Gebroken driehoeksbeentje : Os triquetrum fractuur

Het driehoeksbeentje is 1 van de handwortelbeentjes in uw pols. De medische naam is os triquetrum. Bij een gebroken driehoeksbeentje krijgt u meestal een behandeling met gips en een brace. Soms is een operatie nodig. Het herstel van de breuk duurt ongeveer 6 weken.

Over het driehoeksbeentje

Het driehoeksbeentje is 1 van de 8 handwortelbeentjes. Deze beentjes zitten in het midden van de pols.
Het handwortelbeentje aan de kant waar de pink zit, is het driehoeksbeentje. Bij een harde val of klap op de hand kan het driehoeksbeentje breken.
De handwortelbeentjes zitten met bandjes aan elkaar vast. Deze bandjes noemen we ligamenten. Bij een gebroken driehoeksbeentje scheurt vaak het ligament, waardoor een stukje bot afscheurt.

Onderzoek en diagnose

Op de Spoedeisende Hulp onderzoekt de arts uw hand en pols. U krijgt een röntgenfoto van de pols. Met een röntgenfoto zijn de handwortelbeentjes meestal goed zichtbaar. Soms krijgt u ook nog een CT-scan om de breuk nog beter te kunnen zien. Een CT-scan is een soort 3D-röntgenfoto van de binnenkant van uw lichaam.
Er zijn 2 soorten behandelingen mogelijk: u krijgt gips of een operatie. Door de ligamenten die de botjes in de pols op de juiste plek houden, geneest de breuk vaak goed. U krijgt daarom vaak gips.
Soms zijn er meerdere handwortelbeentjes of ligamenten kapot. U krijgt dan vaak een operatie. Ook krijgt u een operatie wanneer de arts denkt dat de botstukken niet goed vast zullen groeien. De arts bespreekt met u wat de beste behandeling voor u is.
Op de Spoedeisende Hulp krijgt u gips om uw onderarm. De volgende werkdag belt de arts u om het behandelplan met u te bespreken. 

Behandeling met gips

  • Het gips dat u heeft gekregen op de Spoedeisende Hulp draagt u 1 week.
  • Na 1 week heeft u een afspraak bij de Gipskamer. U krijgt dan een brace. Een brace is een stevige band die u om uw arm draagt.
  • De brace kunt u tijdens het douchen afdoen.
  • U draagt de brace 3 weken lang.
  • Na het dragen van de brace is het belangrijk dat u weer gaat oefenen met het gebruiken van uw pols. Zo kan de pols goed genezen. De arts legt de oefeningen aan u uit. U kunt de oefeningen ook terugvinden in de Virtual Fracture Care app.

Behandeling met operatie

Als een operatie nodig is, bespreekt de arts dit met u. De operatie vindt meestal plaats binnen twee weken nadat u uw handwortelbeentje gebroken heeft. Bij een operatie aan het driehoeksbeentje zet de arts het bot recht en vast met ijzeren draden of schroeven. Als u ijzeren draden krijgt, zullen deze na het herstel van de breuk verwijderd worden op de Gipskamer. De schroeven kunnen de rest van uw leven blijven zitten.
De arts bespreekt met u welke behandeling het beste bij uw klachten past.

Soms krijgt u een extra afspraak in het ziekenhuis voor uw operatie. De arts controleert dan de zwelling van uw hand of pols en bekijkt of u wonden heeft.  

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.

Na de operatie

  • Na de operatie bespreekt de arts de verdere behandeling met u. Na een operatie krijgt u vaak gips of drukverband. De arts bespreekt met u hoe lang u gips of verband nodig heeft.
  • Als u zich goed voelt, mag u na uw behandeling meteen naar huis. Zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij af. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.
  • Laat een pleister of drukverband de eerste 48 uur na de operatie zitten. Doe daarna een nieuwe pleister op de wond. Als de wond niet meer nat is, is een pleister niet meer nodig. Vanaf 3 dagen na de operatie mag de wond niet nat zijn.
  • Heeft u een hechtstrip of doorzichtige pleister op uw wond? Laat deze dan zitten. Deze hechtstrip of doorzichtige pleister laat vanzelf los.
  • Het is belangrijk uw vingers, hand en pols te bewegen wanneer de pijn dit toelaat. Beweeg ook uw schouder en elleboog. Zo worden uw gewrichten niet stijf. U kunt oefeningen ook vinden in de Virtual Fracture App.
  • De arts bespreekt met u of fysiotherapie nodig is.

Adviezen voor thuis

Pijnstilling

  • Uw arts adviseert u welke pijnstilling u kunt gebruiken als u pijnstilling nodig heeft.
  • 1 tot 2 dagen na de operatie wordt de pijn minder.

Litteken

  • Hoe lang het litteken wordt, hangt af van de operatie.
  • Hoe mooi het litteken herstelt, hangt vooral af van uw type huid, de plek van het litteken en van de spanning die op het litteken staat. Het soort hechting heeft minder invloed op het uiteindelijke resultaat.
  • Als de wond dicht en helemaal droog is, kunt u crème smeren op de huid. Bijvoorbeeld een crème met vitamine E. Dit kan helpen bij het herstel van het litteken.
  • Bescherm uw litteken minstens 12 maanden tegen direct zonlicht. Dit kunt u met kleding doen of met zonnebrandcrème met beschermingsfactor 50.

Zwelling

  • Het is normaal dat uw hand dik wordt na een botbreuk of operatie.
  • Houd uw hand hoog. Dit betekent dat uw hand en pols hoger liggen dan uw elleboog in bijvoorbeeld een sling of mitella. Een mitella is een doek die dichtgeknoopt om de nek hangt en zo de arm ondersteunt. Een sling is een band met klittenband die om uw nek hangt als een lus. U kunt uw arm hierin laten rusten.
  • Als u zit of ligt kunt u uw arm bijvoorbeeld op een kussen leggen.
  • Blijft uw hand meer dan 2 weken dik of wordt uw hand dikker? Neem dan contact op met uw arts.

Herstel

Het herstel van de breuk duurt ongeveer 6 weken. Dit betekent niet dat u geen pijn meer heeft of dat u alle bewegingen al kunt maken. Dit kan tot 3 maanden na de operatie duren. Soms is de pols erg beschadigd. U hand geneest dan nooit helemaal. De arts bespreekt dan met u welke behandeling het beste bij u past.  

Oefeningen voor herstel

Om uw hand goed te laten genezen is het belangrijk dat u de hand en de pols blijft bewegen. Begin met deze oefeningen meteen nadat dat het gips eraf is. Deze oefeningen kunt u ook terugvinden in de Virtual Fracture Care app.

  • Probeer 5 tot 10 keer per dag de oefeningen te doen. Herhaal de oefeningen steeds 10 tot 15 keer.
  • Uw hand en pols kunnen stijf voelen. Dit is normaal. Stop de oefeningen als u veel pijn heeft.
  • Soms kan uw hand dik worden na het oefenen. Houd de hand dan hoog.
  • Als u na het oefenen langer dan 10 minuten pijn heeft, dan heeft u teveel gedaan. Herhaal de stappen dan minder vaak bij uw volgende oefening.
  • Het is normaal dat u niet elke oefening meteen helemaal kunt doen. Probeer elke dag een klein stukje verder te komen.
  • U kunt de eerste dagen de pols tijdens het oefenen in warm water houden om de spieren te ontspannen.
  • Als het niet lukt om de oefeningen te doen, vraag dan aan uw arts een verwijzing voor handtherapie.

Oefeningen

Oefening 1: Beweeg de pols rustig op en neer.

Oefening 2: Buig en strek de pols met hulp van uw andere hand. Doe dit zo ver als het gaat. De oefening mag geen pijn doen.

Oefening 3: Leg uw hand plat op een tafel. Beweeg de hand naar rechts en links met een zwaaibeweging. Houd de onderarm stil.

Oefening 4: Maak zonder kracht te zetten een vuist van uw hand. Draai daarna rondjes met uw hand. Eerst naar links en dan naar rechts. Doe dit in een rustig tempo.

Oefening 5: Spreid de vingers en doe de vingers dan weer tegen elkaar aan.

Oefening 6: Raak met uw duim 1 voor 1 de vingertoppen van de andere vingers aan.

Oefening 7: Beweeg uw hand zoals op het plaatje is te zien van een gestrekte hand naar een vuist en weer terug. Let op dat u geen kracht zet.

Wanneer moet u ons bellen?

  • Uw vingers zijn paars of blauw. Ook als u uw hand goed hoog houdt.
  • U heeft een tintelend gevoel in de vingers. Ook als u uw hand goed hoog houdt.
  • U heeft langer dan 3 dagen pijn of pijn die steeds erger wordt.
  • Het gips doet pijn of zit te strak.
  • Het gips is gebroken, nat of slap.

Bel na een operatie ook bij deze klachten:

  • Als u denkt dat de wond ontstoken is: de wond is rood en warm, ook kan de plek rond de wond gezwollen zijn.
  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • De wond gaat plotseling open.
  • De wond lekt pus of vocht: de wond hoort na 3 dagen dicht en droog te zijn.
  • De pijn in de wond wordt plotseling erger.
  • De wond gaat plotseling bloeden. Start eerst zelf met 10 minuten op de wond te drukken zonder stoppen. Gebruik voor het drukken op de wond bijvoorbeeld een steriel gaas of een schone, gestreken theedoek of zakdoek. Bel OLVG als het bloeden niet stopt.

Behandelingen

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Traumachirurgie, locatie West, route 6
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Traumachirurgie, locatie Oost, P3
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Gipskamer, locatie West, route 6
020 510 80 28 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Gipskamer, locatie Oost, P3
020 599 29 63 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

 

Als de afdeling niet bereikbaar is, belt u met klachten die echt niet kunnen wachten naar de Spoedeisende Hulp via het algemene telefoonnummer van OLVG.

OLVG, locatie Oost
020 599 91 11

OLVG, locatie West
020 510 89 11

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Traumachirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: