Gebroken enkel : enkelbreuk

De enkel is het gewricht tussen het onderbeen en de voet. Door de enkel kan de voet in verschillende richtingen bewegen. De botten van de enkel worden door stevige banden aan elkaar gehouden. Dit zijn de enkelbanden. Bij een gebroken enkel kunnen de stukken bot verschoven zijn. Als uw enkel gebroken is, krijgt u meestal gips om uw enkel. Soms is een operatie nodig. Voor een goed herstel is het belangrijk dat u oefeningen doet. Het herstel duurt ongeveer 3 tot 4 maanden.

Over een gebroken enkel

De enkel bestaat uit:

  • 2 botten in onderbeen: het scheenbeen en het kuitbeen
  • 1 bot in de voet: het sprongbeen

Het scheenbeen zit aan de binnenkant van de enkel. Het kuitbeen zit aan de buitenkant van de enkel. De enkelbanden houden de botten bij elkaar.

Bij een gebroken enkel is het kuitbeen of het scheenbeen gebroken. Soms zijn beide botten gebroken. Door een breuk ontstaan er 2 of meer losse botstukken. Het kan zijn dat de botstukken zijn verschoven en niet meer goed op elkaar staan.

 

Behandelplan bij botbreuk of letsel

 

Deze inhoud kan vanwege de huidige cookie-instellingen niet weergegeven worden.

Om deze inhoud te kunnen zien, verander je cookie-instellingen.

Behandeling zonder operatie

Deze inhoud kan vanwege de huidige cookie-instellingen niet weergegeven worden.

Om deze inhoud te kunnen zien, verander je cookie-instellingen.

Er zijn meerdere behandelingen mogelijk bij een gebroken enkel. Welke behandeling u nodig heeft, hangt af van het type breuk.

Stabiele breuk

  • U krijgt een behandeling met gips bij een stabiele breuk. De stukken bot staan goed op elkaar. De kans is klein dat de botstukken nog verplaatsen.
  • U krijgt 1 week gips om het onderbeen. Daarna krijgt u ongeveer 5 weken een afneembare brace. De arts bespreekt met u het plan voor de behandeling. Ook bespreekt de arts met u hoeveel u het been in de brace mag belasten.
  • De arts bespreekt met u of u na de behandeling nog een röntgenfoto nodig heeft. Uw arts controleert hiermee of de breuk goed is hersteld.

Instabiele breuk

  • Als de kans groot is dat de botstukken nog gaan verschuiven noemen we dit een mogelijk instabiele breuk. Op de Spoedeisende Hulp zet de arts de botten als dit nodig is weer op de goede plek terug. Dit heet zetten of reponeren. U krijgt hierna gips om het onderbeen.
  • Bij een instabiele breuk is meestal een operatie nodig. Soms kiest de arts in overleg met u toch voor een behandeling met gips of een brace.

Zo gaat het zetten van de breuk

Als door de breuk de stukken bot van elkaar af staan, zet de arts de stukken bot eerst terug op de goede plek. Het terugzetten van de stukken bot gebeurt meestal op Spoedeisende Hulp. Soms moet u hiervoor naar de operatiekamer.

  • U krijgt meestal een verdoving. De arts geeft u hiervoor een injectie.
  • De arts zet de botstukken terug op de goede plek.
  • U krijgt opnieuw een röntgenfoto. Hiermee kan de arts controleren of het bot nu op de juiste plek ziet.
  • Als het bot op de goede plek zit, krijgt u gips.
  • Soms is het nodig om de breuk op de operatiekamer te zetten. Dan wordt vaak ook een stalen frame (externe fixateur) aangebracht om de breuk op zijn plaats te houden tot de zwelling voldoende is afgenomen voor de definitieve operatie (zie onder).

Behandeling met operatie

Deze inhoud kan vanwege de huidige cookie-instellingen niet weergegeven worden.

Om deze inhoud te kunnen zien, verander je cookie-instellingen.

Als door de breuk de botstukken in de enkel te ver van elkaar staan, is het zetten van de botten niet mogelijk. U heeft dan een operatie nodig. Tijdens de operatie zet de arts de botstukken op de goede plek.
Als een operatie nodig is, gebeurt dit meestal binnen 2 weken nadat u de enkel heeft gebroken. Deze rusttijd is nodig om de spieren en de huid rondom de enkel te laten herstellen voordat u geopereerd kunt worden.
Soms heeft u tot de operatie een fixateur externe nodig. Een fixateur externe is een metalen frame aan de buitenkant van het lichaam. De botstukken kunnen door de externe fixatie niet verplaatsen tijdens het herstel. 

Er zijn meerdere soorten operaties mogelijk. Meestal gebruikt de arts 1 of meer metalen plaatjes en schroeven om het bot op de goede plek vast te zetten. De operatie gebeurt met een gehele verdoving of een verdoving in de enkel. De arts bespreekt met u welke soort verdoving het beste bij u past.

  • De arts bespreekt vooraf de operatie met u door.
  • Soms is er een extra controle voor de operatie nodig. De arts controleert dan wonden en de zwelling van de enkel.
  • Na de operatie bespreekt uw arts met u of u na de operatie gips of een brace krijgt.

 Na de operatie

  • Na de operatie bespreekt de arts de verdere behandeling met u. De arts bespreekt dan ook met u of u gips of een brace nodig heeft. Dit is voor elke patiënt anders.
  • Vaak krijgt u na een operatie van een gebroken enkel 2 weken gips en daarna 4 weken een walker. Een walker is een soort brace die u af kunt doen. De arts spreekt met u af hoeveel u het been mag belasten.
  • Als u zich goed voelt, mag u na uw behandeling meteen naar huis. Zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij af. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.
  • Laat een pleister of drukverband de eerste 48 uur na de operatie zitten. Doe daarna een nieuwe pleister op de wond. Als de wond niet meer nat is, is een pleister niet meer nodig. Vanaf 3 dagen na de operatie mag de wond niet nat zijn.
  • Heeft u een hechtstrip of doorzichtige pleister op uw wond? Laat deze dan zitten. Deze hechtstrip of doorzichtige pleister laat vanzelf los.

Trombose

  • Bij een operatie aan uw been is er een klein risico op diep veneuze trombose. Dit betekent dat een propje bloed vastzit in een ader.
  • Als u trombose heeft, zit het propje vaak in uw been. Het been wordt dan dik en pijnlijk.
  • Vaak schrijft de arts voor de operatie bloedverdunners voor. Hierdoor is de kans op diep veneuze trombose kleiner.
  • 1 tot 2 van de 100 patiënten krijgt trombose.

Litteken

  • Hoe lang het litteken wordt, hangt af van de operatie.  
  • Hoe mooi het litteken wordt, hangt vooral af van uw type huid, de plek van het litteken en van de spanning die op het litteken staat. Het soort hechting heeft minder invloed op het uiteindelijke resultaat.
  • Als de wond dicht en helemaal droog is, kunt u crème smeren op de huid. Bijvoorbeeld een crème met vitamine E. Dit kan helpen bij het herstel van het litteken.
  • Bescherm uw litteken minstens 12 maanden tegen direct zonlicht. Dit kunt u met kleding doen of met zonnebrandcrème met beschermingsfactor 50.

Adviezen voor thuis

Zwelling

  • Het is normaal dat uw enkel dik wordt na de breuk of operatie.
  • Houd uw voet hoog. Dit betekent dat uw voet hoger ligt dan uw knie. Uw knie moet hoger liggen dan uw heup. Als u zit of ligt kunt u uw been bijvoorbeeld op een stoel of kussen leggen.
  • Blijft uw voet meer dan 3 weken dik? Neem dan contact op met de polikliniek Traumachirurgie.

Pijnstilling

  • Houd uw voet hoog. Dat vermindert zwelling en pijn.
  • Uw arts adviseert u welke pijnstilling u kunt gebruiken. Soms heeft u geen pijnstilling nodig.
  • 1 tot 2 dagen na de breuk of operatie wordt de pijn meestal minder.

Herstel

  • U moet de enkel veel rust geven en zoveel mogelijk hoog houden.
  • Als het geen pijn doet mag u de tenen, de voet en de enkel bewegen. Het is belangrijk om ook de heup en de knie te blijven bewegen. Zo voorkomt u dat de knie en heup stijf worden.
  • Vaak duurt het herstel van de enkel meer dan 6 weken. Na 6 weken kunt u uw enkel weer redelijk goed gebruiken.
  • Na 3 tot 4 maanden mag u de enkel meestal weer helemaal gewoon gebruiken.
  • Soms is het nodig dat u naar de fysiotherapeut gaat. Als dit nodig is, krijgt u van de arts een verwijzing voor de fysiotherapeut.
  • Soms is de enkel erg beschadigd. Bijvoorbeeld door kraakbeenschade. Uw enkel geneest dan mogelijk nooit helemaal.

Oefeningen voor herstel

Om uw enkel goed te laten genezen is het belangrijk dat u de enkel en de voet blijft bewegen. Begin met deze oefeningen meteen nadat dat het gips eraf is.  

  • Probeer 5 tot 10 keer per dag de oefeningen te doen. Herhaal de oefeningen steeds 10 tot 15 keer.
  • Uw voet en enkel kunnen stijf voelen. Dit is normaal. Stop de oefeningen als u veel pijn heeft.
  • Soms kan uw voet dik worden na het oefenen. Houd de voet dan hoog.
  • Als u na het oefenen langer dan 10 minuten pijn heeft, dan heeft u teveel gedaan. Herhaal de stappen dan minder vaak bij uw volgende oefening.
  • Het is normaal dat u niet elke oefening meteen helemaal kunt doen. Probeer elke dag een klein stukje verder te komen.
  • U kunt de eerste dagen de enkel tijdens het oefenen in warm water houden om de spieren te ontspannen.

Begin met onbelast oefenen. Dit betekent dat u oefent zonder op de voet te staan. Daarna kunt u belast oefenen. Dit betekent dat u op de voet staat. Oefen alleen als het niet te veel pijn doet.

Onbelast oefenen

Onbelast oefenen betekent dat u oefent zonder op de voet te staan. Forceer de enkel niet bij rondjes draaien van de enkel.
Als de enkel erg stijf is en u onvoldoende ver komt, kunt u de enkel helpen door met een stugge sjaal de tenen naar u toe te trekken.

Deze inhoud kan vanwege de huidige cookie-instellingen niet weergegeven worden.

Om deze inhoud te kunnen zien, verander je cookie-instellingen.

Belast oefenen

Belast oefenen betekent dat u op de voet staat. Begin met oefeningen op de stoel. Ga op een stoel zitten en doe deze 2 oefeningen om uw spieren te rekken.

Oefening 1: Zet uw voet ver van de stoel op de grond en probeer de hiel op de grond te zetten

Oefening 2: Schuif uw voet dichter bij de stoel en probeer de hiel weer op de grond te zetten.

Na het oefenen met de stoel, doet u de oefeningen met behulp van uw lichaamsgewicht. Ga staan en doe deze oefening om uw spieren te rekken.

  1. Strek uw enkel zo ver mogelijk uit.
  2. Zet uw voet weer plat neer op de grond.
  3. Zet uw gezonde voet achter uw oefenvoet.
  4. Strek uw enkel weer zo ver mogelijk uit.

Meer oefeningen

Als de pijn het toelaat, is het belangrijk om te oefenen met het been. Als u goed op 1 been kunt staan, kunt u proberen kleine stappen te lopen. Probeer de enkel zo normaal mogelijk te gebruiken. Iedere stap is een oefening.

Wanneer moet u ons bellen?

  • Uw tenen zijn paars of blauw. Ook als u uw voet goed hoog houdt.
  • U heeft een tintelend gevoel in de tenen. Ook als u uw voet goed hoog houdt.
  • U heeft langer dan 3 dagen pijn of pijn die steeds erger wordt.
  • Het gips doet pijn of zit te strak.
  • Het gips is gebroken, nat of slap.
  • De pijn in uw in uw heup of kuit wordt steeds erger. Pijnstillers helpen niet of niet genoeg.
  • Uw kuit wordt steeds dikker of pijnlijker.

Bel na een operatie ook bij deze klachten:

  • Als u denkt dat de wond ontstoken is: de wond is rood en warm, ook kan de plek rond de wond gezwollen zijn.
  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • De wond gaat plotseling open.
  • De wond lekt pus of vocht: de wond hoort na 3 dagen dicht en droog te zijn.
  • De pijn in de wond wordt plotseling erger.
  • De wond gaat plotseling bloeden. Start eerst zelf met 10 minuten op de wond te drukken zonder stoppen. Gebruik voor het drukken op de wond bijvoorbeeld een steriel gaas of een schone, gestreken theedoek of zakdoek. Bel OLVG als het bloeden niet stopt.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Traumachirurgie, locatie Oost, P3
020 510 88 79  (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Traumachirurgie, locatie West, route 6
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Gipskamer, locatie West, route 6
020 510 80 28 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Gipskamer, locatie Oost, P3
020 599 29 63 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

 

Als de polikliniek of Gipskamer niet bereikbaar is, belt u met klachten die echt niet kunnen wachten naar de Spoedeisende Hulp via het algemene telefoonnummer van OLVG.

OLVG, locatie West
020 510 89 11

OLVG, locatie Oost
020 599 91 11

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Traumachirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: