Polikliniek Pre-Operatief Onderzoek (PPO)

(020) 599 25 12

ma t/m vrij 08.00 tot 16.00 uur

Faxnummer: (020) 599 25 16

Een operatie en het gebruik van bloedverdunners gaat niet altijd goed samen. Sommige mensen mogen tijdelijk stoppen met bloedverdunners. Anderen spreken met hun arts af dat zij rondom de operatie tijdelijk een andere bloedverdunner gaan gebruiken. Dit medicijn heet tinzaparine natrium (innoheb).

Waarom bloedverdunners?

Iemand gebruikt een bloedverdunner omdat hij een trombose (bloedstolling in een bloedvat) heeft doorgemaakt, of een verhoogde kans heeft op een trombose (bijvoorbeeld bij bepaalde hartritmestoornissen). De bloedverdunner zorgt ervoor dat het bloed minder snel kan stollen. Hierdoor is de kans op trombose kleiner.

Waarom rondom een operatie een andere bloedverdunner?

Voor een operatie mag het bloed niet te dun zijn omdat de kans op bloedingen dan groter is. Daarom is het veiliger voor sommige patiënten om voor de operatie te stoppen met acenocoumarol of fenprocoumon. Soms kan dat niet, omdat het risico op het krijgen van een trombose te groot is. Uw De arts heeft dan met u besproken dat u daarom rondom de operatie tijdelijk een andere bloedverdunner krijgt. We noemen dit ´overbrugging. Wij werken in OLVG met het medicijn tinzaparine natrium (innohep®). Deze bloedverdunner is sneller uitgewerkt. Daarom kunt u dit medicijn langer blijven gebruiken voor de operatie.