Aandoeningen & behandelingen

Lumbale sympathicus blokkadeu kunt hiervoor terecht bij Pijncentrum

Een blokkade van de lumbale sympathicus kan worden toegepast bij doorbloedingsstoornissen aan het been, CRPS, lage rugpijn en bepaalde zenuwpijnen, zoals fantoompijn.

Voor de lendenwervels ligt aan weerszijde een zenuwbaan; de sympathische grensstreng of lumbale sympathicus. Deze maakt deel uit van het autonome (onwillekeurige) zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel regelt automatisch bijna alle onbewuste functies en processen in het lichaam, zoals spijsvertering, hartslag en de hoeveelheid bloed die door de bloedvaten gaat. De lumbale sympathicus is ook belangrijk voor de pijn.

Door blokkades van de lumbale sympathicus wordt de pijngeleiding beïnvloed, zodat het pijnsignaal voor langere tijd niet meer kan worden doorgegeven. Het kan de doorbloeding van de benen verbeteren.

Verloop

Voorbereiding

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Overleg dan met uw pijnspecialist of u hiermee moet stoppen voor de behandeling. 

Overige medicatie

Deze kunt u gewoon innemen, tenzij de pijnspecialist andere afspraken met u heeft gemaakt.

Kleding en sieraden 

Draag makkelijk zittende kleding. Wij verzoeken u geen sieraden te dragen in het te behandelen gebied.

Eten en drinken

U mag van tevoren eten en drinken, u hoeft niet nuchter te zijn. Tenzij u een behandeling ondergaat met behulp van propofol (een roesje). Hiervoor krijgt u instructies van uw arts.

Na de behandeling

U mag de rest van de dag niet actief deelnemen aan het verkeer. Regel daarom van tevoren dat iemand u naar huis brengt.

Belangrijk

Is er iets verandert in uw medische situatie of medicatie geef dit dan altijd door aan uw behandelend arts voor de behandeling.

  • Bent u (mogelijk) zwanger?
  • Bent u allergisch voor contrastvloeistof, jodium of medicijnen?
  • Heeft u een pacemaker of ICD?

Meld dit voor de behandeling aan de pijnspecialist!

Neem contact op met het Pijncentrum indien:

  • u geen pijn meer heeft;
  • u de dag van de behandeling ziek bent of koorts heeft.

De behandeling

Blokkade met verdovingsvloeistof

Met behulp van röntgenstralen en plaatselijke verdoving brengt de arts een naald in de lage rug, in de buurt van de zenuwbaan van de lumbale sympathicus. Hij controleert met contrastvloeistof of de naald op de juist plaats staat. Vervolgens wordt er verdovingsvloeistof ingespoten. De verdovingsvloeistof zorgt dat het pijnsignaal niet meer kan worden doorgegeven.

Als de pijn tijdelijk duidelijk minder is geworden met de blokkade met verdovingsvloeistof, dan kan een definitieve blokkade van de lumbale sympathicus worden gedaan.

Behandeling met alcohol of phenol

Met behulp van röntgenstralen en plaatselijke verdoving brengt de arts een naald in de lage rug, in de buurt van de zenuwbaan van de lumbale sympathicus. Hij controleert met contrastvloeistof of de naald op de juist plaats staat. Als de naald op de juiste plaats staat wordt er verder verdoofd en wordt er alcohol of phenol bij de zenuwbaan ingespoten om deze te blokkeren.

Radiofrequente (RF) denervatie

Een RF-denervatie heeft als doel de pijngeleiding voor langere tijd uit te schakelen. RF-denervatie is een behandeling waarbij de lumbale sympathicus wordt verwarmd door middel van radiofrequente (RF) stroom. De naam denervatie betekent letterlijk ‘ontzenuwen’ maar in werkelijkheid worden de zenuwen alleen beschadigd. De zenuw kan herstellen. Zo nodig kan de behandeling herhaald worden.

De behandeling gebeurt met behulp van röntgenstralen en onder plaatselijke verdoving. De arts brengt twee naalden in de lage rug, in de buurt van de lumbale sympathicus. Met contrastvloeistof en een klein elektrisch stroompje controleert hij de positie van de naaldpunten. Als de naalden op de juiste plaats staan wordt er verder verdoofd en worden de naaldpunten verwarmd. De zenuwbaan wordt zo verwarmd en gedeeltelijk onderbroken. Hierdoor kunnen de pijnprikkels minder goed worden doorgeven en zal de pijn afnemen.

Na de behandeling

De dag na de behandeling kunt u uw activiteiten weer hervatten, tenzij de pijnspecialist anders met u heeft afgesproken.

Wanneer kunt u pijnvermindering verwachten?       

  • Na de behandeling kan er napijn optreden. Deze napijn kan 1-2 weken aanhouden, maar verdwijnt weer vanzelf. U kunt hiervoor eventueel een pijnstiller innemen (bijvoorbeeld paracetamol volgens bijsluiter). Zo nodig kan in overleg met uw pijnspecialist of huisarts een andere pijnstiller worden voorgeschreven.
  • Het is belangrijk om te weten dat het effect van de behandeling soms pas na enkele weken kan optreden. Het is ook mogelijk dat u al eerder minder pijn heeft. Pas na 6-8 weken is het zinvol om het resultaat van de behandeling te beoordelen; rond deze tijd krijgt u een controleafspraak. Soms is een aanvullende behandeling nodig.

Complicaties en bijwerkingen

Zoals bij iedere behandeling, bestaat er ook bij deze behandeling een kleine kans op complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • Tijdelijk (tot enkele weken) pijn of zwelling in het been. Dit komt door een toegenomen doorbloeding.
  • Tijdelijk zenuwpijn of gevoelsvermindering in de lies en/of in het bovenbeen door prikkeling van een zenuw. Aanraking van dit huidgebied kan onaangenaam en pijnlijk zijn.
  • Een bloeding.
  • Een infectie. Krijgt u koorts, of heeft u een bloeding neem dan contact op met uw huisarts of het Pijncentrum.
  • Aanprikken van de nier. Deze complicatie is zeer zeldzaam en kan kortdurend bruin gekleurde urine veroorzaken. Waarschuw in dit geval het Pijncentrum.

Tips

  • Neem mee

    Geldig legitimatiebewijs, verzekeringspasje, verwijsbrief.
  • Overzicht medicatie

    Gebruikt u medicatie? Vergeet dan niet een actueel medicatieoverzicht mee te nemen (gratis via de apotheek).

Vragen & contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Pijncentrum.