Overzicht verwijsnieuws
Uitgelicht | Vrijdag 15 maart 2019

Samenwerking essentieel bij vermoeden ouderenmishandeling

Eén op de twintig thuiswonende 65-plussers heeft ooit te maken gehad met ouderenmishandeling. Stel, je vermoedt dat hier sprake van is, wat doe je dan? De nieuwe richtlijn vermoeden van ouderenmishandeling in het medisch-specialistische zorgdomein geeft heldere aanbevelingen voor de dagelijkse praktijk. Miriam van Houten, arts-docent Interne Geneeskunde bij het Leerhuis van OLVG, werkte als voorzitter mee aan de totstandkoming van deze nieuwe, landelijke richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG).

Samenwerking essentieel

Ouderenmishandeling los je niet alleen binnen het ziekenhuis of als zorgprofessional op. Ziekenhuizen kunnen signaleren, maar ze kunnen het niet alleen. Miriam pleit dan ook voor een goede samenwerking met onder andere huisartsen: ‘Om de patiënt en de mantelzorger goed te kunnen helpen, is samenwerking bij een vermoeden van ouderenmishandeling essentieel. Dat is voor de thuiswonende oudere noodzakelijk om tot duidelijke communicatie over het vermoeden van en mogelijke interventies voor ouderenmishandeling te komen. Een volledige, correcte en tijdige communicatie met de huisarts (met instemming van de patiënt) is hierin cruciaal. OLVG hecht hier derhalve groot belang aan. Het is dan ook goed dat deze richtlijn er is, het geeft richting aan intramurale protocollen en biedt daarnaast belangrijke aanknopingspunten voor transmurale zorgafspraken.’

De nieuwe richtlijn

De richtlijn is bruikbaar voor alle zorgprofessionals werkzaam in het medisch-specialistische zorgdomein die te maken krijgen met (een vermoeden van) ouderenmishandeling. De nieuwe richtlijn is opgenomen in de richtlijnendatabase en helpt zorgverleners om alert te zijn, tijdig misstanden te signaleren en adequate maatregelen te nemen.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Hugo de Jonge ontving onlangs uit handen van onder anderen Miriam van Houten (rechts) de nieuwe richtlijn. 

Betrokken zorgverleners en afdelingen