MRSA-bacterie (bewezen MRSA-positieve patiënt)
Bij u is vastgesteld dat u drager bent van de MRSA-bacterie. MRSA staat voor Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus. Dit is een bacterie die niet reageert op bepaalde antibiotica. In deze folder leest u meer informatie over de bacterie en de maatregelen die in het OLVG genomen moeten worden. Wij rekenen op uw medewerking om de verspreiding van de MRSA-bacterie in het ziekenhuis te voorkomen.
Wat is een MRSA-bacterie?
Een Staphylococcus aureus-bacterie, dus zonder de M en de R, is een bacterie die voorkomt bij tien tot veertig procent van gezonde mensen. Gewoonlijk veroorzaakt deze bacterie geen problemen. Soms veroorzaakt hij relatief onschuldige infecties, zoals een steenpuist. Deze infecties gaan meestal vanzelf over.
De MRSA-bacterie is vergelijkbaar met de gewone Staphylococcus aureus-bacterie. De MRSA-bacterie geeft niet vaker of ernstiger infecties dan een Staphylococcus aureus-bacterie. Het komt voor dat u de MRSA-bacterie op of in uw lichaam bij u draagt, zonder dat u daar ziek van wordt. Dit wordt dragerschap genoemd.
De MRSA-bacterie is echter ongevoelig voor meticilline en aanverwante antibiotica. Er is wel een behandeling met andere antibiotica mogelijk.
Voorzorgsmaatregelen
In het ziekenhuis bestaat de kans op verspreiding van de MRSA-bacterie, omdat hier veel zieke mensen bij elkaar zijn opgenomen. Daarom heeft de Inspectie voor de Volksgezondheid vastgesteld dat elk ziekenhuis in Nederland actief maatregelen moet nemen om verspreiding van deze bacterie tegen te gaan.
Deze maatregelen bestaan uit:
-
Het opnemen in strikte isolatie van patiënten die drager zijn of kunnen zijn van de MRSA-bacterie.
Bij strikte isolatie ligt u in een eenpersoonskamer of op zaal, bij voorkeur met een sluis. Het medisch personeel draagt beschermende kleding om verspreiding van de bacterie te voorkomen. -
Het behandelen van dragerschap.
De verpleegkundige behandelt u gedurende vijf dagen met een combinatie van een desinfecterende zeep en antibiotische neuszalf. -
Het afnemen van controlekweken bij deze patiënten om te ontdekken of ze de bacterie nog bij zich dragen.
Om het effect van de dragerschapsbehandeling te kunnen meten, worden er controlekweken van uw neus, keel en perineum (het gebied tussen het geslachtsdeel en de anus) en eventuele wonden afgenomen.
In het schema hieronder ziet u wanneer de kweken worden genomen:
| • dag 1 tot en met 5: behandeling dragerschap |
| • dag 6 en 7: rustdagen |
| • dag 8: controlekweken afnemen, I |
| • dag 10: controlekweken afnemen, II |
| • dag 12: controlekweken afnemen, III |
Indien de drie controlekweken (I, II en III) negatief zijn, bent u dragerschap-vrij. Als u dan nog in het ziekenhuis ligt, mag u uit de isolatie. Als één van de kweken nog positief is, controleert de huisarts of specialist net zo lang tot er drie achtereenvolgende sets controlekweken negatief zijn.
Bezoek
- Voor bezoekers gelden geen bijzondere maatregelen, maar er zijn wel enkele voorschriften. De verpleegkundige legt dit uit aan uw bezoek.
- Na het bezoek mogen uw bezoekers geen andere patiënten in het ziekenhuis meer bezoeken.
- Kinderen beneden de twaalf jaar worden niet toegelaten.
- Andere patiënten worden niet toegelaten tot degene met de MRSAbacterie.
Naar huis
- Voor thuis gelden geen bijzondere maatregelen. U kunt gewoon deelnemen aan sociale activiteiten. Uw behandelend arts stelt de huisarts op de hoogte van uw ontslag.
- Indien uw behandeling nog niet is afgerond in het ziekenhuis, neemt de huisarts of uw specialist de behandeling thuis over. Hiervoor worden met u afspraken gemaakt. In sommige gevallen is er een afwijkende behandeling.
- Wanneer u een bezoek aan een polikliniek brengt of opgenomen wordt in een ziekenhuis verzoeken wij u het betreffende ziekenhuis te vertellen dat u de MRSA-bacterie heeft gehad.
Tot slot
Wij doen er alles aan uw bezoek aan onze afdeling zo prettig mogelijk te laten verlopen. Het kan echter voorkomen dat u niet geheel tevreden bent. U kunt uw opmerkingen of klachten over uw verblijf of behandeling het beste direct bespreken met de betrokken personen of met het hoofd van onze afdeling. Komt u er na overleg niet uit, dan kunt u zich wenden tot Bureau Patiëntenzaken. Dit kan zowel telefonisch, schriftelijk als per email. U kunt ook een afspraak maken voor een gesprek.
Bureau Patiëntenzaken
Postbus 95500
1090 HM Amsterdam
Telefoon (020) 599 22 93
E-mail patientenzaken@olvg.nl
Vragen
Voor vragen kunt u terecht bij uw huisarts of specialist van het OLVG.
Uitgave en redactie:
oktober 2007/infectiepreventie en milieuzaken/301-471