Gebroken heup : operatie en opname na heupfractuur

Een gebroken heup ontstaat vaak na een val. Een gebroken heup wordt ook wel een heupfractuur of collumfractuur genoemd. De breuk zit in het bovenste deel van het dijbeen. Als uw heup gebroken is, heeft u meestal een operatie nodig. U blijft na de heupoperatie meestal 4 tot 7 dagen in het ziekenhuis. Het herstel duurt ongeveer 3 tot 4 maanden, maar het herstel kan ook langer duren.

Over een gebroken heup

De heup zit op de plaats waar het bovenbeen en het bekken bij elkaar komen. De heup bestaat uit een kop en een kom. Bij het lopen en bewegen draait de kop in de kom.
Bij een gebroken heup zit er een breuk in het bovenste gedeelte van het bovenbeen.
Een gebroken heup ontstaat vaak na een val.

Een gebroken heup komt voor bij mensen van alle leeftijden. Omdat oudere mensen zwakkere botten hebben, komt een gebroken heup vaker voor bij mensen van 65 jaar en ouder.

Bij een gebroken heup is het belangrijk om snel te opereren. U wordt meteen opgenomen in het ziekenhuis. Uw operatie is binnen 1 tot 2 dagen na uw opname in het ziekenhuis. Soms moeten we de operatie uitstellen om uw medische gegevens en uw huidige gezondheid beter te beoordelen. Als dat zo is, bespreekt de arts dit met u. Soms is het ook verstandiger om niet te opereren.

Soorten breuken

Een bot kan op verschillende manieren breken. Welke operatie u krijgt hangt af van de soort breuk. Uw arts bespreekt de mogelijkheden met u.

Breuk van de dijbeenhals: collumfractuur

  • De breuk zit in het bovenste gedeelte van het dijbeen. Net onder de heupkop.
  • Bij jonge patiënten probeert de arts de heupkop te behouden met schroeven of een combinatie van platen en schroeven.
  • Bij oudere patiënten vervangen we de heupkop meestal door een kunstgewricht. Dit noemen we ook wel een prothese. Vaak vervangen we alleen de heupkop. Als er voor de breuk al slijtage was, vervangen we soms ook de heupkom.

Na de operatie mag u meestal meteen op het geopereerde been staan.

Breuk in het brede deel van het dijbeen: pertrochantere fractuur

  • De breuk zit in het brede deel van de heup.
  • Tijdens de operatie zet de arts de botdelen op de juiste plaats vast met een metalen pen of een combinatie van platen en schroeven.
  • Na de operatie mag u meestal meteen op het geopereerde been staan.

Breuk onder het brede deel van het dijbeen: subtrochantere fractuur

  • De breuk zit onder het brede deel van de heup.
  • Tijdens de operatie zet de arts de botdelen meestal vast met een metalen pen.
  • Na de operatie mag u meestal meteen op het geopereerde been staan.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • Voor de operatie spreekt u met een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    U hoort dan welke soort verdoving u krijgt.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Overleg dit met uw arts bij aankomst in het ziekenhuis.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina: Nuchter.

Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.

Reanimeren

De arts op de afdeling Spoedeisende Hulp of op de verpleegafdeling bespreekt met u of uw familie uw reanimatiewens bij spoed. Iedereen die geopereerd wordt in OLVG, krijgt deze vraag. Dit heeft niets te maken met uw gezondheid. De overheid verplicht ieder ziekenhuis om deze vraag te stellen aan een patiënt die in een ziekenhuis ligt. Ook is het ziekenhuis verplicht om uw antwoord op te schrijven in uw medisch dossier.

De heupoperatie in beeld

Zo gaan de operatie en opname

De operatie

  • Een verpleegkundige brengt u van de afdeling naar de operatiekamer.
  • Voor de operatie heeft u met de arts besproken of u gehele narcose of een ruggenprik met een slaapmiddel wilt.
  • Tijdens of voor de operatie krijgt u ook een infuus en een blaaskatheter. Via het infuus krijgt u vocht. Een blaaskatheter voert urine af. U houdt het infuus en de blaaskatheter totdat u terug bent op de verpleegafdeling.
  • De operatie duurt ongeveer 1,5 uur.

Op de uitslaapkamer

  • De verpleegkundige brengt u na de operatie naar de uitslaapkamer.
  • De verpleegkundigen letten op uw bloeddruk, polsslag en ademhaling.
  • Als u zich goed voelt, brengt de verpleegkundige u terug naar de verpleegafdeling.
  • Vaak ligt u 1 tot 2 uur in de uitslaapkamer.

Terug op de verpleegafdeling

  • Als u zich goed voelt, mag u eten.
  • Na de operatie vraagt de verpleegkundige vaak naar uw pijn. U geeft uw pijn een score van 0 tot 10.

Verloop van de opname

Uw herstel hangt af van de soort breuk en uw gezondheid. De arts bespreekt het met u als uw behandelplan verandert.

Dag 1 na de operatie

  • De verpleegkundige controleert een paar keer uw bloeddruk, temperatuur en polsslag. Soms krijgt u ook een röntgenfoto of moet u bloed laten prikken. Ook vraagt de verpleegkundige hoeveel pijn u heeft.
  • De fysiotherapeut of verpleegkundige helpt u uit bed en leert u lopen. U krijgt pijnstillers voordat u uit bed stapt.
  • De pleister op de wond blijft minimaal 3 dagen zitten.
  • Soms krijgt u een drukverband om uw been. Het drukverband blijft minimaal 1 dag zitten.
  • Als eten en drinken lukt en de uitslag van het bloedonderzoek goed is, verwijdert de verpleegkundige uw infuus en blaaskatheter.
  • Na de operatie kunt u pijn, duizeligheid en misselijkheid ervaren. Dit komt vaak voor na een operatie. U krijgt hier medicijnen voor.
  • Na de operatie kunt u merken dat u een verstopping of geen honger heeft. Dit is normaal na een operatie. Geef dit aan bij de verpleegkundige.
  • Probeer genoeg en gezond te eten.

Dag 2 na de operatie

Dag 2 is hetzelfde als dag 1. De verpleegkundige bekijkt of u nog drukverband nodig heeft. Ook bespreekt de arts met u wanneer u weer naar huis kan.

Dag 3 na de operatie

  • U blijft oefenen met staan en lopen.
  • Als het nodig is, wordt de wondpleister verwijderd.
  • De verpleegkundige vraagt hoeveel pijn u heeft. Als het kan bouwt u de pijnstilling af.
  • De arts bespreekt met u of u op de geplande datum naar huis kan.

Dag 4 na de operatie

Als het goed gaat, mag u op dag 4 naar huis. U kunt thuiszorg of een plek in een revalidatiecentrum of revalidatievoorziening van een verpleeghuis krijgen. De arts bespreekt met u of dit nodig is.

Ontslag uit het ziekenhuis

  • Als u zich goed voelt, verlaat u het ziekenhuis 4 tot 7 dagen na de operatie.
  • U kunt nog niet zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer. Vraag of iemand u met de auto naar huis of naar het revalidatiecentrum brengt. De verpleegkundige of de fysiotherapeut adviseert u hoe u kunt instappen en uitstappen.
  • U kunt thuiszorg krijgen. De arts bespreekt met u of dit nodig is.
  • Als u meer hulp nodig heeft en nog niet naar huis kunt, beoordeelt de arts of u een plek kunt krijgen in een revalidatiecentrum. De transferverpleegkundige bespreekt de mogelijkheden met u.
  • Uw huisarts krijgt van uw arts een brief met informatie over uw behandeling, uw situatie bij ontslag en over de eventuele nazorg.
  • Op de dag van vertrek heeft u een ontslaggesprek met de verpleegkundige. Heeft u nog vragen? Stelt u ze gerust.

Naar huis

U krijgt verschillende brieven mee naar huis.

  • De arts stuurt een brief naar uw huisarts. In de brief staat informatie over uw operatie en uw behandeling.
  • Als u geen oplosbare hechtingen heeft, dan krijgt u een afspraak bij de polikliniek 2 weken na uw operatie, of u maakt zelf een afspraak bij de huisarts.
  • Een verwijzing naar een fysiotherapeut bij u in de buurt. U maakt zelf een afspraak bij de fysiotherapeut. Neem de verwijzing mee naar uw eerste afspraak. Tijdens uw laatste afspraak met de fysiotherapeut in het ziekenhuis herhaalt de fysiotherapeut alle oefeningen met u. Ook kunt u dan vragen stellen over uw herstel.
  • Een overzicht van uw medicijnen wordt naar uw eigen apotheek gestuurd.
  • Een overzicht van uw afspraken in het ziekenhuis. U krijgt een telefonische afspraak met de traumachirurg of orthopedisch chirurg na 6 tot 8 weken.

Naar een revalidatievoorziening van een verpleeghuis

U krijgt verschillende brieven mee.

  • Informatie over de operatie en uw opname voor de revalidatieafdeling. In deze brief staan ook de regels en afspraken als u een lekkende wond heeft. Ook staat in de brief of u niet-oplosbare hechtingen heeft of wanneer uw hechtingen verwijderd kunnen worden. De verpleegkundige op de revalidatieafdeling kan uw hechtingen verwijderen.
  • Een verwijzing voor de fysiotherapeut. Tijdens uw laatste afspraak met de fysiotherapeut in het ziekenhuis herhaalt de fysiotherapeut alle oefeningen met u. Ook kunt u dan vragen stellen over uw herstel. Vaak is er een fysiotherapeut in het revalidatiecentrum.
  • Een overzicht van uw medicijnen wordt naar de apotheek van het verpleeghuis gestuurd.
  • Een overzicht van uw afspraken in het ziekenhuis. U krijgt een telefonische afspraak met de traumachirurg of orthopedisch chirurg na 6 tot 8 weken.

Medicijnen

Vanaf de operatiedag tot 6 weken na de operatie krijgt u verschillende medicijnen:

  • U krijgt medicijnen tegen pijn en misselijkheid. Geef het aan bij de verpleegkundige als u toch pijn heeft of misselijk bent.
  • Tijdens de operatie krijgt u een antibioticum tegen een ontsteking.
  • Om te zorgen dat u geen trombose krijgt, heeft u tot 1 maand na uw operatie medicijnen nodig. Tijdens uw opname krijgt u hierover meer informatie.

Herstel van een gebroken heup

  • Voor uw herstel is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer gaat bewegen.
  • U mag op uw been staan en lopen en u mag uw been bewegen, behalve als de arts iets anders met u heeft besproken.
  • Het is belangrijk om zo snel mogelijk veel uit bed te zijn. Hierdoor heeft u minder kans op klachten na de operatie. Door veel te bewegen, herstelt de breuk goed.
  • Als u veel pijn heeft of u moeilijk kunt bewegen, kunt u ook beginnen door op een stoel te zitten. Als het dan weer lukt, kunt u proberen om op uw been te staan en lopen.

Wat heeft u nodig voor het herstel?

  • We adviseren u om comfortabele en goed wasbare kleding te dragen. Uw bovenbeen is dikker dan normaal en de wond kan de eerste 2 dagen nog wat door het verband heen lekken.
  • Goed ingelopen, stevige schoenen. Liefst dichte schoenen. Wij raden u af om slippers te dragen tijdens uw herstel.
  • Elleboogkrukken of een rollator. De eerste weken na de operatie heeft u hulp nodig bij het lopen.
  • Eventueel een schoenlepel.

U zorgt zelf voor deze hulpmiddelen, zoals elleboogkrukken of een rollator. U kunt deze huren of kopen via de thuiszorgwinkel. Binnen OLVG kunt u de hulpmiddelen kopen bij de Cordaan zorgwinkel in de centrale hal van locatie West.

Adviezen voor thuis

Fysiotherapie en revalidatie

Door de val, de operatie en weinig bewegen in het ziekenhuis zorgen ervoor dat u minder spierkracht of een slechtere conditie krijgt. Hierdoor kunt u misschien minder zelf doen. Hoe sneller u in beweging komt na uw operatie, hoe beter uw conditie blijft. Probeer daarom na de operatie zo snel mogelijk in beweging te komen. Probeer zo veel mogelijk taken in het huishouden zelf te doen.

De fysiotherapeut adviseert u over veilig bewegen, over het gebruik van loophulpmiddelen en over hoe vaak en hoeveel u mag bewegen. De fysiotherapeut oefent met u het in en uit bed stappen, het lopen en eventueel traplopen. Het doel is dat u zo snel mogelijk weer zelfstandig en veilig kan bewegen.

Wondverzorging

Als er geen vocht uit de wond komt, hoeft hier geen pleister op. Soms krijgt u een waterafstotende pleister waarmee u kunt douchen. De pleister mag, afhankelijk van soort pleister, maximaal 7 dagen blijven zitten. De verpleegkundige geeft u instructies over hoe de pleister en bijbehorend kastje werkt. Hiervoor is geen aanvullende verzorging nodig.

De eerste maanden is het beter om de wond met uw handen te wassen en niet met een washand. U mag niet in bad of zwemmen tot de wond volledig genezen is. Dat is meestal na ongeveer 6 weken. Gebruik geen crème of lotion op het litteken totdat de wond hersteld is.

Zwelling

Het is mogelijk dat na de operatie uw been dik of blauw wordt. Dit is normaal na een heupoperatie en verdwijnt na enkele weken. U zorgt dat uw been niet dikker wordt, door zoveel mogelijk te bewegen tijdens uw herstel. Ook kunt u het been hoog houden als u zit of ligt. Bijvoorbeeld door uw been op een kussen te leggen

Risico’s van de operatie

Iedere operatie heeft risico’s. Bij de operatie van een gebroken heup bestaat een kleine kans op een beschadigde pees, bloedvat of zenuw, een infectie of een blaasontsteking.

  • Luxatie: uw heupkop kan uit de kom schieten als de heupkop is vervangen. Een luxatie kan jaren na uw operatie ontstaan. U kunt de kans op een luxatie kleiner maken door goed de adviezen van de arts, verpleegkundige en fysiotherapie op te volgen.
  • Trombose: bij een operatie is er een kans op trombose. Dit is een propje bloed in de ader. Om te zorgen dat u geen trombose krijgt, krijgt u tot 1 maand na de operatie medicijnen tegen trombose.
  • Beenlengte: er is een kleine kans dat uw been iets verandert in lengte of stand. U krijgt dan orthopedische schoenen of een schoenverhoging.
  • Verwardheid: na een operatie kan verwardheid ontstaan. Dit heet delier. Dit gebeurt vaker bij patiënten boven de 70 jaar. De verpleegkundige bekijkt bij elke patiënt ouder dan 70 jaar of zij last hebben van verwardheid. Als het nodig is, zijn de medewerkers van de afdeling Geriatrie beschikbaar tijdens de opname.

Wanneer moet u ons bellen?

Bel meteen de verpleegafdeling waar u heeft gelegen als u 1 of meer van deze klachten heeft.

  • Als u denkt dat de wond ontstoken is: de wond is rood en warm, ook kan de plek rond de wond gezwollen zijn.
  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • De wond gaat plotseling open.
  • De wond lekt pus of vocht: de wond hoort na 3 dagen dicht en droog te zijn.
  • De pijn in de wond wordt plotseling erger.
  • De wond gaat plotseling bloeden. Start eerst zelf met 10 minuten op de wond te drukken zonder stoppen. Gebruik voor het drukken op de wond bijvoorbeeld een steriel gaas of een schone, gestreken theedoek of zakdoek. Bel OLVG als het bloeden niet stopt.

Bel ook bij deze klachten:

  • Pijn in uw heup of kuit die steeds erg wordt. Pijnstillers helpen niet of niet genoeg.
  • Uw been zwelt ineens op.
  • U heeft een zwaar gevoel of pijn in uw been.
  • Uw been krijgt een andere kleur: witter of juist rood of blauw.
  • Uw huid voelt strak en glanzend met zichtbare aderen.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Traumachirurgie, locatie Oost, P3
020 510 88 79  (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Traumachirurgie, locatie West, route 6
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Verpleegafdeling Chirurgie A4, locatie West
020 510 84 14 en 020 510 82 14 (bij spoed dag en nacht bereikbaar)

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Traumachirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: