home

Baby met obstetrisch plexus brachialis letsel : adviezen voor ouders en verzorgers bij OPBL

Tijdens de bevalling kunnen de zenuwen in de nek van uw baby soms beschadigen. Hierdoor kan uw baby de arm minder goed en krachtig bewegen. Ook is het gevoel in de arm verminderd. Dit heet een obstetrisch brachialis plexus letsel (OPBL). Dit heet ook wel Erbse parese.

Over OPBL

Tijdens de bevalling kan de schouder van de baby achter het schaambeen van de moeder blijven haken. Als dat gebeurt, rekken de zenuwen van de nek te veel op. De zenuwen kunnen dan beschadigen. Door de beschadiging kan de arm of een deel van de arm minder bewegen. 5 tot 6 per 1000 baby’s heeft een OBPL bij de geboorte.

Herstel

Soms herstellen de zenuwen zich weer. Een zenuw die opgerekt is kan volledig herstellen. Het is van te voren niet te voorspellen of dit gebeurt. 

Begeleiding door zorgverleners

Na de geboorte krijgt u adviezen van de kinderfysiotherapeut op de kraamafdeling.

In de eerste week na de geboorte heeft u een afspraak met een kinderfysiotherapeut.
U krijgt dan begeleiding en uitleg over hoe u het beste met uw baby kunt omgaan.

3 weken na de geboorte heeft u een afspraak met de kinderarts en kinderfysiotherapeut.
U bespreekt dan of u meer begeleiding nodig heeft. Als het nodig is, verwijst de kinderarts u door naar een andere zorgverlener.

Omgaan met een baby met OPBL

Beweeg de arm van uw baby zo normaal mogelijk. Zorg dat de arm niet in een abnormale stand komt. Bescherm de gewrichten van de slappere arm tegen te veel rek op de banden en het kapsel.

Een verkeerde houding of beweging heeft geen effect op het zenuwletsel.

Adviezen tijdens de verzorging

  • Zorg dat de arm niet in een abnormale stand komt tijdens het verzorgen en het vasthouden.
  • Til uw baby niet onder de oksels op.
  • Door de slappere arm aan te raken en te strelen is uw baby zich meer bewust van deze arm.
  • Zorg dat de slappere arm niet kan vallen. Houd de arm tegen het lichaam van uw baby bij het optillen of bij het in bad doen.

Adviezen bij OPBL met een botbreuk

Bij OPBL met een botbreuk moet de pijnlijke arm de eerste weken rust krijgen.

Zorg dat uw baby zo weinig mogelijk last heeft van de arm met de botbreuk. Beweeg de arm zo weinig mogelijk of pas de beweging aan.

Bij OPBL met een botbreuk gelden de eerste 3 weken de volgende adviezen:

  • Hef de arm met de botbreuk niet hoger dan de schouder.
  • Leg uw baby op de zijde met de gezonde arm, of leg uw baby op de rug.
  • Kies kleding die u makkelijk aan en uit kunt trekken. 
  • Wees voorzichtig met de arm met de botbreuk bij het aan en uittrekken van kleding. Heeft uw baby veel last van de botbreuk, stop dan de arm onder het rompertje.  
  • Wees voorzichtig met de arm met de botbreuk bij het optillen. 

Na 3 weken is de botbreuk genezen. Volg dan de adviezen op onder het kopje Omgaan met een baby met OPBL. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Afdeling Fysiotherapie, locatie Oost, A8
020 599 30 13 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)
fysiotherapie-oost@olvg.nl

Afdeling Fysiotherapie, locatie West, route 11
020 510 83 67 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)
fysiotherapie-west@olvg.nl 

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Fysiotherapie van OLVG. Laatst gewijzigd: