Gebroken bovenarm : humerusfractuur net onder de schouder

Een gebroken bovenarm heet ook wel een humerusfractuur. De bovenarm kan op verschillende plekken breken. De arm breekt meestal net onder de schouder. U krijgt een behandeling met een sling of een operatie. Uw arts bespreekt met u welke behandeling het best bij uw breuk en wensen past. Het kan zeker 3 tot 4 maanden duren voor u de arm weer volledig kunt gebruiken. Soms is meer tijd nodig.

Over de bovenarmbreuk

Uw bovenarm bestaat uit één stevig bot. Het bot van de bovenarm verbindt het gewricht van de schouder met het gewricht van de elleboog. Door een harde stoot of een val kan de bovenarm breken. Een breuk bij of net onder de schouder komt het meest voor. Dit heet een subcapitale humerusfractuur.

Met een röntgenfoto kijkt de arts of uw bovenarm gebroken is. Soms is een CT-scan nodig om de stand van de breuk beter te kunnen beoordelen. Een CT-scan is een soort 3D-röntgenfoto van de binnenkant van uw lichaam.

Er zijn 2 behandelingen mogelijk:

  • Behandeling met sling om de arm tijdelijk rust te geven
    Een sling is een band met klittenband die om uw nek hangt als een lus. U kunt uw arm hierin laten rusten.
  • Operatie
    Bij een operatie zet de arts uw botten vast met een metalen plaat en schroeven of met een pen in het bot.

Welke behandeling u nodig heeft, hangt af van hoe het bot gebroken is en wat u zelf wilt. De arts bespreekt met u wat de beste behandeling is voor u. 

Behandeling met sling

Na uw bezoek aan het ziekenhuis

  • U krijgt op de Spoedeisende Hulp of Gipskamer een sling. Dit is een soort band die de arm ondersteunt.
  • U draagt de sling ongeveer 1 week. U mag de sling in de nacht afdoen.
  • Het is belangrijk dat u de arm en de schouder rust geeft.
  • Blijf uw elleboog, hand en vingers strekken. Zo zorgt u ervoor dat uw arm niet stijf wordt.

1 week na de breuk

  • Na ongeveer 1 week heeft u een telefonische afspraak met een traumachirurg. U bespreekt dan met de arts hoe uw herstel gaat.
  • Uw arts bepaalt of er ter controle een röntgenfoto nodig is. Als dit nodig is krijgt u hiervoor een afspraak. Als op de röntgenfoto is te zien dat de botten verschoven zijn, kan een operatie nodig zijn.
  • Als het herstel goed verloopt, kunt u beginnen met oefenen.
  • Wij raden u aan naar een fysiotherapeut te gaan om u te helpen met de oefeningen. U krijgt hiervoor een verwijzing van de arts.

8 weken na de breuk

  • Na ongeveer 8 weken heeft u weer een telefonische afspraak bij een traumachirurg. De arts controleert dan hoe het herstel gaat.
  • Uw arts bepaalt of er ter controle opnieuw een röntgenfoto nodig is. Als dit nodig is krijgt u hiervoor een afspraak. Als de botten verschoven zijn, kan alsnog een operatie nodig zijn.

Behandeling met operatie

Na uw bezoek aan het ziekenhuis

  • De operatieplanner neemt binnen 2 dagen na uw bezoek aan het ziekenhuis contact met u op om de operatie te plannen.
  • De operatie is meestal binnen 7 tot 14 dagen nadat uw bovenarm is gebroken.
  • U krijgt op de Spoedeisende Hulp of Gipskamer een sling. Dit is een soort band die de arm ondersteunt.
  • U draagt de sling tot de operatie. U mag de sling in de nacht afdoen.
  • Het is belangrijk dat u de arm en de schouder rust geeft.
  • Blijf uw elleboog, hand en vingers strekken. Zo zorgt u ervoor dat uw arm niet stijf wordt.

Zo bereidt u zich voor op de operatie

  • U vult een vragenlijst in via patiëntenportaal MijnOLVG als voorbereiding op uw behandeling of onderzoek. Daarna hoort u welke soort verdoving u krijgt.
    Meestal hoort u dit online via MijnOLVG. Heel soms is een telefonische afspraak of een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie nodig. Een medewerker van de afdeling Anesthesiologie neemt dan contact met u op.
    Kijk voor meer informatie op de webpagina: Verdoving.
  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.
  • Voor uw eigen veiligheid moet u voor uw behandeling of onderzoek nuchter zijn.
    U krijgt hiervoor instructies van een medewerker van de afdeling Anesthesiologie.
    Voor meer informatie kunt u ook alvast kijken op de webpagina Nuchter.
Rookt u? Voor uw herstel is het beter om te stoppen met roken rond de operatie.
Als u niet rookt heeft u minder kans op complicaties zoals een ontsteking.
Stop als het kan 4 weken voor uw operatie met roken.
Rook niet tot minstens 4 weken na de operatie.
Kijk voor meer informatie op de webpagina: Roken en een operatie.

De operatie

  • Bij de operatie van het bot van de bovenarm zet de arts botstukken vast met een metalen plaat en schroeven of met een pen. Soms zijn er meerdere plaatjes of schroeven nodig om alle stukken vast te zetten.
  • Als er een plaat of pen is gebruikt blijven deze in principe zitten in het lichaam. Platen en pennen worden alleen weggehaald als u er last van krijgt.

Na de operatie

  • Als u zich goed voelt, mag u de dag van uw operatie naar huis. Zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij af. Vraag of iemand u met de auto naar huis brengt.
  • U blijft na de operatie nog een week overdag de sling dragen.
  • Na de operatie heeft u een wond. De arts doet hier hechtpleisters op. Laat deze pleister op de wond zitten. Ze vallen er vanzelf vanaf.
  • Lekt uw wond bloed of vocht? Doe dan een schone pleister op de wond. De wond mag 3 dagen na de operatie niet meer lekken. Als uw wond niet lekt hoeft u geen schone pleister op uw wond te plakken.

Litteken

  • Hoe mooi het litteken wordt, hangt vooral af van uw type huid, de plek van het litteken en van de spanning die op het litteken staat. Het soort hechting heeft minder invloed op het uiteindelijke resultaat.
  • Als de wond dicht en helemaal droog is, kunt u crème smeren op de huid. Bijvoorbeeld een crème met vitamine E. Dit kan helpen bij het herstel van het litteken.
  • Bescherm uw litteken minstens 12 maanden tegen direct zonlicht. Dit kunt u met kleding doen of met zonnebrandcrème met beschermingsfactor 50.

Pijnstilling

  • Na de operatie bespreekt de arts met u welke pijnstilling het beste is voor uw klachten. Soms heeft u geen pijnstilling nodig.

Zwelling

  • Na de operatie kan uw arm wat dikker zijn. Dit is normaal.
  • Blijft uw arm langer dan 3 weken dik of wordt deze dikker? Neem dan contact op met uw arts via de polikliniek traumachirurgie.

Herstel na de behandelingen

  • Het gebroken bot is vaak na ongeveer 6 tot 8 weken weer voor een deel vastgegroeid. U bent dan nog niet hersteld. U kunt nog pijn hebben. Ook kunt u nog niet alle bewegingen maken.
  • Na ongeveer 3 maanden mag u alle bewegingen met uw arm en schouder weer maken.
  • Vaak herstelt de breuk ondanks de behandeling niet goed of isde schouderfunctie blijvend beperkt.
  • Doordat de doorbloeding van de kop van de schouder kwetsbaar is kunt u ook lang na de operatie nog last krijgen van uw schouder. Dit heet kopnecrose.

Fysiotherapie

Hulp van een fysiotherapeut kan nodig zijn om de beweging in de arm en schouder weer zo goed mogelijk terug te krijgen. Wij adviseren iedereen met een gebroken bovenarm om naar een fysiotherapeut te gaan. U krijgt hiervoor een verwijzing van ons mee.

Oefeningen voor thuis

  • Oefen elke dag 3 tot 4 keer.
  • Doe elke oefening steeds 10 tot 15 keer achter elkaar.
  • De oefeningen gelden met en zonder operatie.

Week 2 en 3

Oefening 1: Beweeg de vingers en hand in de sling door 10 tot 15 keer per dag een vuist te maken.

Oefening 2: Ga iets gebukt voorover staan en maak kleine cirkelbewegingen met de elleboog. Dit heet een pendelbeweging.

Oefening 3: Ga iets gebukt voorover staan en laat uw arm gestrekt naar beneden hangen. Maak kleine cirkelbewegingen links- en rechtsom.

Oefening 4: Buik en strek de elleboog, terwijl u gebukt voorover staat.

Week 4 en 5

Oefening 1: Beweeg met de hand over uw borstkas naar de gezonde schouder en probeer het schouderblad aan te tikken. Ondersteun uw elleboog met uw andere hand.

Oefening 2: Plaats uw handen tegen elkaar voor uw borstkas en zet ze tegen elkaar. U voelt de spieren aan de voorkant van uw schouder aanspannen.

Oefening 3: Strek uw arm. Breng deze naar voren en til omhoog tot schouderhoogte.

Oefening 4: Til uw gestrekte arm naar opzij tot aan schouderhoogte. Maak eventueel gebruik van een muur om wat steun te hebben.

Oefening 5: Beweeg de arm rustig met een gestrekte of gebogen elleboog naar achteren.

Vanaf week 6

  • Houd de oefeningen aan van week 4 en 5. Tot u weer hetzelfde kan met uw arm als voor de breuk.
  • Zwemmen is een goede oefening om uw arm sterker te maken.

Wanneer moet u ons bellen?

  • Uw vingers zijn paars of blauw. Ook als u uw hand goed hoog houdt.
  • U heeft een tintelend gevoel in de vingers. Ook als u uw hand goed hoog houdt.
  • U heeft langer dan 3 dagen pijn of pijn die steeds erger wordt.
  • Het gips doet pijn of zit te strak.
  • Het gips is gebroken, nat of slap.

Bel na een operatie ook bij deze klachten:

  • Als u denkt dat de wond ontstoken is: de wond is rood en warm, ook kan de plek rond de wond gezwollen zijn.
  • U heeft meer dan 38,5 graden koorts.
  • De wond gaat plotseling open.
  • De wond lekt pus of vocht: de wond hoort na 3 dagen dicht en droog te zijn.
  • De pijn in de wond wordt plotseling erger.
  • De wond gaat plotseling bloeden. Start eerst zelf met 10 minuten op de wond te drukken zonder stoppen. Gebruik voor het drukken op de wond bijvoorbeeld een steriel gaas of een schone, gestreken theedoek of zakdoek. Bel OLVG als het bloeden niet stopt.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Traumachirurgie, locatie West, route 6
020 510 88 79 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Traumachirurgie, locatie Oost, P3
020 510 88 79  (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Gipskamer, locatie West, route 6
020 510 80 28 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Gipskamer, locatie Oost, P3
020 599 29 63 (op werkdagen van 08.00 tot 16.15 uur)
gipskamer@olvg.nl

Als de polikliniek of Gipskamer niet bereikbaar is, belt u met klachten die echt niet kunnen wachten naar de Spoedeisende Hulp via het algemene telefoonnummer van OLVG.

OLVG, locatie West
020 510 89 11

OLVG, locatie Oost
020 599 91 11

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Traumachirurgie van OLVG. Laatst gewijzigd: