OLVG

De ziekte van Parkinson : ziekte in de hersenen

Als u klachten heeft die met de ziekte van Parkinson te maken kunnen hebben, krijgt u 1 of meer onderzoeken. Meestal is dit een MRI-scan van de hersenen en soms bloedonderzoek. Het kan lang duren voordat duidelijk is waar uw klachten vandaan komen.
Thuisarts logo Onderstaande informatie is afkomstig van Thuisarts.nl

Wat is de ziekte van Parkinson?

Bij de ziekte van Parkinson sterven bepaalde hersencellen langzaam af. Hierdoor gaat iemand anders bewegen en zich anders gedragen.

De meeste mensen met de ziekte van Parkinson zijn ouder dan 65 jaar.

Wat merk je van de ziekte van Parkinson?

Bij deze klachten is de kans groter dat je later de ziekte van Parkinson krijgt:

  • heel veel bewegen tijdens dromen (dit heet REM-slaap-gedragsstoornis)
  • minder goed kunnen ruiken
  • moeilijk kunnen poepen
  • depressie

De ziekte van Parkinson begint vaak met verandering in de manier waarop je beweegt: 

  • Je beweegt langzamer en kunt moeilijk beginnen of stoppen met bewegen. Je kunt bijvoorbeeld je arm niet meer zo ver zwaaien.
  • Je gezicht beweegt minder: je gevoelens zijn minder goed te zien op je gezicht.
  • Ook voelen je armen of benen stijver.
  • Je handen en armen kunnen gaan beven. 

De klachten beginnen meestal aan 1 kant van je lichaam. 1 van je handen gaat bijvoorbeeld beven. Later kunnen de klachten ook aan de andere kant ontstaan.

De ziekte van Parkinson wordt in jaren steeds een beetje erger. Je kunt veranderingen merken in:

  • Hoe je beweegt, zoals beven of moeilijk kunnen afremmen als je loopt.
  • Hoe je je voelt, zoals depressief of angstig zijn.
  • Hoe je je gedraagt, zoals moeite met denken en onthouden of veel willen eten, winkelen of gokken.
  • Hoe je lichaam werkt, zoals moeilijk kunnen poepen, minder goed ruiken of duizelig zijn.
  • Hoe je slaapt, zoals overdag in slaap vallen of ’s nachts veel wakker worden.

Niet iedereen met de ziekte van Parkinson krijgt al deze klachten.

Welke onderzoeken krijg je in het ziekenhuis naar de ziekte van Parkinson?

In het ziekenhuis word je onderzocht door een arts die veel weet van spieren en zenuwen (neuroloog).

De arts wil weten welke klachten je hebt, hoe lang je deze al hebt en hoeveel last je ervan hebt. De arts vraagt ook welke medicijnen je gebruikt. Soms kunnen medicijnen namelijk klachten geven die lijken op de ziekte van Parkinson.

De arts wil zien hoe je beweegt. Misschien beef je veel of heb je moeite met bewegen. Je krijgt daarom opdrachten. Zoals je armen strekken of een glas water drinken. De arts vraagt of je een stukje wil lopen. Of een zin wil opschrijven. Ook kijkt de arts hoe de spieren in je gezicht bewegen.

Hoe gaat het verder na onderzoek naar de ziekte van Parkinson?

Je hebt de ziekte van Parkinson als deze 2 dingen bij jou kloppen:

  • Je beweegt langzamer of je kunt moeilijker beginnen met bewegen.
  • Je beeft of bent stijf. 

Soms twijfelt de arts of je klachten komen door de ziekte van Parkinson. Bijvoorbeeld als je klachten hebt die ook bij andere ziektes voorkomen. Je kunt dan 1 of 2 hersenscans krijgen, maar meestal is dit niet nodig.

Meer informatie over de ziekte van Parkinson in het ziekenhuis

We hebben deze informatie gemaakt met de richtlijn voor artsen over de ziekte van Parkinson.

Thuisarts logo Een deel van de informatie op deze pagina komt van Thuisarts.nl. Thuisarts.nl wordt gemaakt door het Nederlands Huisartsen Genootschap. De Federatie Medisch Specialisten, Patiëntenfederatie Nederland en Akwa GGZ werken mee aan Thuisarts.nl.

De behandeling

De ziekte van Parkinson is nog niet te genezen. Wel zijn er behandelingen die klachten kunnen verminderen en ervoor kunnen zorgen dat u zo goed mogelijk kunt blijven functioneren.

Medicijnen

De meeste medicijnen voor Parkinson vullen het tekort aan dopamine aan of bootsen de werking ervan na. Deze stof helpt onder andere bij bewegen. 

Levodopa

Levodopa is het meest gebruikte medicijn bij Parkinson. Het zorgt ervoor dat er meer dopamine beschikbaar komt in de hersenen, waardoor bewegen vaak gemakkelijker gaat.
Voor een goede werking neemt u levodopa bij voorkeur:

  • minimaal 30 minuten vóór een maaltijd, of
  • minimaal 1 uur ná een maaltijd.

Eet zo weinig mogelijk voeding met veel eiwitten, zoals vlees, vis, melk, yoghurt en kaas. Eiwit kan ervoor zorgen dat het medicijn minder goed wordt opgenomen.
Als Parkinson toeneemt, kan het nodig zijn om meerdere medicijnen te gebruiken of medicijnen vaker in te nemen.

Pomp voor medicijnen

Soms werken tabletten niet meer voldoende of zijn medicijnen meerdere keren per dag nodig. Dan kan een medicijnpomp een oplossing zijn. Via een pomp krijgt u de medicijnen continu toegediend via de huid of via een slangetje naar de dunne darm.

Andere behandelingen

Parkinson kan verschillende klachten geven. Daarom kunt u ook ondersteuning krijgen van andere zorgverleners, zoals:

  • fysiotherapeut
  • logopedist
  • diëtist
  • psycholoog
  • maatschappelijk werker
  • revalidatiearts

Deze zorgverleners kunnen u helpen om beter om te gaan met uw klachten, thuis en op het werk.

Hersenoperatie (DBS)

Wanneer medicijnen onvoldoende helpen, kan soms een hersenoperatie mogelijk zijn. Deze behandeling heet Deep Brain Stimulation of DBS.

Bij deze operatie worden dunne elektrodedraadjes in een bepaald gebied van de hersenen geplaatst. Deze elektroden zijn verbonden met een kleine stimulator onder de huid van de borstkas. De elektrische prikkels kunnen bepaalde klachten van Parkinson verminderen.

Het ligt aan uw persoonlijke omstandigheden of u deze behandeling kunt krijgen. Uw neuroloog bespreekt met u of DBS mogelijk is.

Onderzoek in OLVG

Het kan soms lang duren voordat duidelijk is of iemand de ziekte van Parkinson heeft. Dat komt omdat de klachten in het begin niet altijd duidelijk zijn. Daarom kiest de neuroloog soms voor aanvullend onderzoek. Hiermee kan de arts meer zekerheid krijgen over de diagnose of andere aandoeningen uitsluiten.

Mogelijke onderzoeken

U kunt een of meer van de volgende onderzoeken krijgen:

  • De neuroloog onderzoekt hoe u beweegt.
  • Soms krijgt u een bloedonderzoek. Meestal is dit niet nodig.
  • Soms krijgt u een MRI-scan. Met een MRI-scan maakt de arts beelden van de binnenkant van uw lichaam. Meestal is dit niet nodig.
  • Heel soms krijgt u een DAT-scan. Met dit onderzoek kan de arts zien hoeveel dopamine er in uw hersenen aanwezig is. Dopamine is een stof die signalen doorgeeft in de hersenen. Deze stof helpt onder andere bij bewegen.

Parkinson of parkinsonisme

Soms passen de klachten niet bij de ziekte van Parkinson, maar bij parkinsonisme. Parkinsonisme is een verzamelnaam voor aandoeningen die klachten geven die lijken op die van Parkinson.
Het is belangrijk om het verschil tussen Parkinson en parkinsonisme goed te onderzoeken. Bij parkinsonisme zijn er namelijk vaak minder behandelmogelijkheden dan bij de ziekte van Parkinson.

Onderzoeken

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Neurologie, locatie Oost, P3
020 510 88 83 (op werkdagen van 08.15 tot 16.30 uur)

Polikliniek Neurologie, locatie West, route 12
020 510 88 83 (op werkdagen van 08.15 tot 16.30 uur)

Polikliniek Neurologie, locatie Spuistraat 239
020 510 88 83 (op werkdagen van 08.15 tot 16.30 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Neurologie van OLVG. Laatst gewijzigd:

Een deel van de informatie op deze pagina komt van Thuisarts.nl. Thuisarts.nl wordt gemaakt door het Nederlands Huisartsen Genootschap. De Federatie Medisch Specialisten, Patiëntenfederatie Nederland en Akwa GGZ werken mee aan Thuisarts.nl.