OLVG

Alpelisib - fulvestrant

Deze informatie gaat over het behandelschema van de doelgerichte en hormonale therapie en over de bijwerkingen bij deze behandeling. Niet iedereen krijgt last van deze bijwerkingen. Dit is per persoon verschillend. Voor de start van de behandeling heeft u nog een gesprek met de oncologieverpleegkundige. Uw vragen kunt u tijdens dit gesprek stellen. Lees de informatie goed door!

Informatie over de behandeling

  • De behandeling bestaat uit meerdere kuren
  • Elke 4 weken (28 dagen) start een nieuwe kuur. 
  • De arts of verpleegkundig specialist zal met u een startdatum (dag 1) bespreken
  • Start ’s ochtends met het innemen van de alpelisib; 
    • Slik de tabletten door met water zonder te kauwen.
    • Neem de tabletten direct na het eten in
    • Neem de tabletten elke dag op een vast moment, dan onthoudt u makkelijker dat u ze moet innemen
  • Bent u vergeten om de alpelisib in te nemen? Dan kunt u alpelisib nog steeds innemen, maar wel binnen 9 uur nadat u het eigenlijk had moeten nemen en meteen na wat eten.
  • Het medicijn fulvestrant wordt bij kuur 1 op dag 1 en 15 toegediend via een injectie in een spier in uw bovenbeen of bil (intramusculair). 
  • Bij alle volgende kuren wordt fulvestrant toegediend op dag 1
  • Voor elke volgende kuurcyclus wordt u bij de arts of verpleegkundig specialist verwacht op de polikliniek. Tijdens deze afspraak vertelt u hoe het met u gaat en worden uw vragen zo goed als mogelijk beantwoord.
  • Belangrijk is om voorafgaand aan deze poli afspraak bloed te prikken. Dit kan dezelfde dag minimaal een uur voor de poli afspraak of een dag eerder.
  • Samen met uw arts bepaalt u of u verder gaat met de behandeling. Dit is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden.

Laat voor uw afspraak uw bloed controleren

  • U moet voor de afspraak op de polikliniek uw bloed laten controleren. Doe dit tussen 1 en 24 uur voor de afspraak. 
  • Maak een afspraak bij de afdeling Bloedafname. U kunt ook op een andere locatie terecht.
  • U moet een laboratoriumformulier laten zien. U vindt dit in MijnOLVG > Menu > Laboratoriumformulier.
  • Afhankelijk van de uitslagen beoordeelt de arts of de behandeling door kan gaan.

Behandelschema

Volg het schema hieronder. Een + betekent dat u op die dag het medicijn gebruikt of krijgt toegediend. Een - betekent dat u op die dag het medicijn niet gebruikt of krijgt toegediend.

Kuur 1

Dag

Alpelisib,
tabletten

Fulvestrant,
injectie

+ +
2 t/m 14 + -
15 + +
16 t/m 28 + -

Alle volgende kuren

Dag

Alpelisib,
tabletten

Fulvestrant,
injectie

+ +
2 t/m 28 + -

Bijwerkingen

Door doelgerichte en hormonale therapie kunt u bijwerkingen hebben. Dit verschilt per persoon.

Bijwerkingen die vaak voorkomen

Diarree, hoge bloedsuiker, huidverandering, pijnlijke mond en lippen.

Bijwerkingen die regelmatig voorkomen

Opvliegers

Meer informatie over bijwerkingen

Wat is het? 

  • Het slijmvlies in de darm kan beschadigd raken. Hierdoor kan diarree ontstaan. 
  • Klachten die hiermee samengaan zijn; buikpijn/buikkrampen, vaak aandrang, meer ontlasting, pijn en irritatie van het gebied rond de anus, bloed bij de ontlasting, minder plassen. 

Wat kunt u zelf doen? 

  • Drink voldoende om het vochtverlies aan te vullen. Drink daarom in ieder geval 2 liter per dag (16 kopjes of 14 bekers). 
  • Gebruik naast water, thee en koffie regelmatig een melkproduct, vruchten- en groentesappen, soep of bouillon om het tekort aan voedingsstoffen en zout aan te vullen. 
  • Voeding is niet de oorzaak van de diarree, daarom is het niet nodig om bepaalde producten te vermijden. Stoppende voedingsmiddelen bestaan niet.
  • Gebruik geen probiotica (bijv. yakult) bij diarree ten gevolge van beschadigd slijmvlies en bij verminderde afweer. 
  • Probeer gewoon te blijven eten en drinken. 
  • Wanneer u bovenstaande klachten heeft is het belangrijk om contact op te nemen met OLVG.

Wat kunnen wij voor u doen? 

  • Bij ernstige klachten volgt behandeling met medicijnen.

Wat is het?

Door de behandeling kan het suikergehalte in het bloed omhoog gaan. U kunt dat merken aan:

    • veel dorst
    • droge mond
    • vaak plassen
    • problemen met zien
    • snel en diep ademhalen

Wat kunt u zelf doen?

  • Neem contact op met uw arts of de oncologieverpleegkundige als u last heeft van één van deze klachten.

Wat kunnen wij voor u doen?

  • Uw suikergehalte regelmatig controleren.
  • Bij een ernstige verhoging van uw bloedsuiker kunt u medicijnen krijgen. 

Wat is het?

  • Door de behandeling kan uw huid droger en/of schilferig worden.
  • De behandeling kan er voor zorgen dat u huiduitslag krijgt. Dit kan zich uiten als roodheid, vlekken, puisten, pukkels of blaasjes. Dit kan optreden over de gehele huid of in de vorm van een plaatselijke uitslag.
  • Gedurende de behandeling met chemotherapie kan de huid gevoeliger zijn voor zonlicht. 

Wat kunt u zelf doen?

  • Smeer uw gezicht en andere delen van uw lichaam die in de zon komen in met minimaal factor 30 en vermijd zonnebaden.
  • Gebruik niet-geparfumeerde bodylotions of crèmes op waterbasis (hydraterend).
  • Zeep droogt de huid uit. In plaats daarvan kunt u beter voor olie kiezen.
  • Wanneer u last heeft van een jeukende huid kan koelzalf of mentholpoeder verlichting bieden.

Wat kunnen wij voor u doen?

  • Bij ernstige klachten volgt behandeling met medicijnen.
  • Bij ernstige klachten kunnen wij u doorverwijzen naar de dermatoloog.

Wat is het?

  • U kunt last krijgen van irritatie, beschadiging of ontsteking van het mondslijmvlies 
    (mucositis).

Wat kunt u zelf doen?

  • Spoel 4 tot 6 keer per dag uw mond met zout water. Dit beschermt het slijmvlies.
  • Poets uw tanden 2 keer per dag met een zachte tandenborstel en een medicinale 
    tandpasta zoals Parodontax of Sensodyne F.
  • Probeer wondjes en bloedingen te voorkomen. Wees daarom voorzichtig met floss, 
    ragers of tandenstokers.
  • Houdt de pijnlijke mond aan of lukt het u niet om voldoende te eten of te drinken? Neem 
    dan contact op met het ziekenhuis.

Wat kunnen wij voor u doen?

  • Bij ernstige klachten volgt behandeling met medicijnen.

Wat is het? 

  • Door hormoontherapie kunt u het ineens korte tijd heel warm krijgen.
  • Dit is vaak in het gezicht, de nek en borst.
  • De temperatuur van de huid stijgt.
  • Dit duurt meestal een paar minuten.

Wat kunt u zelf doen? 

  • Neem geen scherp gekruid eten, hete dranken en alcohol.
  • Blijf genoeg drinken, minimaal anderhalve tot 2 liter per dag. Dat zijn ongeveer 10 tot 12 glazen.
  • Houd uzelf koel. Draag kleding in laagjes. Dan kunt u iets uittrekken als u het warm krijgt. Of draag luchtige wijde kleding. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Medische Oncologie en Hematologie, locatie Oost, P2
020 510 88 78 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Medische Oncologie en Hematologie, locatie West, route 14
020 510 88 78 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Medische Oncologie van OLVG. Laatst gewijzigd: