Overzicht verwijsnieuws
Uitgelicht | Woensdag 21 juni 2017

Pieter en Marion geven het stokje door

Jarenlang vormden Pieter Scholten en Marion Hoek voor de huisartsen hét gezicht van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, inmiddels OLVG, locatie West. In juni geven zij het stokje over aan accountmanager Marieke Poel, geflankeerd door MDL-arts Bert Baak en longarts Herre Reesink.

Pieter Scholten en Marion Hoek

Waarom geven jullie het stokje over?

Pieter: ‘Laat ik voorop stellen dat we altijd met ontzettend veel plezier de contacten met onze verwijzers onderhielden. En ik vond de samenwerking met Marion bijzonder prettig, we waren echt complementair en een hecht team. Daarom had ik altijd het gevoel van: we doen dit samen, of we doen het niet. Dus toen Marion de laatste tijd voor de gefuseerde medische staf  meer taken kreeg en het gevoel ontstond dat ze misschien haar rol bij de verwijzers moest afbouwen, dacht ik, ik wil het niet zonder Marion doen. Verwijzers van locatie Oost zijn al jaren bekend met Marieke Poel, die dezelfde rol vervulde, maar dan fulltime. Het was een logische stap dat zij de contacten met alle verwijzers zou gaan onderhouden.’

Voelt het voor jullie als afscheid?

‘Absoluut. We deden het allebei met passie, het contact met de verwijzers was altijd heel leuk. Het voelt als ons kindje. Onder leiding van Puyenbroek, waren de contacten aanvankelijk vooral gericht op nascholingen. Daarna kwam er steeds meer bij. Er werd een mailbox opgericht waar huisartsen vragen en klachten kwijt konden. En er kwam een klankbordoverleg met huisartsen, zodat we dingen aan elkaar konden voorleggen. Over praktijken, pensionering, sluitingen. Dat bleek allemaal heel waardevol. Het grote belang van een goede band en goede samenwerking met de huisartsen werd meer en meer in de breedte door het hele ziekenhuis erkend. Dat zie je ook aan de steun die we altijd kregen van de raad van bestuur. Zij waren altijd aanwezig bij onze bijeenkomsten, waarmee ze het belang onderschreven. Dat heb ik altijd erg gewaardeerd.’

Wat zal je het meest missen?

‘Het tweejaarlijkse Blooming hebben Marion en ik echt samen opgericht. Dat is uitgegroeid tot een begrip onder de praktijken in West. Iedereen die meegaat, vindt het superleuk, daar zijn we trots op. Ik merk dat verwijzers ons daardoor veel beter weten te vinden, verwijzers zijn heel positief over ons ziekenhuis, en dat spreken ze ook uit. Drempels zijn verlaagd. Huisartsen die weten dat we stoppen, zeggen dat ze dat heel jammer vinden. Dat is het beste compliment dat je kunt krijgen. En we zullen de vele contacten gaan missen. Heel veel huisartsen zitten al heel lang in de Commissie Eerstelijns Collegiale Contacten en waren voor ons van onschatbare waarde. Die hebben meegedacht over enquêtes, bijgedragen aan de organisatie van Blooming, noem maar op. Zij hebben heel veel betekend, bijvoorbeeld in de samenwerking tussen eerste en tweede lijn en het meedenken over de HAP. Ik denk aan Folkert Hoekstra, Joan Boeke, Rob Foppen, Huib Leijssen, Jacqueline Bloos en Mauke Pool.’ 

Hoe gaat de nieuwe situatie er uitzien?

‘Op zich gaat er niet veel veranderen, behalve dat de verwijzers van locatie West een nieuw gezicht krijgen. Marieke Poel is al jaren accountmanager van locatie Oost en neemt het stokje van ons over. Vanuit beide locaties is een specialist betrokken – Bert Baak (MDL-arts) in Oost  en in West gaat Herre Reesink (longarts) dit oppakken. Ondersteuning van de nascholing deden Marion en ik altijd met z’n tweeën. In Oost wordt dat ondersteund door het Leerhuis. Misschien gaan we in de toekomst meer onderwerpen met elkaar delen en kan het de ene keer in Oost zijn en de andere keer in West. Of dezelfde nascholing twee keer? Marieke en haar team blijven dit vast uitstekend regelen. Alles waarvoor mensen Marion belden, kunnen ze nu Marieke bellen. Voor klachten, vragen, suggesties voor verbetering, behoefte aan nascholing, ZorgDomein, Epic Care Link, noem maar op.. Herre zal vooral de rol van voorzitter op zich nemen bij het klankbordoverleg met de huisartsen, en bij andere bijeenkomsten met huisartsen en medewerkers uit ziekenhuizen.’

Wat heeft jullie werk de afgelopen jaren opgeleverd?

Marion: ‘Ik heb wel eens een dagje meegelopen op een huisartsenpraktijk. Daar waren de huisartsen van tevoren niet van op de hoogte, dan was het zo van ‘He, wat doe jij hier, wat leuk!’ Dat werd enorm gewaardeerd. En voor mij was het ook interessant. Ik kon echt even kijken hoe het daar werkt.’

Pieter: ‘Ja, voor ons zeker leerzaam. Je ziet veel verschillende praktijken. Sommige gevestigd in prachtige groepspraktijken in een mooi groot pand, andere in een klein gebouwtje met een voordeur met een lintje. Of dat je binnenkomt en dat de huisarts zegt ‘Ja, nee, vrijdags is er geen secretaresse, dan doe ik het zelf’. Dan snap je helemaal dat ze het druk hebben, zo krijg je steeds meer begrip voor keuzes die verwijzers soms maken. Bij de stafvergadering had ik altijd spreektijd, dan kreeg ik gelegenheid om nieuws of opmerkingen van verwijzers te delen. Huisartsen worden bijvoorbeeld gek van afkortingen in brieven, daar maakte ik de collega’s dan attent op.’

Welke trends zie je?

‘Zorg vanuit het ziekenhuis gaat steeds meer terug naar de huisarts. Dat zie je in de zogenaamde ketenzorg, daar is duidelijk de tendens om mensen uit het ziekenhuis te houden of weer snel naar de huisarts terug te verwijzen. De huisarts krijgt hierdoor meer werk, bijvoorbeeld bij de nazorg na een hartinfarct. Ingrijpend, je wordt geconfronteerd met je sterfelijkheid, die mensen hebben de neiging erg aan het ziekenhuis te hangen. Terwijl wij eigenlijk ervaren: we doen niet meer zoveel voor de patiënt, dat kan de huisarts prima. De zorg voor deze groep moet  terug naar de huisarts, eigenlijk is iedereen het erover eens, maar dat betekent meer werk voor de huisarts. Dit vraagt veel overleg, verzekeraars moeten er wat van vinden. Achter heel veel ogenschijnlijk simpele dingen zit toch best wat politiek. De samenwerking tussen eerste en tweede lijn wordt steeds intensiever en ook steeds minder gescheiden. Om dat goed te laten verlopen, is een intensieve samenwerking noodzakelijk en is een eerste voorwaarde elkaar te kennen en elkaar te kunnen vinden. Ik ben blij dat wij daar de afgelopen jaren een bijdrage aan hebben kunnen leveren.’