pijn of stijfheid in de hand.

Adviezen voor thuis

  • Houd uw hand en pols de eerste week na de breuk hoog. Dat betekent dat uw hand en pols hoger dan de elleboog houdt. Als u zit of ligt kunt u uw arm bijvoorbeeld op een kussen leggen.
  • Als het geen pijn doet en u heeft geen gips gekregen, mag u uw vingers, hand en pols voorzichtig bewegen en een vuist maken. Beweeg ook uw schouder en strek en buig uw elleboog. Zo worden uw gewrichten niet stijf. De eerste 6 weken mag u sowieso niet steunen op de pols.

Zwelling

  • Het is normaal dat uw hand dik is na een botbreuk of operatie.
  • Houd uw hand zo veel mogelijk hoog om zwelling en pijn te verminderen.
  • Blijft uw hand meer dan 3 weken dik of wordt uw hand dikker? Neem dan contact op met uw arts.

Pijnstilling

  • Een gebroken scheepsvormig handwortelbeentje kan pijnlijk zijn. Uw arts adviseert welke pijnstilling u kunt gebruiken.
  • U krijgt medicijnen of een recept voor medicijnen mee naar huis.
  • De pijn wordt meestal na 1 tot 2 dagen minder.

Oefeningen voor herstel

Om uw hand goed te laten genezen, is het belangrijk dat u de hand en de pols blijft bewegen. Begin meteen met deze oefeningen nadat het gips eraf is. Als u geopereerd bent, bespreekt u met de arts wanneer u kunt beginnen met oefenen. Deze oefeningen kunt u ook terugvinden in de Virtual Fracture Care app.

  • Probeer 5 tot 10 keer per dag de oefeningen te doen. Herhaal de oefeningen steeds 10 tot 15 keer.
  • Uw hand en pols kunnen stijf voelen. Dit is normaal. Stop de oefeningen als u veel pijn heeft.
  • Soms kan uw hand dik worden na het oefenen. Houd de hand dan hoog.
  • Als u na het oefenen langer dan 10 minuten pijn heeft, dan heeft u teveel gedaan. Herhaal de stappen dan minder vaak bij uw volgende oefening.
  • Het is normaal dat u niet elke oefening meteen helemaal kunt doen. Probeer elke dag een klein stukje verder te komen.
  • U kunt de eerste dagen de pols tijdens het oefenen in warm water houden om de spieren te ontspannen.
  • Als het niet lukt om de oefeningen te doen, vraag dan aan uw arts een verwijzing voor handtherapie.

Oefeningen

Oefening 1: Beweeg de pols rustig op en neer.

Oefening 2: Buig en strek de pols met hulp van uw andere hand. Doe dit zo ver als het gaat. De oefening mag geen pijn doen.

Oefening 3: Leg uw hand plat op een tafel. Beweeg de hand naar rechts en links met een zwaaibeweging. Houd de onderarm stil.

Oefening 4: Maak zonder kracht te zetten een vuist van uw hand. Draai daarna rondjes met uw hand. Eerst naar links en dan naar rechts. Doe dit in een rustig tempo.

Oefening 5: Spreid de vingers en doe de vingers dan weer tegen elkaar aan.

Oefening 6: Raak met uw duim 1 voor 1 de vingertoppen van de andere vingers aan.

Oefening 7: Beweeg uw hand zoals op het plaatje is te zien van een gestrekte hand naar een vuist en weer terug. Let op dat u geen kracht zet.

Wanneer moet u ons bellen?

  • Uw vingers zijn paars of blauw. Ook als u uw hand goed hoog houdt.
  • U heeft een tintelend gevoel in de vingers. Ook als u uw hand goed hoog houdt.
  • U heeft langer dan 3 dagen pijn of pijn die steeds erger wordt.
  • Het gips doet pijn of zit te strak.
  • Het gips is gebroken, nat of slap.

Bel na een operatie ook bij deze klachten:

  • Als u denkt dat de wond ontstoken is: de wond is rood en warm, ook kan de plek rond de wond gezwollen zijn.
  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • De wond gaat plotseling open.
  • De wond lekt pus of vocht: de wond hoort na 3 dagen dicht en droog te zijn.
  • De pijn in de wond wordt plotseling erger.
  • De wond gaat plotseling bloeden. Start eerst zelf met 10 minuten op de wond te drukken zonder stoppen. Gebruik voor het drukken op de wond bijvoorbeeld een steriel gaas of een schone, gestreken theedoek of zakdoek. Bel OLVG als het bloeden niet stopt.

Behandelingen

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Traumachirurgie, locatie West, route 6
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Traumachirurgie, locatie Oost, P3
020 510 88 79  (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Gipskamer, locatie West, route 6
020 510 80 28 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Gipskamer, locatie Oost, P3
020 599 29 63 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

 

Als de polikliniek of Gipskamer niet bereikbaar is, belt u met klachten die echt niet kunnen wachten naar de Spoedeisende Hulp via het algemene telefoonnummer van OLVG.

OLVG, locatie West
020 510 89 11

OLVG, locatie Oost
020 599 91 11

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Traumachirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: