Pijncentrum OLVG

(020) 599 25 13

(020) 894 23 43 (fax)

pijncentrum@olvg.nl

ma t/m vrij 9.00 - 15.30 uur

4e etage A4

Om pijn door zenuwirritatie of zenuwbeklemming door een hernia of slijtage te stoppen of te verminderen kan de pijnspecialist een zenuwwortel in uw nek of rug blokkeren.

De wervelkolom bestaat uit wervels. Wervels zijn met elkaar verbonden door een tussenwervelschijf (discus) en twee paar steungewrichtjes (facetgewrichten). Tussen twee wervels treedt er een zenuwwortel uit. Deze zenuwwortels kunnen pijn veroorzaken, bijvoorbeeld bij een hernia of door vernauwing van het wervelkanaal waardoor er druk op de zenuwwortel komt. Zenuwwortelblokkades kunnen in de nek-, borst- en lendenwervelkolom toegepast worden. Bij een zenuwwortelblokkade wordt de pijngeleiding beïnvloed, zodat het pijnsignaal voor langere tijd niet meer kan worden doorgegeven.

De behandeling

Een zenuwwortelblokkade kan op verschillende manieren gedaan worden. Als het niet duidelijk is welke zenuwwortel de pijn veroorzaakt, start de behandeling met een proefblokkade.

Proefblokkade

  • Soms is het niet duidelijk welke zenuwwortel de pijn veroorzaakt. Bij een proefblokkade wordt de pijngeleiding van een zenuwwortel een aantal uren onderbroken. Deze blokkade is dus maar tijdelijk. Een proefblokkade wordt gedaan om te testen welke zenuwwortel(s) de pijn veroorzaakt. Soms is het nodig een paar proefblokkades te doen. U krijgt hiervoor verschillende afspraken.
  • Met behulp van röntgenstralen brengt de arts een naald in de hals of rug, in de buurt van de zenuwwortel. Hij controleert met contrastvloeistof of de naald op de juist plaats staat. Vervolgens wordt er kortwerkende verdovingsvloeistof ingespoten. U bespreekt het resultaat van de proefblokkade met uw pijnspecialist. Daarna wordt met u een afspraak gemaakt over eventuele verdere behandeling.
  • Soms is al duidelijk welke zenuwwortel behandeld moet worden. Dan wordt er geen proefblokkade gedaan.

Therapeutische blokkade

Met behulp van röntgenstralen brengt de arts een naald in de hals of rug in de buurt van de zenuwwortel. Hij controleert met contrastvloeistof of de naald op de juist plaats staat. Vervolgens wordt er verdovingsvloeistof en een ontstekingsremmer met langdurig effect (corticosteroïden) ingespoten. De ontstekingsremmers verminderen de zwelling van de zenuw. De zenuw krijgt wat meer ruimte en geeft daardoor minder pijnklachten. De ontstekingsremmers werken meestal drie tot zes maanden, soms ook korter of langer. Als u eerder aan uw nek of rug bent geopereerd, worden er soms ook nog medicijnen ingespoten om het littekenweefsel te verminderen.

PRF-behandeling

  • PRF staat voor Pulsed Radio Frequente stroom. Met korte stroomstootjes wordt bij de zenuw een elektrisch veld aangelegd. Hierdoor wordt de zenuw beïnvloed en kunnen de pijnprikkels minder goed worden doorgeven. De pijn zal afnemen. Omdat de zenuw verder niet wordt beschadigd, houdt de zenuw wel zijn normale functie.
  • Met behulp van röntgenstralen plaatst de arts een naald in de hals of rug in de buurt van de zenuwwortel. Hij controleert met een klein elektrisch stroompje de positie van de naaldpunt. Als de naald op de juiste plaats staat, wordt er 4 minuten behandeld met PRF.
  • Soms wordt een PRF-behandeling gecombineerd met een therapeutische blokkade.

Wanneer kunt u pijnvermindering verwachten?

  • Na de behandeling kan er napijn optreden. Deze napijn kan 1-2 weken aanhouden, maar verdwijnt weer vanzelf. U kunt hiervoor eventueel een pijnstiller innemen (bijvoorbeeld paracetamol volgens bijsluiter). Zo nodig kan in overleg met uw pijnspecialist of huisarts een andere pijnstiller worden voorgeschreven.
  • Het is belangrijk om te weten dat het effect van de behandeling pas na enkele weken kan optreden. Pas na 6-8 weken is het zinvol om het resultaat van de behandeling te beoordelen; rond deze tijd krijgt u een controleafspraak. Het is ook mogelijk dat u al eerder minder pijn heeft. Soms is een aanvullende behandeling nodig.

Voorbereiding zenuwwortelblokkade

  • Gebruikt u bloedverdunners (sintrom/acenocoumarol, marcoumar/fenprocoumon, plavix/clopidogrel, dipyridamol/persantin/asasantin, dabigatran/pradaxa, rivaroxaban/xarelto, apixaban/ eliquis of carbasalaatcalcium/acetylsalicylzuur/ascal)?  Overleg dan met uw pijnspecialist of u hiermee moet stoppen voor de behandeling.
  • Indien u gestopt bent met bloedverdunners, dan begint u weer op de avond van de behandeling of volgens instructie van de trombosedienst.
  • Overige medicatie kunt u gewoon innemen, tenzij de pijnspecialist andere afspraken met u heeft gemaakt.
  • U mag van tevoren eten en drinken, u hoeft niet nuchter te zijn.
  • Na de behandeling mag u de rest van de dag niet actief deelnemen aan het verkeer. Regel daarom van tevoren dat iemand u naar huis brengt.
  • Draag gemakkelijk zittende kleding.

Belangrijk

  • Bent u (mogelijk) zwanger? Meld dit voor de behandeling aan de pijnspecialist. De reden hiervoor is dat er tijdens de behandeling met röntgenstraling wordt gewerkt.
  • Bent u allergisch voor contrastvloeistof, jodium of medicijnen? Meld dit voor de behandeling aan de pijnspecialist.
  • Heeft u een pacemaker of ICD? Meld dit voor de behandeling aan de pijnspecialist.
  • Heeft u geen pijn meer, neem dan contact op met het pijncentrum.
  • Bent u de dag van de behandeling ziek of heeft u koorts,  neem dan contact op met het pijncentrum.

Na de behandeling

  • Na de behandeling kunt u tijdelijk minder kracht hebben in uw arm (als u in de nek geprikt bent) of in uw been (als u in de onderrug geprikt bent). Dit komt door de verdovingsvloeistof en verdwijnt na enkele uren.
  • De dag na de behandeling kunt u uw activiteiten weer hervatten, tenzij de pijnspecialist anders met u heeft afgesproken.

Complicaties en bijwerkingen

Zoals bij iedere behandeling, bestaat er ook bij deze behandeling een kleine kans op complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • Een bloeding.
  • Een infectie. Krijgt u koorts, neem dan contact op met uw pijnspecialist of huisarts.
  • Bij een zenuwwortelblokkade ter hoogte van de borstkas is er een zeer kleine kans dat de long wordt aangeprikt. Wordt u na de behandeling kortademig, neem dan contact op met uw pijnspecialist of huisarts.
  • Als er ontstekingsremmers (corticosteroïden) zijn ingespoten kunt u de eerste dagen na de behandeling tijdelijk de volgende bijwerkingen hebben: een rood of warm gezicht, opvliegers, ontregelde menstruatie, spierkrampen of verhoogde bloedsuikerspiegel. Patiënten met suikerziekte worden aangeraden de eerste dagen na de behandeling regelmatig de bloedsuikerspiegel te controleren. De anticonceptiepil kan gedurende één cyclus minder betrouwbaar zijn.