Ergotherapie bij neurologische problemen : hulp om weer zoveel mogelijk zelf te kunnen

Neurologische problemen ontstaan doordat het zenuwstelsel is beschadigd. Het zenuwstelsel stuurt informatie van de hersenen naar de lichaamsdelen. Ook stuurt het zenuwstelsel informatie van de lichaamsdelen naar de hersenen. Door neurologische problemen kunt u niet meer alles in het dagelijks leven zelf doen. Ergotherapie kan helpen om zoveel mogelijk dingen weer zelf te doen. U start vaak al met ergotherapie tijdens uw opname in het ziekenhuis.

Over neurologische problemen

Door de informatie die uw zenuwstelsel van de lichaamsdelen naar de hersenen stuurt, kan uw lichaam reageren op uw omgeving.
Een voorbeeld van hoe uw zenuwstelsel reageert, is als u een hete kookplaat zou aanraken. Uw zenuwstelstel merkt dat de kookplaat warm is. U trekt daarom snel uw hand weg.
Bij sommige neurologische problemen gebeurt dit niet. Uw zenuwstelsel werkt dan niet goed. U voelt bijvoorbeeld niet of de kookplaat warm is. Of u voelt het te laat.

Oorzaken

Neurologische problemen kunnen verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

  • een beroerte
  • een tumor
  • een hartinfarct
  • een infectie
  • een ongeluk
  • dementie
  • de ziekte van Parkinson

Gevolgen van neurologische problemen

Neurologische problemen kunnen veel invloed hebben op uw dagelijks leven. Door neurologische problemen kunt u last krijgen van lichamelijke of cognitieve problemen. Ook kan uw gedrag veranderen. De problemen die u krijgt, hangen af van waar uw zenuwstelsel is beschadigd. U kunt de volgende problemen hebben:

Lichamelijke problemen

  • U heeft minder kracht in uw armen of benen.
  • U kunt uw arm en hand niet meer goed gebruiken.
  • U heeft minder gevoel in ledematen. Of het gevoel is veranderd.
  • U heeft een minder goede balans als u zit, staat of loopt.
  • U bent sneller moe.

Cognitieve problemen

  • Het lukt u minder goed om iets af te maken. U wordt bijvoorbeeld moe.
  • U kunt zich niet concentreren op een taak. U raakt afgeleid van dingen om u heen. Het lezen van een boek of het volgen van een televisieprogramma lukt bijvoorbeeld niet meer.
  • U kunt niet meer dan 1 ding tegelijk doen. Bijvoorbeeld bellen en koken tegelijk.
  • U heeft geen aandacht voor de dingen die links of rechts van u gebeuren. Dit noemen we ook wel een neglect.
  • U bent trager in het denken, praten of doen.
  • U kunt informatie niet goed onthouden.
  • U kunt zich gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren.
  • Als u iets wilt doen, weet u niet meer precies welke stappen hierbij horen. U slaat soms stappen over, of u doet de stappen in de verkeerde volgorde.
  • U heeft moeite met plannen.
  • U vindt het moeilijk om te bepalen wat belangrijk is, en wat minder belangrijk is.
  • U vindt het moeilijk om de tijd in te schatten. U kunt bijvoorbeeld moeilijk inschatten hoe lang u met een activiteit bezig bent.
  • U heeft moeite met controleren of u de handelingen goed uitvoert.
  • Uw naasten zien soms dat dagelijkse activiteiten minder goed gaan. Zelf heeft u dat niet door.

Voor cognitieve problemen kunt u ergotherapie krijgen.

Veranderingen in uw gedrag

  • U bent sneller emotioneel.
  • U bent sneller geïrriteerd.
  • U doet dingen zonder er goed over na te denken.
  • U kunt zich minder goed in anderen inleven.
  • U doet minder dan u voorheen deed.

Over ergotherapie

Tijdens uw opname in het ziekenhuis kan een ergotherapeut u helpen.

  • U heeft eerst een gesprek met de ergotherapeut. In dit gesprek bespreken jullie wat u wel en niet kan.
  • Daarna start de ergotherapeut met een onderzoek naar de lichamelijke en/of cognitieve problemen.

Samen met u bepaalt de ergotherapeut hoe de behandeling eruit gaat zien. Een behandeling kan bestaan uit de volgende dingen:

  • U leert om met de lichamelijke en/of cognitieve problemen om te gaan in het dagelijks leven. U leert uzelf bijvoorbeeld aan te kleden en zelf te eten en te drinken.
  • De ergotherapeut geeft u advies over hulpmiddelen. Bijvoorbeeld aangepast bestek.
  • De ergotherapeut helpt en adviseert u en uw naasten. De ergotherapeut legt bijvoorbeeld uit wat uw problemen zijn, en wat de gevolgen van deze problemen zijn.

Zo gaat het verder

Na uw opname in het ziekenhuis mag u naar huis, naar een revalidatiecentrum, of naar een verpleeghuis. Waar u heen gaat hangt af van hoe het met u gaat.
Soms krijgt u na uw opname in het ziekenhuis nog ergotherapie. De ergotherapeut van het ziekenhuis stuurt de informatie over uw behandeling dan naar uw nieuwe ergotherapeut.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Afdeling Ergotherapie, locatie Oost, A8
020 599 30 13 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)

Afdeling Ergotherapie, locatie West, route 11
020 510 83 64 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Ergotherapie van OLVG. Laatst gewijzigd: