home

Shunt controleren : shuntflowmeting

Voor elke dialyse controleren we of uw shunt werkt. Ook meten we regelmatig hoe snel het bloed door uw shunt stroomt. Dit doen we met een shuntflowmeting. Als er een probleem is met uw shunt, is het belangrijk om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen.

Over het onderzoek

De shuntflowmeting gebeurt tijdens de dialyse, u voelt hier niks van.
Soms is extra onderzoek nodig om te kijken wat de oorzaken zijn van problemen in de shunt.
Als extra onderzoek nodig is, bespreekt de arts dat met u.

Welke shuntflowmeting u krijgt heeft te maken met soort shunt die u heeft:

Fistel: een shunt van eigen bloedvaten

Een fistel is een shunt die in uw eigen aders is geplaatst.
Als u een fistel heeft, krijgt u 1 keer in de 3 maanden een shuntflowmeting.
Met een echoapparaat bekijkt de verpleegkundige de shunt via geluidsgolven.
Deze shuntflowmeting gebeurt tijdens het aanprikken.

Graft: een shunt van kunststof

Een graft is een shunt die is aangesloten op een kunststof ader.
Als u een graft heeft krijgt u 1 keer per maand een shuntflowmeting.
De verpleegkundige kijkt via de dialysemachine naar de druk van de shunt en controleert of er een vernauwing is.

De uitslag van het onderzoek

Een lage uitslag van de shuntflowmeting komt soms door een vernauwing in de shunt.
Om te controleren of er een vernauwing in de shunt zit, maakt de verpleegkundige een angiografie.

Zo gaat het vervolgonderzoek

Met een angiografie controleren we de shunt op een vernauwing of een verwijding.
De arts prikt een dunne naald in de shunt en spuit contrastvloeistof in.
Daarna maken we een röntgenfoto van de onderarm om de shunt te kunnen controleren.
Dit onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.
Kunt u niet goed tegen contrastvloeistof? Vertel dit dan voor het onderzoek aan de arts.

Contrastvloeistof

De contrastvloeistof wordt afgevoerd door het dialyseren.

Als u nog niet gestart bent met de dialyse en u nieren werken nog voldoende, is soms prehydratie nodig. Prehydratie is het toedienen van vloeistof via een infuus om contrastvloeistof uit te spoelen.
Als prehydratie op de Dagbehandeling nodig is, bespreekt de arts dit met u.

Zo gaat het verder

Als er een probleem is met uw shunt, is het belangrijk om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen. Dit kan op verschillende manieren:

  • Het dotteren van uw bloedvaten en het plaatsen van een stent. Lees verder op de webpagina: Dotteren en stentbehandeling.
  • Een trombectomie. Met een trombectomie opent de arts de shunt om het stolsel te verwijderen of op te lossen. 
  • Een operatie. Soms is het nodig om een gedeelte van de shunt te vervangen via een kleine operatie. Als dat bij u nodig is, bespreekt uw arts dat met u.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Afdeling Dialyse, locatie West
020 510 83 90 (op werkdagen van 07.30 tot 16.00 uur)
dialyse.secretariaat@olvg.nl

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Nierziekten van OLVG. Laatst gewijzigd: