Overzicht verwijsnieuws
Uitgelicht | Dinsdag 7 april 2020

Testen op COVID-19

Ter kennisdeling hier een uitleg over de verschillende testen die er zijn en op welk moment die iets kunnen aantonen m.b.t. COVID-19. Dit stuk is eerder verschenen via Twitter en is van de hand van Kees Brinkman, internist- infectioloog.


De testcapaciteit tegen COVID-19 gaat worden uitgebreid; het is dan van belang het onderscheid te kennen tussen de diverse testen, hun betrouwbaarheid en in welke fase van de infectie je die moet inzetten:

1. Na oplopen van infectie is virus aantal dagen nog niet aantoonbaar (fase 1) – bij COVID-19 wordt dit geschat op 4-7 dagen.

2. Daarna start de virologische fase (fase 2, 3 & 4): het virus deelt actief en is overdraagbaar. De aanwezigheid van dit virus gebeurt via een PCR test op keelmateriaal – deze test wordt momenteel gebruikt voor het aantonen van een actieve COVID-19 infectie.

3. In fase 3 start ook de afweer tegen het virus, de immunologische fase. Deze afweer tegen het virus schakelt het virus uiteindelijk uit en patiënt zal genezen.

4. De klachten bij een COVID-19 ontstaan deels door schade van longweefsel (eind fase 2), maar vooral door het starten van de afweerreactie (fase 3): men krijgt longontsteking met meer hoesten, koorts, spierpijn, soms diarree, buik- of hoofdpijn.

5. In deze immunologische fase ontstaan antistoffen tegen COVID die je met een test in het bloed kunt aantonen (serologie). In eerste instantie ontstaan vroege antistoffen (IgM), die enkele maanden aantoonbaar zijn – deze test wordt nog niet gebruikt (wel binnenkort).

6. In fase 4 ontstaan de latere antistoffen (IgG), die vaak jaren aanwezig blijven. Men neemt aan dat deze antistoffen bijdragen aan een langdurige bescherming (“immuun”) tegen nieuwe infecties. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit ook geldt voor COVID-19. – deze test wordt vaak gecombineerd met IgM serologie en is ook nog niet beschikbaar.

7. Gevoeligheid van testen: in praktijk blijkt dat de PCR test vals negatief kan zijn – er is wel een COVID-19 infectie, maar de test is nog niet positief. Dit kan bv komen omdat men nog te vroeg (of juist te laat) in infectie test, maar ook omdat men te oppervlakkig keelmateriaal gebruikt heeft. Bij verdenking op COVID-19 moet je daarom een 2e en soms zelfs 3e test afnemen.

8. Serologische testen op IgM en IgG antistoffen tegen COVID-19 komen hopelijk snel beschikbaar; afhankelijk van het aantal testen dat leverbaar is zullen specifieke groepen getest worden– dit is zowel voor patiënten, zorgmedewerkers en eigenlijk iedereen belangrijk. Je kunt daarmee aantonen dat iemand al immuun is en kan daarbij ook een indruk krijgen over de grootte van de epidemie (groepsimmuniteit).

9. Bij serologische testen is het ook zeer belangrijk dat ze geen foutpositieve of fout negatieve testuitslagen geven (validatie) – dat wordt nu naarstig onderzocht en is de reden dat het op zich laat wachten.

10. Commerciële serologische zelf-testen zijn niet goed uitgezocht en gevalideerd en daarom niet in NL toegestaan.