Inloggen met DigiD
Download de MijnOLVG-app in de App Store of Google Play Store of ga naar www.mijnolvg.nl. Log daarna eenvoudig in met uw DigiD.
‘In een dienst heb ik drie, maximaal vier, baby’s onder mijn hoede. Naast de echt specialistische zorg is het coachen van ouders een belangrijke taak. Ik leer ze hoe ze hun kindje kunnen verzorgen, ondanks alle slangetjes en monitoren. Baby’s onder de 34 weken drinken nog niet zelf, dus ouders leren ook sondevoeding geven. Als ouders drie keer zelfstandig een handeling uitvoeren en ook kunnen benoemen waar ze op moeten letten, mogen ze deze voortaan zonder onze hulp doen.’
‘Baby’s vanaf 30 weken zijn hier welkom. De duur van de opname verschilt van een paar uur tot een paar maanden. Onlangs ging een baby na vier maanden naar huis. Met al het zorgpersoneel hebben we toen een erehaag gevormd. Als ouders hier lang zijn geweest, komen ze bij een volgend polibezoek vaak nog even langs om te laten zien hoe het met hun baby gaat. Heerlijk om te zien dat het kindje dan lachend én met spekwangetjes in een maxicosi zit. Je ziet ook dat ouders toch nog op hun roze wolk terecht zijn gekomen.’
‘Klopt, OLVG is mijn tweede thuis. Ik heb een fijn team en ben trots op hoe we het Anna Paviljoen in de loop der tijd hebben ontwikkeld. Soms weet ik niet of ik me ervoor moet schamen dat ik al 45 jaar bij OLVG werk. Sommige mensen zeggen dat het goed is om regelmatig van baan te wisselen. Maar ik ben gewoon een trouw beestje, met heel veel ervaring op deze afdeling.’
‘Dat ouders bij hun baby op de kamer liggen en betrokken worden bij de zorg. Ze worden echt in hun kracht gezet. Als we nu visite lopen, vraagt de arts niet aan mij hoe het met het kindje gaat, maar aan de ouders. Ouders kunnen dan al best veel opsommen. Zij zijn de constante factor bij het kind: ze zien het beste het verschil tussen eergister, gister en vandaag.’
‘Ik heb nog meegemaakt dat alle baby’s op zaal lagen, tien bedden naast elkaar. De moeder lag op een andere afdeling, of was thuis. De hechting met een baby was toen veel minder. Ook waren er veel meer infecties, doordat baby's dicht bij elkaar lagen en elkaar besmetten. Als we nu van kamer naar kamer lopen, zorgen we altijd voor een goede handhygiëne. Zo dragen we geen virussen over.'
‘Als ik zie dat de ouders blij zijn. Heel cheesy, maar dat blijf ik echt mooi vinden. Ooit was er een kindje dat zo ernstig ziek was dat het werd overgeplaatst naar het Amsterdam UMC. Ik wist dat de overlevingskans klein was, maar hij haalde het. Na een paar weken kwam hij terug op onze afdeling om aan te sterken. Hij was onrustig, dus ik stelde voor om hem bij zijn moeder aan de borst te leggen. Hij had tot dan toe alleen sondevoeding gehad, maar ineens hapte hij aan en begon hij zelfstandig te drinken. Zijn moeder was in tranen, en ik ook.’